Welk fictieboek heb je net uitgelezen en wat vond je ervan?

Hoeveel boeken lees je gemiddeld per jaar?

  • Ik lees nooit

    Stemmen: 27 11,0%
  • 1-5 boeken

    Stemmen: 70 28,5%
  • 6-10 boeken

    Stemmen: 47 19,1%
  • 11-20 boeken

    Stemmen: 55 22,4%
  • 21-30 boeken

    Stemmen: 21 8,5%
  • 31-40 boeken

    Stemmen: 10 4,1%
  • 41-50 boeken

    Stemmen: 6 2,4%
  • 50-75 boeken

    Stemmen: 5 2,0%
  • 75-100 boeken

    Stemmen: 2 0,8%
  • 100+ boeken

    Stemmen: 3 1,2%

  • Totaal aantal stemmers
    246
His Majesty's Dragon (Temeraire #1) - Naomi Novik

Napoleonaanse oorlogen met draken. In dit verhaal hebben landen een luchtmacht bestaande uit draken, hun handlers en al het team dat mee op de draak rijdt om het gevecht in goede banen te leiden (een beetje zoals op een schip).

Dit is een super leuk fish-out-of-water verhaal van Laurence, een Engelse navy kapitein, die onbedoeld een drakenrijder wordt en samen met zijn draak Engeland moet verdedigen tegen Napoleon die een sterkere luchtmacht heeft. Hoewel het conflict rond Napoleon een centrale rol speelt in het verhaal, ligt de focus op Laurence en zijn band met Teremaire.
Heel leuk verhaal en ik had dit echt veel eerder moeten lezen. Het boek was ook niet te lang en hoewel er wat gevechten werden beschreven, voelde het nooit echt aan als militaire fictie.

Naomi Novik - Empire of IVORY (Temeraire #4)

Boek 4 uit deze reeks brengt Capt. Laurence en Temeraire naar inlands Afrika, waar ze na hun avonturen in het oosten, een medicijn moeten vinden voor een ziekte die de draken aantast. Bijna het volledige legioen van de Engelsen is hierdoor aangetast en hierdoor is hun defensie enorm verzwakt.
Goed geschreven, en met genoeg spanning en een vleugje romantiek en politieke intrige, maar nog steeds met vreemde tijdssprongen.
 
Christopher Ruocchio - Empire of Silence (The Sun Eater #1)

Gezien dat het laatste boek in de reeks deze maand uitkomt, was de tijd aangebroken om te starten met de hit van de laatste jaren in het space opera-genre. Alweer een hele tijd geleden dat ik nog eens iets uit dat subgenre las, ondanks eerdere positieve ervaringen.

Verdient wat mij alle lof die het tot dusver gekregen heeft, mijn leesbeurt beviel me enorm. Op een middenstuk dat teveel meanderde na, was het eigenlijk boeiend van begin tot einde. Ondanks de overvloed aan vreemde namen van personages, landen en planeten bleef alles vrij overzichtelijk om te volgen. Vertoont best wel wat gelijkenissen met Dune, zowel qua plot als qua kwaliteit. De proza vond ik ook van een beter niveau dan wat ik gewoonlijk gewend ben.

Gelijk met het tweede deel begonnen, benieuwd of ik de ganse serie uitgelezen krijg voor het einde van het jaar want het zijn best wel lijvige boeken.
 
Over lijvige boeken (en recensies, waarvoor mijn excuses) gesproken:


Thomas Mann – Jozef en zijn broers

Verandering van spijs doet eten, zegt men. Het (weliswaar bijzonder smakelijke) tussendoortje dat Vaders en zonen was, met moeite meer dan 200 pagina’s, moest dus noodzakelijkerwijs worden opgevolgd door een hoofdschotel om U tegen te zeggen. Wanneer dan zo lyrisch wordt gesproken over Jozef en zijn broers door onze eigenste @Avondland, kan een gulzigaard als ik (Boland zou mij wellicht een Hollebolle Gijs noemen, maar hij kan me de bout hachelen), met een voorliefde bovendien voor zowel het Oude Nabije Oosten als de Bijbelse mythen en hun universele waarheden, dan aan die noodlottige verlokking weerstaan?

Kennelijk niet.

Ietwat schuchter begon ik aan de dis, want deze Leviathan van een werk telt niet minder dan 1350 pagina’s en dient dan ook nog eens een verhaal op dat iedereen eigenlijk al kent. Een al te uitvoerig voorwoord door de auteur wordt meteen gevolgd door een nog langdradigere inleiding, door Mann met slechts een zweem van ironie een ‘voorspel’ genoemd. Vraag mij niet wat het verschil is tussen de twee, want ik weet het niet. Terwijl ik mij hier doorheen ploeterde, begon ik steeds meer te vrezen dat de ogen groter waren geweest dan de maag. Halfweg de inleiding zat ik immers al met een halve indigestie, terwijl ik van het eigenlijke hoofdgerecht zelf, dat dan ook nog eens uit vier delen bestaat (of gangen, zo u wilt), nog geen woord had gelezen. Een kwestie van slikken en doordoen.

