Dag 8 – Matsumoto → Kiso-Fukushima (Kiso Valley)Trein naar Kiso-valleiVerkennen dorp en omgevingVoorbereiding op trail
Dag 9 – Nakasendō TrailWandeling Magome → TsumagoEdo-periode postdorpenTerug naar Kiso-Fukushima
Dag 10 – Kiso → KanazawaLange treinritAvondwandeling historische wijk
Hier kan je imo wel een dag schrappen. Ga van Matsumoto meteen naar Magome, doe de wandeling en overnacht in Tsumago (of omgekeerd). Van Tsumago kan je dan naar Kanazawa. Als je langer in de streek wil blijven, kan je tussen Tsumago en Kanazawa nog een overnachting in Takayama doen.
Ik heb gisteren alles vastgelegd en ondertussen ben ik aan een draaiboek begonnen. Voor deze dagen heb ik het volgende opgeschreven:
KISO-VALLEI – 7 T/M 9 NOVEMBER
(Verblijf: Kiso-Fukushima – Takumisou 2)
Zaterdag 7 november (DAG 9) – Aankomen in de vallei
Je arriveert ’s ochtends in Kiso-Fukushima, een plaats die minder gepolijst aanvoelt dan Magome of Tsumago. Dat is net de charme. Dit is geen openluchtmuseum, maar een stadje dat nog leeft.
Na het afzetten van je bagage wandel je richting het oude checkpoint.
Fukushima Sekisho
Hier wordt meteen duidelijk hoe streng de Nakasendo gecontroleerd werd tijdens de Edo-periode. Reizigers, handelaren, samurai — niemand ging ongezien voorbij. Het museum is compact, maar geeft context aan alles wat je de komende dagen zal zien.
Daarna wandel je omhoog naar het
Uenodan-district. Het is stil. Houten huizen, kleine tempels, nauwelijks toeristen. De sfeer is ingetogen. Je krijgt voor het eerst dat gevoel van een historische handelsroute die nog niet volledig is “gerestaureerd voor bezoekers”.
In de namiddag ga je naar:
Kozenji Temple
De grote karesansui-rotstuin ligt er sereen bij. In november liggen er vaak rode en gele bladeren op het witte grind. Het contrast is sterk. Je blijft hier langer zitten dan gepland.
Later op de middag trek je de natuur in richting:
Gongendaki Waterfall
Het pad is bosrijk en rustig. Geen spektakel, maar stilte. De waterval is geen Niagara — eerder een stille afsluiter van je eerste dag in de vallei.
’s Avonds keer je terug naar je ryokan. Warm eten. Rust. Het tempo van de vallei nestelt zich langzaam.
Zondag 8 november (DAG 10) – De Nakasendo: Magome naar Tsumago
Vandaag is de klassieker.
Je verplaatst je naar het beginpunt in Magome en start daar de historische route.
Nakasendo Trail
Magome is levendiger, licht toeristisch, maar ’s ochtends nog rustig. De stenen straat klimt omhoog en al snel laat je het dorp achter je.
Het pad slingert door cederbossen, kleine gehuchten en open stukken met uitzicht op heuvelruggen. In november is het fris, ideaal wandelweer. De herfst is over zijn piek heen, maar er hangen nog kleuren in het bos.
Halverwege hoor je het water van kleine stroompjes, zie je oude houten huizen en voel je dat dit pad eeuwenlang gebruikt werd.
Tsumago verschijnt rustiger dan Magome. Minder commercieel, meer ingetogen. Hier neem je tijd. Soba of gohei-mochi als lunch. Niet gehaast.
Je keert later terug naar Kiso-Fukushima met het gevoel dat je de essentie van de Nakasendo hebt geproefd.
Maandag 9 november (DAG 11) – Narai en de Torii-pas
Je laatste ochtend vertrek je vroeg naar:
Narai-juku
Narai is langer dan Tsumago. De houten gevels lijken eindeloos door te lopen. In de ochtend is het stil; winkeliers zetten net hun deuren open. Dit is het moment waarop Narai het mooist is.
Je wandelt zonder plan. Kleine tempels, ambachtelijke winkels, houten schuifdeuren die zacht openen.
Aan het uiteinde van het dorp ligt:
Kiso Ohashi
De massieve houten brug steekt krachtig af tegen de bergen.
Daarna begin je aan een stuk van:
Torii Pass
Je doet niet de volledige pas. Je wandelt ongeveer drie kwartier omhoog. Het pad is bosrijk, licht stijgend, met stenen markeringen. De stilte is dieper dan op de Magome-route. Hier hoor je vooral wind in de bomen.
Boven draai je om. Het is genoeg geweest.
Terug in Narai lunch je eenvoudig. Geen haast, maar ook geen uitstel. Rond 13:30 neem je de trein terug naar Kiso-Fukushima, haal je je bagage op en vertrek je uiterlijk om 15:00 richting:
De treinrit naar Kanazawa is lang genoeg om de voorbije drie dagen te laten bezinken.
Dag 20 – Kumano → OkayamaOchtend: Kumano Hongu TaishaTrein richting OkayamaOvernachting bij station
Dag 21 – Okayama → NaoshimaTrein naar Uno + ferryAankomst op kunsteilandFietsen of bus over het eilandOvernachting op NaoshimaWaarom dit past: rustig tempo na Kumano-trek, sterke mix natuur + kunst + architectuur, compleet andere sfeer
Dag 22 – Naoshima → Himeji → OsakaOchtend: kunst op Naoshima (bv. Chichu Art Museum)Ferry + trein naar HimejiBezoek kasteelVerder naar OsakaLaatste diner
Dit lijkt mij persoonlijk overkill. De Kumano Kodo is een grote aanrader, maar ik zou persoonlijk eindigen aan de zee in Kii-Katsuura (kan je nog een onsen in/aan de zee doen). Dat gaat het ook makkelijker maken om terug inlands te gaan. En dan zou ik niet naar Okayama gaan, maar naar Osaka. En dan van daaruit nog enkele dagtrips doen: Himeji, Okayama, Hiroshima, Nara, Naoshima, ... is allemaal doenbaar vanuit Osaka (of zelfs vanuit Kyoto) en dan moet je niet telkens weer verhuizen. Als je die dag in Kiso schrapt heb je hier ook meer ruimte om die daguitstappen te doen. Of je kan die dag in het begin van je reis hangen, om dan (als je niet in Tokyo zelf geïnteresseerd bent) een daguitstap Kamakura of Nikko in te lassen.
Van dit stuk heb ik het langst getwijfeld. Toch zo gedaan omdat ik graag Naoshima erbij wil doen. Idealiter zou ik graag van Hongu naar Naoshima reizen in één pendeldag, maar dat is wellicht wat te ambitieus.