Milan Kundera - De ondraaglijke lichtheid van het bestaan
Ik heb hier veel over te zeggen, en tegelijk niets. Normaal gezien lees ik een boek dat mij bevalt in één ruk uit, zo snel mogelijk en als daar enkele uren nachtrust voor moeten sneuvelen is dat maar zo. Niet zo in dit geval. Door de structuur van de bijzonder korte hoofdstukken en een gebrek aan spanning werd het mij bijzonder gemakkelijk gemaakt om het boek telkens na een kwartier of hooguit een klein halfuur weer aan de kant te leggen voor het slapengaan. Bijgevolg heb ik hier een week of drie over gedaan, en toch beviel het boek mij - anders was ik al na een paar dagen gestopt.
Puur als roman schiet dit boek voor mij tekort. Het plot gaat sowieso al amper vooruit (naar het einde toe betert dit wel) en wordt dan nog eens constant onderbroken door filosofische mijmeringen waarvan je eigenlijk zelden weet of ze nu in het hoofd van de auteur dan wel diens personage plaatsvinden. Een page-turner is dit dus allerminst, al kan dat ook voor een deel te wijten zijn omdat de achtergrond – de Praagse lente en diens nasleep – mij eigenlijk niet zo heel erg boeit. De schrijfstijl zelf is eigenlijk ook heel sober, bijna zakelijk, met amper dialogen.
Maar anderzijds werd ik verschillende keren diep geraakt door de willekeurige observaties, overpeinzingen, vergelijkingen, en innerlijke conflicten die het boek zo talrijk bevolken. Op sommige momenten dacht ik werkelijk: “dit is de waarheid die hier geschreven staat.” Een willekeurig voorbeeld dat al enkele dagen door mijn hoofd spookt (omdat ik ooit – onder invloed van de betere hallucinogenen – een vergelijkbare observatie maakte): “Kitsch is een kamerscherm dat de dood aan het oog onttrekt.” Die zin, die een 10-tal pagina’s aan weinigzeggende reflecties over het begrip “kitsch” afsloot, vond ik prachtig, en zo zijn er nog tientallen voorbeelden te vermelden. Op andere momenten moest ik dan weer volledige pagina’s drie keer opnieuw lezen omdat ik er met mijn slaperige kop geen woord van begrepen had.
Dat het plot naar mijn aanvoelen grotendeels bijzaak is, en de filosofische mijmeringen zo talrijk en effectief zijn, komt de herleesbaarheid van het boek wel enorm ten goede. Je kan dit boek volgens mij gewoon op een willekeurige pagina openslaan om enkele hoofdstukken te lezen, en ik heb eigenlijk al meteen zin om er weer aan te beginnen en ik denk dat ik er dan nog veel meer zou uithalen.
Absoluut heel blij dat ik deze gelezen heb dus, al was het totaal niet wat ik er van verwachtte.
Nu eens heel goed nadenken over welk boek ik eventueel nog kan kiezen om dit bijzonder succesvolle leesjaar in stijl af te sluiten.