Tot mijn relatieve opluchting was ‘de rest’, om het nogal misplaatst uit te drukken, een weliswaar lijvig maar voor het grootste deel toch uiterst genietbaar relaas. Een pageturner wil ik het niet noemen, maar De verhalen van Jaäkob, die ringeloort en zich laat ringeloren, gingen in vergelijking met al het voorgaande uiterst vlot binnen. Vooral het hoofdstuk ‘Dina’ vormt een vroeg en welgekomen hoogtepunt. Met hernieuwde goesting las ik vervolgens over de levenswandel – of beter: misstappen – van De jonge Jozef. Uitvoerig (uiteraard) wordt beschreven hoe die zichzelf als een rasechte fils à papa ernstig in nesten werkt door een al te grote mond en een nog grotere eigendunk. Wie durft nog zeggen dat Bijbelse verhalen geen hedendaagse relevantie hebben?

De twee laatste delen, Jozef in Egypte en Jozef de voorziener, zetten deze goede lijn onverwijld verder, en meer dan dat. Een bijzonder hoogtepunt is het gesprek tussen onze protagonist en Farao. Dat de keuze voor deze laatste op Akhenaten, de beroemde ketter, is gevallen, is een spitsvondigheid die het geheel extra theologisch piment geeft. Ook de grote finale, de driedubbele confrontatie tussen de gebroeders en alles daaromheen, is zinderend en van buitengewoon hoog niveau.

Thomas Mann zal nooit mijn favoriete schrijver worden, maar je kan er niet omheen dat hij met elk woord een fenomenaal, onbeschrijflijk, en bij momenten ronduit onuitstaanbaar talent uitstraalt. De man is een genie van het gruwelijk zelfbewuste soort. Zoals ook bij De toverberg het geval was, heb ik verschillende passages twee, drie, zeven keer opnieuw moeten lezen, om dan uiteindelijk tot het tot nederigheid stemmende besluit te moeten komen dat ik ze eenvoudigweg niet snapte. Dat de auteur het naar het einde van zijn monumentale werk toe dan niet kan laten om zich tegenover de lezer zogezegd te verontschuldigen en te rechtvaardigen voor zijn naar eigen zeggen al te samenvattende vertelling, maakt de vernedering compleet, en mijn eigenste val in de put een feit.

“Bij het schone feest van vertelling en weer tot leven wekken speelt inkorten een belangrijke en onontbeerlijke rol,” zo heeft hij onder meer het lef te schrijven - mijn gat! Mann herhaalt zijn vele ideeën talloze keren, telkens net iets anders verwoord in al te lange formuleringen waarmee hij in oneindige cirkels rond de kern blijft draaien. Bij herhaling om horendol van te worden, maar wat is diezelfde kern anderzijds bijwijlen, wanneer we er dan uiteindelijk toch in alle helderheid zijn aanbeland, o zo universeel en wondermooi! Mann doet je verzuipen in een zee van mooie maar overbodige woorden en reeds al te vaak herhaalde zaken, om je dan te langen leste een prachtige reddingsboei toe te werpen. Vaak nog net op tijd, evenzo meestal gewoon te laat naar mijn goesting.

Het mythische en het alledaagse worden doorheen het volledige boek lustig met elkaar vermengd, als het onderscheid tussen beide zelfs niet geregeld met nadruk wordt ontkracht. Hier zit echter een spanningsveld: de verschillende personages hebben ieder hun eigen karakter, sterktes en zwaktes, en in die zin worden ze zeker niet weinig uitgediept ten opzichte van het bronmateriaal. Maar wanneer ze aan het woord komen, spreken ze al te vaak met één en dezelfde, welbespraakte en al te plechtstatige stem. Het voegt toe aan het mythologische karakter van de roman en maakt hem enigszins bovenmenselijk, wat zowel jammer als noodzakelijk is. Je leert de oudheid kennen en haar volkeren, en ook wel de mens, maar niet per se de mensen. De keerzijde hiervan is dan weer dat wanneer sommige personages per uitzondering dan toch eens uit hun rol vallen, dit een heel komisch effect heeft.

Beeld je even in dat we elke forumpost hier ooit geplaatst zouden aanpassen naar mijn (of gelijk wiens) pen en stijl, zonder de inhoud te veranderen. Hoezeer ik mij soms erger aan sommige pennen en stijlen, en anderen ongetwijfeld aan die van mij, dat zou toch een groot verlies aan menselijkheid betekenen!

