Weer supermarkt. Het was eerder komisch.
Staat er ene aan de rij winkelkarren vrij ostentatief in zijn zakken te rommelen en vraagt hij aan vier voorgangers ‘mag ik uw kar hebben’. De eerste twee hadden een jeton dus dat was njet maar de twee anderen een Euro dus die wilden wel. Alleen wou hij geen Euro geven, hij wou gewoon de kar. Hetgeen ze misschien ook nog wel wilden doen maar hij zei (letterlijk) ‘nou, brah, geef em maar gewoon’. 1) ‘brah’ tegen twee madammen van dik in de zeventig en 2) Oer, oer Hollands maar twas duidelijk geen ‘inheemse’ Hollander. Die madammen dus weg aan een tempo dat ze zeker sinds 1998 niet meer gehaald hebben.