Django Unchained (2012, Quentin Tarantino)
Telkens als in een actiescène tientallen figuranten het toneel oplopen die je nog op geen enkel moment eerder in de film hebt gezien, weet je dat ze binnen de 5 seconden gaan neervallen. Ik heb wel genoten van de Monty Python-achtige elementen in de film, maar verder deed deze het niet voor mij. Die typische Tarantino trope van de damsel in distress, het delicate vogeltje in de kooi dat door de quirky maar dappere held moet worden gered, begon me wat te vervelen wegens toch wat te voorspelbaar.
Vertigo (1958, Alfred Hitchcock)
Komt een beetje traag op gang, maar zoals zo vaak bij Hitchcock is de beeldvorming en symboliek - met dat prachtige velvet-rood dat in iedere scène wel ergens contrasteert met het mossige groen - superb. In de laatste 10 minuten van de film wordt het tempo ineens de hoogte ingedreven, waardoor ik merkte dat ik zelf bij het kijken op mijn adem begon te trappen.
De suspension of disbelief wordt bij iedere film met James Stewart (

) wel moeilijker om vol te houden als ze ons steeds opnieuw willen doen geloven dat hij even jong is als de late twintigers/vroege dertigers in de cast.