De wereld van Jozef ademt dus mythische authenticiteit, en Mann geeft naast zijn hierboven bezongen en vervloekte schrijftalent ook nog blijk van een immense belezenheid in de oude geschiedenis, die hij over het algemeen op onnavolgbare wijze tot leven brengt. De weelderige beschrijvingen spreken zeer tot de verbeelding, maar er zijn ook zeldzame missers: ijzer in de bronstijd, ocelotten in Mesopotamië, en dan vergeet ik er nog wel enkele. Mogelijk zijn deze te wijten aan de vertaler, die zich voor het overige echter buitengewoon goed heeft gekweten van wat een absolute kutjob moet zijn geweest.

Samengevat: Jozef en zijn broers is monumentale, zware kost, die traag op gang komt, en het enige vijfsterrenboek dat ik eigenlijk niemand durf aanbevelen. Ieder moet voor zichzelf maar uitmaken of ze zulk een onderneming zien zitten. Vol bewondering als ik ben, zal ook ikzelf niet snel nog iets van Mann lezen. Wat volgt is slechts platte rust, terwijl ik alles verteer.
 
Laatst bewerkt:
Over lijvige boeken (en recensies, waarvoor mijn excuses) gesproken:


Thomas Mann – Jozef en zijn broers

Verandering van spijs doet eten, zegt men. Het (weliswaar bijzonder smakelijke) tussendoortje dat Vaders en zonen was, met moeite meer dan 200 pagina’s, moest dus noodzakelijkerwijs worden opgevolgd door een hoofdschotel om U tegen te zeggen. Wanneer dan zo lyrisch wordt gesproken over Jozef en zijn broers door onze eigenste @Avondland, kan een gulzigaard als ik (Boland zou mij wellicht een Hollebolle Gijs noemen, maar hij kan me de bout hachelen), met een voorliefde bovendien voor zowel het Oude Nabije Oosten als de Bijbelse mythen en hun universele waarheden, dan aan die noodlottige verlokking weerstaan?

Kennelijk niet.

Ietwat schuchter begon ik aan de dis, want deze Leviathan van een werk telt niet minder dan 1350 pagina’s en dient dan ook nog eens een verhaal op dat iedereen eigenlijk al kent. Een al te uitvoerig voorwoord door de auteur wordt meteen gevolgd door een nog langdradigere inleiding, door Mann met slechts een zweem van ironie een ‘voorspel’ genoemd. Vraag mij niet wat het verschil is tussen de twee, want ik weet het niet. Terwijl ik mij hier doorheen ploeterde, begon ik steeds meer te vrezen dat de ogen groter waren geweest dan de maag. Halfweg de inleiding zat ik immers al met een halve indigestie, terwijl ik van het eigenlijke hoofdgerecht zelf, dat dan ook nog eens uit vier delen bestaat (of gangen, zo u wilt), nog geen woord had gelezen. Een kwestie van slikken en doordoen.

Tot mijn relatieve opluchting was ‘de rest’, om het nogal misplaatst uit te drukken, een weliswaar lijvig maar voor het grootste deel toch uiterst genietbaar relaas. Een pageturner wil ik het niet noemen, maar De verhalen van Jaäkob, die ringeloort en zich laat ringeloren, gingen in vergelijking met al het voorgaande uiterst vlot binnen. Vooral het hoofdstuk ‘Dina’ vormt een vroeg en welgekomen hoogtepunt. Met hernieuwde goesting las ik vervolgens over de levenswandel – of beter: misstappen – van De jonge Jozef. Uitvoerig (uiteraard) wordt beschreven hoe die zichzelf als een rasechte fils à papa ernstig in nesten werkt door een al te grote mond en een nog grotere eigendunk. Wie durft nog zeggen dat Bijbelse verhalen geen hedendaagse relevantie hebben?

De twee laatste delen, Jozef in Egypte en Jozef de voorziener, zetten deze goede lijn onverwijld verder, en meer dan dat. Een bijzonder hoogtepunt is het gesprek tussen onze protagonist en Farao. Dat de keuze voor deze laatste op Akhenaten, de beroemde ketter, is gevallen, is een spitsvondigheid die het geheel extra theologisch piment geeft. Ook de grote finale, de driedubbele confrontatie tussen de gebroeders en alles daaromheen, is zinderend en van buitengewoon hoog niveau.

