Hallo, mijn naam is Nahrtent, en ik ben een Midnight's Children-overlever.
Vijf maanden heb ik nodig gehad om deze toxische hoer van een roman uit te lezen, dus de pot op als ik nu niet vijf minuten de tijd zou mogen nemen om eens uitgebreid - maar coherent, in tegenstelling tot het boek zelf - mijn frustraties neer te pennen.
Laat ons beginnen bij het begin: het plot. Op de achterkant van het boek lezen we dat het gaat over de levenswandel van een jongen die geboren is om middernacht op de dag dat India onafhankelijk is geworden en over magische gaven beschikt. Klinkt cool, niet?
Het duurt alleen meer dan 160 pagina's vooraleer de verteller dan toch eindelijk bij zijn eigen geboorte aanbelandt, en als ik niet koppig aan mezelf en een niet nader genoemde moderator had beloofd dat ik het boek moest en zou uitlezen tot en met de laatste letter, was ik zelf nooit tot daar geraakt, want de verteller is ook nog eens, welja, een slechte verteller.
En hij wéét het van zichzelf, verdomme, te oordelen aan de manier waarop hij zich wentelt in zijn eigen incompetentie als een varken in de modder:
"Ik mag deze twee gebeurtenissen niet door elkaar vertellen", om het dan uiteraard net wel te doen.
"Ik mag niet langdradig worden", gevolgd door ettelijke pagina's filler.
En het wordt steeds erger naarmate het boek vordert. Het plot wordt keer op keer op keer op keer onderbroken met mijmeringen dat de auteur zich niet goed kan herinneren hoe het nu weer juist gebeurd is, eindeloze variaties op één en dezelfde retorische vraag, zelfbewuste passages van kritiek op het eigen schrijven… Op een bepaald punt somt hij een aantal voorbeelden op om te illustreren dat men Pakistan vanuit het noorden moet binnengaan en niet vanuit het zuiden (of omgekeerd, weet ik veel). Na een stuk of vijf historische referenties die mij allemaal alweer ontgaan zijn zegt hij “maar goed, je snapt wel wat ik bedoel” om er dan doodleuk nog eens een stuk of vijf andere aan toe te voegen.
Het zal allemaal wel bewust en satirisch of wat weet ik veel allemaal zijn, en de heer Rushdie schept er zichtbaar plezier in om zijn verhaal te vertellen alsof hij een dementerende politieker is van de tsjeven-strekking van weleer, maar ik heb er minder van kunnen genieten.
De symboliek is al te vaak geforceerd, de metaforen worden nodeloos opgeblazen om aan kunstmatig belang te winnen, en het sowieso al vrij krakkemikkig en allesbehalve fluïde geschreven Engels wordt bij momenten ook nog eens overmatig gekruid door een overdaad aan onvertaalde Indische woorden, zodat je je al helemaal in een louche nachtwinkel waant of een kitscherig Indisch restaurant, en niet in een roman die godbetert een Booker Prize gewonnen heeft (een groter mirakel dan gelijk welke magisch-realistische anekdote die er in het godganse boek te lezen valt, als je 't mij vraagt).
We volgen het hoofdpersonage gedurende z'n levenswandel van kind tot (jong)volwassene, maar je ziet eigenlijk niets van psychologische ontwikkeling gebeuren. De zesjarige protagonist heeft net zo complexe gedachtegangen als zijn volwassen tegenhanger, en als klap op de vuurpijl maakt de schrijver zelf zich op een bepaald moment uitdrukkelijk vrolijk dat dat eigenlijk toch niet geloofwaardig is. Voor de rest zit het boek vol vergeetbare personages (een bepaald personage sterft ergens halfweg en keert terug als geest maar op dat moment had ik al lang geen flauw idee meer wie dat was, waar hij vandaan kwam, of wat zijn rol juist was), weliswaar op enkele uitzonderingen na. Dat de meeste personages doorheen het boek een keer of vijf van naam veranderen, doet er uiteraard ook geen deugd aan.
Blijft nog over: de historische achtergrond van Indië als jonge natie en allerlei ontwikkelingen daaromtrent.
Het zegt mij persoonlijk weinig, en er worden namen en gebeurtenissen gedropt dat het een lieve lust is en in overmatig detail waardoor het op die momenten ook wat aanvoelt als een slecht gestructureerde schoolcursus*, maar hier zou ik eerlijkheidshalve wel evenzeer de fout kunnen leggen bij mijn eigen gebrek aan achtergrondkennis of interesse. Niet dat daar na dit boek veel verandering in gekomen is, want de namen die ik nog niet kende en de gebeurtenissen waar ik nooit van gehoord had ben ik intussen al lang weer vergeten, en mijn interesse om ooit nog iets over India te lezen, laat staan een boek van Salman Rushdie, is werkelijk nihil.
Je zou voor minder een fatwa uitspreken.
Het jammerlijke is dat er effectief goede ideeën in het boek zitten. Ze zijn weliswaar schaars en er zit zodanig veel rommel tussendoor dat ik op het moment van schrijven nog amper weet welke ideeën ik exact ter voorbeeld zou kunnen aanhalen, maar ze zijn er wel. Als film of tv-serie, met alle rotzooi netjes eruit geknipt, zou het misschien wel kunnen werken.
* Op dit vlak wil ik graag uitdrukkelijk de vergelijking maken met het werk van Marquez: diens boeken zijn een abstractie van de Colombiaanse geschiedenis en maatschappij. Hij vertelt zijn (prachtige!) verhalen tegen de achtergrond van mislukte opstanden en de moeilijkheden met modernisering in achtergestelde dorpjes in de jungle, en de eeuwige strijd tussen liberalen en conservatieven, maar zonder de lezer te vervelen met specifieke data of namen of historische ontwikkelingen (enkel personen die van belang zijn voor het plot worden met naam genoemd en uit de abstractie verheven). Rushdie komt werkelijk niet tot aan de enkels. Hij kan simpelweg niet schrijven. Voila, het is eruit.