De prijsstijgingen zijn grotendeels te wijten aan de oorlog in Oekraïne. Europa, bijvoorbeeld, haalt een kwart van zijn olie in Rusland, en 40 procent van zijn gas. Maar er raken steeds minder Russische olievaten het land uit. Oliehandelaars verwachten dat de Russische olie-export, vandaag goed voor zo’n 8 miljoen vaten per dag, tegen eind volgende week met een kwart tot de helft zou kunnen terugvallen.
Dat heeft deels te maken met de sancties die uitgevaardigd werden tegen Rusland. Maar sommige bedrijven die met Rusland samenwerkten kiezen nu al voor de vlucht vooruit, zelfs al zijn ze nu nog niet gebonden door sancties.
Net zoals de banken hebben ook steeds minder energiebedrijven nog zin om zich te verbranden aan Russisch olie of gas, uit angst voor imagoschade of onder druk van hun regeringen. Zo kondigden BP, Shell, Exxon en Equinor deze week al aan dat ze hun activiteiten in Rusland stopzetten. Het Franse TotalEnergies, het enige energiebedrijf dat sinds 2014 nog nieuwe projecten opstartte in Rusland, blijft wel, maar zal geen nieuwe investeringen meer doen.
Maar de oorlog is niet de enige oorzaak van de hoge prijzen. “Er is al een jaar krapte op de oliemarkt", duidt van den Beukel. "De wereld komt langzaam maar zeker uit de coronacrisis, maar de beperkte stijging van de olieproductie door de OPEC+-landen kan de vraag niet volgen. En daar komt nu de invasie van Oekraïne bovenop.”
Dat de energieprijzen op de beurs pieken, heeft ook te maken met wat energiespecialist Thijs Van de Graaf (Ugent) de "handel in papieren olievaten" noemt. “De prijzen kunnen ook de hoogte in gaan zonder dat er echt leveringsproblemen zijn. Er zijn heel wat spelers op de markt die speculeren op de prijs van leveringscontracten, en die die contracten verhandelen zonder dat ze interesse hebben om ook ooit echt te leveren.”