Thomas Mann zal nooit mijn favoriete schrijver worden, maar je kan er niet omheen dat hij met elk woord een fenomenaal, onbeschrijflijk, en bij momenten ronduit onuitstaanbaar talent uitstraalt. De man is een genie van het gruwelijk zelfbewuste soort. Zoals ook bij De toverberg het geval was, heb ik verschillende passages twee, drie, zeven keer opnieuw moeten lezen, om dan uiteindelijk tot het tot nederigheid stemmende besluit te moeten komen dat ik ze eenvoudigweg niet snapte. Dat de auteur het naar het einde van zijn monumentale werk toe dan niet kan laten om zich tegenover de lezer zogezegd te verontschuldigen en te rechtvaardigen voor zijn naar eigen zeggen al te samenvattende vertelling, maakt de vernedering compleet, en mijn eigenste val in de put een feit.

“Bij het schone feest van vertelling en weer tot leven wekken speelt inkorten een belangrijke en onontbeerlijke rol,” zo heeft hij onder meer het lef te schrijven - mijn gat! Mann herhaalt zijn vele ideeën talloze keren, telkens net iets anders verwoord in al te lange formuleringen waarmee hij in oneindige cirkels rond de kern blijft draaien. Bij herhaling om horendol van te worden, maar wat is diezelfde kern anderzijds bijwijlen, wanneer we er dan uiteindelijk toch in alle helderheid zijn aanbeland, o zo universeel en wondermooi! Mann doet je verzuipen in een zee van mooie maar overbodige woorden en reeds al te vaak herhaalde zaken, om je dan te langen leste een prachtige reddingsboei toe te werpen. Vaak nog net op tijd, evenzo meestal gewoon te laat naar mijn goesting.

Het mythische en het alledaagse worden doorheen het volledige boek lustig met elkaar vermengd, als het onderscheid tussen beide zelfs niet geregeld met nadruk wordt ontkracht. Hier zit echter een spanningsveld: de verschillende personages hebben ieder hun eigen karakter, sterktes en zwaktes, en in die zin worden ze zeker niet weinig uitgediept ten opzichte van het bronmateriaal. Maar wanneer ze aan het woord komen, spreken ze al te vaak met één en dezelfde, welbespraakte en al te plechtstatige stem. Het voegt toe aan het mythologische karakter van de roman en maakt hem enigszins bovenmenselijk, wat zowel jammer als noodzakelijk is. Je leert de oudheid kennen en haar volkeren, en ook wel de mens, maar niet per se de mensen. De keerzijde hiervan is dan weer dat wanneer sommige personages per uitzondering dan toch eens uit hun rol vallen, dit een heel komisch effect heeft.

Beeld je even in dat we elke forumpost hier ooit geplaatst zouden aanpassen naar mijn (of gelijk wiens) pen en stijl, zonder de inhoud te veranderen. Hoezeer ik mij soms erger aan sommige pennen en stijlen, en anderen ongetwijfeld aan die van mij, dat zou toch een groot verlies aan menselijkheid betekenen!

De wereld van Jozef ademt dus mythische authenticiteit, en Mann geeft naast zijn hierboven bezongen en vervloekte schrijftalent ook nog blijk van een immense belezenheid in de oude geschiedenis, die hij over het algemeen op onnavolgbare wijze tot leven brengt. De weelderige beschrijvingen spreken zeer tot de verbeelding, maar er zijn ook zeldzame missers: ijzer in de bronstijd, ocelotten in Mesopotamië, en dan vergeet ik er nog wel enkele. Mogelijk zijn deze te wijten aan de vertaler, die zich voor het overige echter buitengewoon goed heeft gekweten van wat een absolute kutjob moet zijn geweest.

Samengevat: Jozef en zijn broers is monumentale, zware kost, die traag op gang komt, en het enige vijfsterrenboek dat ik eigenlijk niemand durf aanbevelen. Ieder moet voor zichzelf maar uitmaken of ze zulk een onderneming zien zitten. Vol bewondering als ik ben, zal ook ikzelf niet snel nog iets van Mann lezen. Wat volgt is slechts platte rust, terwijl ik alles verteer.
Samengevat: Mann, Mann, Mann ...
 
Horst & Enger - Slagzij
De titel en cover hebben niets met het verhaal te maken, maar laat dat geen spelbreker zijn. Het was blijkbaar het derde verhaal over een inspecteur Blix maar ook zonder de twee vorige verhalen gelezen te hebben kan je perfect volgen. Het verhaal heeft een aardig tempo en valt nergens stil.
Ik heb het op 1 (vakantie)dag uitgelezen. Easy reading dus.
 
Christopher Ruocchio - Howling Dark (The Sun Eater #2)

Beter dan zijn voorganger, die ik al vrij goed vond. Gigantisch interessant universum, en die Marlowe begint me ook nog meer te bevallen. Het boek weet wanneer het als een trein door het plot moet denderen, en wanneer het zijn tijd moet nemen om alles te laten rijpen.

Ik ben helemaal verkocht. 4,5/5

Ruocchio heeft enkele novella's geschreven, die ik eerst zal verorberen eer ik me aan hoofdschotel nummer 3 zet.
 
Haruki Murakami – Kafka op het strand ***

Nooit eerder las ik een Japanse roman. Ik ken quasi niets van de cultuur en heb me nooit bijzonder aangetrokken gevoeld tot het land of de bredere regio. In de veiligheid van het eigen nest besloot ik mijn geografische vooroordelen echter opzij te zetten en eens een boek te lezen van onze vrienden van de rijzende zon. De keuze daarvoor viel, zonder specifieke reden of voorgaand onderzoek, op Kafka op het strand van Haruki Murakami, de man die er maar niet in slaagt om een nobelprijs te winnen.

Het boek behandelt in hoofdzaak twee verschillende verhaallijnen. Enerzijds volgen we een vijftienjarige jongen die van huis is weggelopen, anderzijds een nogal hulpeloze oude man die in de nasleep van een bizar ongeval met katten kan praten. In een dromerige wirwar aan gebeurtenissen, afgewerkt met een flinke scheut magisch realisme, komen beide uiteindelijk mooi samen.

Begrijp me niet verkeerd: op zich is het verhaal zeer te pruimen, en ik ben de eerste om het evangelie van het magisch realisme te gaan verkondigen aan eenieder die wil luisteren, maar wat voor mij hier toch ontbreekt, is een overtuigende fond. Het plot lijkt grotendeels gedreven door ongeloofwaardige ontmoetingen en dialogen, waardoor je het gevoel krijgt dat het magisch realisme als een soort kamerscherm moet dienen waar dan al die andere, nog moeilijker te verklaren zaken, die niets met het bovennatuurlijke te maken hebben, zich achter verschuilen. Zo schrijft een vrouw op een bepaald moment een brief naar een min of meer volslagen vreemde om in groot en voor het plot compleet overbodig detail een seksdroom van enkele decennia eerder uit de doeken te doen, als 'rechtzetting' voor het feit dat ze dit destijds blijkbaar had nagelaten te vermelden tijdens een interview. Ik kreeg nooit het gevoel dat er echte mensen of interacties beschreven werden, of het moet zijn dat Japanners gewoon verschrikkelijk vreemde vogels zijn.

Bovendien vond ik ook de schrijfstijl wat teleurstellend. Ik heb weliswaar geen flauw idee hoe goed het Japans zich leent tot rijkelijk bloesemende proza, of hoeveel daarvan verloren gaat in een vertaling, maar voor mij voelde het toch regelmatig erg beperkt en houterig aan, robotisch zelfs, en ook de puberale ondertoon vond ik storend. Mild als ik wil zijn, zie ik hier met de beste wil van de wereld geen nobelprijsmateriaal in.

En toch heb ik mij, ondanks al deze kritiek, op geen enkel moment met dit boek verveeld. Het plot gaat aan prima tempo vooruit, en Murakami weet de lezer betrokken en geïntrigeerd te houden met slim geplaatste hints en details. Het einde van elk hoofdstuk nodigt uit om meteen aan het volgende te beginnen, en doordat de verschillende verhaallijnen continu afwisselen, ben je voor je het weet drie uur en een paar honderd pagina’s verder, en wegen al die voorgaande bezwaren plots een pak lichter. Combineer dat met het dromerige sfeertje en je krijgt een boek dat zich uitstekend leent voor een weekendje, welja, op het strand. Een diepere boodschap heb ik er persoonlijk echter niet in gevonden.

Geen onverdeeld succes dus, maar ik ben desalniettemin blij dat ik deze gelezen heb. De vogelopwindkronieken heb ik hier ook nog liggen, maar dat zal zeker niet meer voor dit jaar zijn. Als eerste kennismaking met de Japanse literatuur viel dit echter goed mee, en ik ben erg benieuwd om, hopelijk binnenkort, Een zeeman door de zee verstoten van Yukio Mishima te lezen, en zo mijn blik nog wat verder te verruimen.
 
Laatst bewerkt:
Haruki Murakami – Kafka op het strand ***

Nooit eerder las ik een Japanse roman. Ik ken quasi niets van de cultuur en heb me nooit bijzonder aangetrokken gevoeld tot het land of de bredere regio. In de veiligheid van het eigen nest besloot ik mijn geografische vooroordelen echter opzij te zetten en eens een boek te lezen van onze vrienden van de rijzende zon. De keuze daarvoor viel, zonder specifieke reden of voorgaand onderzoek, op Kafka op het strand van Haruki Murakami, de man die er maar niet in slaagt om een nobelprijs te winnen.

Het boek behandelt in hoofdzaak twee verschillende verhaallijnen. Enerzijds volgen we een vijftienjarige jongen die van huis is weggelopen, anderzijds een nogal hulpeloze oude man die in de nasleep van een bizar ongeval met katten kan praten. In een dromerige wirwar aan gebeurtenissen, afgewerkt met een flinke scheut magisch realisme, komen beide uiteindelijk mooi samen.

Begrijp me niet verkeerd: op zich is het verhaal zeer te pruimen, en ik ben de eerste om het evangelie van het magisch realisme te gaan verkondigen aan eenieder die wil luisteren, maar wat voor mij hier toch ontbreekt, is een overtuigende fond. Het plot lijkt grotendeels gedreven door ongeloofwaardige ontmoetingen en dialogen, waardoor je het gevoel krijgt dat het magisch realisme als een soort kamerscherm moet dienen waar dan al die andere, nog moeilijker te verklaren zaken, die niets met het bovennatuurlijke te maken hebben, zich achter verschuilen. Zo schrijft een vrouw op een bepaald moment een brief naar een min of meer volslagen vreemde om in groot en voor het plot compleet overbodig detail een seksdroom van enkele decennia eerder uit de doeken te doen, als 'rechtzetting' voor het feit dat ze dit destijds blijkbaar had nagelaten te vermelden tijdens een interview. Ik kreeg nooit het gevoel dat er echte mensen of interacties beschreven werden, of het moet zijn dat Japanners gewoon verschrikkelijk vreemde vogels zijn.

Bovendien vond ik ook de schrijfstijl wat teleurstellend. Ik heb weliswaar geen flauw idee hoe goed het Japans zich leent tot rijkelijk bloesemende proza, of hoeveel daarvan verloren gaat in een vertaling, maar voor mij voelde het toch regelmatig erg beperkt en houterig aan, robotisch zelfs, en ook de puberale ondertoon vond ik storend. Mild als ik wil zijn, zie ik hier met de beste wil van de wereld geen nobelprijsmateriaal in.

En toch heb ik mij, ondanks al deze kritiek, op geen enkel moment met dit boek verveeld. Het plot gaat aan prima tempo vooruit, en Murakami weet de lezer betrokken en geïntrigeerd te houden met slim geplaatste hints en details. Het einde van elk hoofdstuk nodigt uit om meteen aan het volgende te beginnen, en doordat de verschillende verhaallijnen continu afwisselen, ben je voor je het weet drie uur en een paar honderd pagina’s verder, en wegen al die voorgaande bezwaren plots een pak lichter. Combineer dat met het dromerige sfeertje en je krijgt een boek dat zich uitstekend leent voor een weekendje, welja, op het strand. Een diepere boodschap heb ik er persoonlijk echter niet in gevonden.

Geen onverdeeld succes dus, maar ik ben desalniettemin blij dat ik deze gelezen heb. De vogelopwindkronieken heb ik hier ook nog liggen, maar dat zal zeker niet meer voor dit jaar zijn. Als eerste kennismaking met de Japanse literatuur viel dit echter goed mee, en ik ben erg benieuwd om, hopelijk binnenkort, Een zeeman door de zee verstoten van Yukio Mishima te lezen, en zo mijn blik nog wat verder te verruimen.
Mishima is the way to go. De novelle die je noemt is een mooi begin. Hopelijk zodanig verslingerd dat je aan zijn tetralogie Sea of fertility gaat beginnen met Spring Snow en Runaway Horses als uitschieters. The Temple of the Golden Pavillion is ook voortreffelijk.

Maar bekijk toch zeker Mishima van Paul Schrader met de magistrale OST van Philip Glass. Ik had die muziek op repeat in mijn hoofdtelefoon toen ik naar Japan ging.
 
Ernest Hemingway – The Old Man and the Sea **

Bij deze mijn sobere recensie van een sober verhaal over een oude man die een vis vangt.
Veel hoe, weinig waarom. Visser worden leek nooit onaantrekkelijker.
 
Christopher Ruocchio - The Lesser Devil (The Sun Eater #1.5)
Christopher Ruocchio - Queen Amid Ashes (The Sun Eater #2.5)


Twee novella's dus in het universum van Hadrian Marlowe. Ondanks de telkens toch ~175 pagina's is het verhaal wel vrij beknopt en zeer gelimiteerd in scope.
Op zichzelf stellen ze niet veel voor. Leuk om wat achtergrondinformatie te bekomen, in deel 1,5 over Crispin Marlowe (hopelijk komt die in één van de latere boeken wel nog aan bod, anders is dit vrij nutteloos), en in deel 2,5 over de barbaarsheid van zowel de Cielcin als onze mensheid zelf.

Ik had er meer van verwacht eigenlijk, voor die prijs. Heb er toch bijna 8 euro voor betaald, wat voor mij buitensporig veel is, en eigenlijk heb je er niet veel aan.

3,5/5, meer geef ik het niet.
 
Paul Aster - The New York Trilogy 4/10

Het boek destijds door de boekenclub hier aangekocht, maar er eigenlijk nooit toe geraakt. Een paar maand geleden hieraan begonnen en het heeft bloed, zweet en tranen gekost om erdoor te geraken.

Nu het boek uit is vallen veel stukjes op zijn plaats en begrijp ik het geheel wat meer, maar tijdens het lezen zelf had ik enorm veel het gevoel van pagina vulling te lezen zonder ook maar één meerwaarde in het verhaal. Net zoals de paginavulling mij stoorde, stoorde het holle plot en de continue dwaling van niks naar nog minder mij dus ook enorm in het verhaal. Dat verhaal is ook hetgene ik vooral miste in dit boek, met 1/3 van het aantal pagina's had ik mogelijks exacht hetzelfde geweten.

Aster zijn schrijfstijl is, voor mij althans, enorm vermoeiend waardoor het boek terug oppikken keer op keer een grotere opdracht werd, en het boek dus een heel pak zwaarder en complexer aanvoelde dan het waarschijnlijk was. Voorlopig geen nieuwe Aster voor mij, en als volgende boek terug iets wat een pak lichter is.
 
Skeleton Crew - Stephen King
Zal nooit een geweldige fan worden van short stories maar in deze collectie van King zitten wel een aantal toppers:
The Raft, Mrs Todds Shortcut, The Jaunt en The Reach allemaal van genoten. The Raft en The Jaunt zelfs bij het meest lugubere dat King ooit geschreven heeft vind ik.
 
Liefde in Tijden van Cholera - Gabriel Garcia Márquez

Op een dag afgelopen oktober toen ik de brievenbus ging legen, verwachtte ik hoogstens een rekening of de folder van de Colruyt, waarvoor ik me steeds vergeet uit te schrijven, te vinden. Echter moest ik een rechthoekig pakje uit de krochten van de pakjesbus loswrikken dat verdacht veel weg had van de vorm en gewicht van een boek. Uit zelfbescherming onderdrukte ik die gedachte nog even. Al van kinds af aan droom ik van een barmhartige correspondent die mij platonisch boeken cadeau zou doen, maar gezien ik net toen een bewogen week doormaakte, wou ik me in die 5 seconden die ik tot mijn voordeur aflegde niet te warm maken voor de teleurstellende onthulling indien de Colruyt dan toch ineens hun reclamefolders in boekvorm was beginnen drukken.

Toen ik het pakje openscheurde en de titel te voorschijn kwam, wist ik aan wie ik deze verrassing te danken had. Het lezen ervan stelde ik nog even voor me uit, uit twijfel of ik beter kon wachten tot ik beter in mijn vel zat en de inhoud niet te veel op mijzelf zou betrekken. Uiteindelijk zette ik me er toch toe, en dat heeft er volgens mij voor gezorgd dat de roman meer betekenis heeft gekregen dan als ik het op een later moment zou hebben gelezen.

Liefde in Tijden van Cholera gaat over de zoektocht naar een metgezel en zielsverwant. Over of je geluk kan vinden in de stabiliteit, maar ook vrede nemen met de voorspelbaarheid die een langdurige relatie te bieden heeft. En of het passie of waanzin is om je leven lang te blijven hunkeren naar een geïdealiseerd beeld dat misschien niet te bereiken valt, maar wel alles is wat je nodig denkt te hebben om gelukkig te zijn.

Deze twee vormen van liefde vormen de spil van het boek, en ze worden gaandeweg beide enerzijds beantwoord en anderzijds onbeantwoord gelaten. Dat klinkt als een tegenstrijdigheid, en misschien geeft dat ook goed weer hoe ik twijfel aan in welk kamp Marquez zich nu eigenlijk bevindt. Uiteindelijk doet het antwoord op die vraag er niet zoveel toe voor mij. Als 14-jarige liet ik me nog leiden door wat grote boegbeelden van de literatuur aan levenswijsheden te vertellen hadden (danku Oscar Wilde voor de kopzorgen die u mijn moeder heeft bezorgd toen ze zag dat ik mijn schoolagenda had vol geschreven met decadente en blaaskakerige spreuken), maar de kranige dertiger die ik nu ben draait minder gemakkelijk met de wind mee.

Hoewel de roman als kunstobject an sich niet even gedenkwaardig is als Honderd Jaar Eenzaamheid, zal ik me de details ervan toch langer blijven herinneren. Het is de afgelopen weken een troostende presence geweest die me heeft helpen reflecteren, en dat is een van de krachtigste dingen die boeken kunnen doen.
 
Heim - Caroline De Mulder
Het Lebensborn was een project van Himmler om het Duitse geboortecijfer terug te doen stijgen en zo een sterk, zuiver Arisch ras te schappen.
In Heim komen we terecht in Heim Hochland, de grootste "babyfabriek" van het project. We volgen 3 personages:
- Renée: een Française, zwanger van een Duitse soldaat die haar naar het Heim stuurt.
- Helga: een naïve jonge verpleegkundige die de rollen van secretaresse, verpleegster, wroedvrouw en kinderverzorgster moet op nemen.
- Marek: een Poolse gevangene die van Dachau komt en als dwangarbeider in het Heim wordt in gezet.

We schrijven 1944, de geallieerden zijn geland en de oorlog woedt volop in Europa maar in het veilig Heim is daar in eerste instantie niets van te merken. Langzaam sluipt de oorlog dichter en dichter en komt het vredige leven op losse schroeven te staan. Voor de ene betekent dat de hoop op een ontsnapping, voor de brengt het een hele andere blik op haar leefwereld mee.

Zeker interessant qua inhoud in thema. De uitwerking is wat minder: de wereld en sfeer in het Heimniet zijn ovetrtuigend maar niet elk personage is even interessant en ik had ook niet met iedereen een klik. Helga biedt het meeste interessante perspectief en heeft een paar mooie en inzichtrijke momenten. Qua stijl doet De Mulder me denken een Ellroy: voor het merendeel korte, snelle zinnen. Als fan van Ellroy vind ik dat zeker ok maar ik kan me inbeelden dat dat niet iedereen even goed bevalt.

Het einde was teleurstellend:
Het is een te gemaakt happy ending. Om één of andere redenen gaat ze een gitzwart pad af maar ze wil toch eindigen met een positieve noot.
Vreemd en imo paste het niet bij de rest van het boek.
 
Lee Child - The Midnight Line (Jack Reacher #22)

Meer een speurtocht naar een vermiste vrouw dan de pure actie dat we gewend zijn uit deze reeks. Het is wel een echte pageturner en ik kon het maar moeilijk wegleggen. Het was ook uit op vier dagen tijd.
Reacher vindt in een pandjeshuis een jaarring van een afgestudeerde van West Point, waar hij ook afstudeerde. Aangezien de grootte van de ring gaat het om een vrouw en omdat hij weet hoe moeilijk het was om dit te bekomen (voor vrouwen nog meer), koopt hij de ring en gaat op onderzoek uit om te weten wie ze is en waarom ze hem heeft weggedaan.
Hij doet dit uiteindelijk met een privédetective en later ook nog eens diens opdrachtgever. Na te weten te komen wie ze is, wil hij ook nog weten het waarom?
Heel weinig actie, twee knokpartijen buiten beschouwing gelaten in het begin en een schermutseling in een bos laat in het boek. Maar het las als een trein.

Lee Child - Past Tense (Jack Reacher #23)

Twee verhalen in een, die de laatste 100-tal pagina's in elkaar vloeien. Reacher gaat op zoek naar de roots van zijn vader en diens ouders, maar loopt op een ogenschijnlijk dood spoor.
Het tweede stuk gaat over een koppel Canadese toeristen op doorreis die vast komen te zitten in een afgelegen motel. Hoe die vork in de steel zit, is op zich vrij makkelijk te achterhalen, is al vaker verteld geweest, maar de hoe komt pas later aan bod. Min of meer tegelijkertijd wanneer Reacher zijn opwachting maakt in datzelfde motel.
Ten opzichte van het vorige verhaal, veel meer actie en geweld, ook omdat Reacher de redder in nood speelt voor een deerne, maar niet weet dat de knaap die hij een lesje leert, banden heeft met het midaadmilieu. De twee verhalen worden ook tezamen en door elkaar verteld.
 
Arrows of the Queen - Mercedes Lackey (Heralds of Valdemar #1)
Stond al een tijdje op het lijstje. Oprecht van genoten.
Las als een trein, houdt de spanning er in en gevuld met leuke karakters. Simpel geschreven maar goed gedaan. Een perfecte starter voor een fantasy verhaal in deze trend.

Het is een verhaal zoals we er wel meerdere kennen, gericht op jongere lezers, maar dat kan ik wel pruimen.
Het hoeft niet iedere keer 20 lagen diep te zijn en gevuld met kommer en kwel, het is soms genieten van dit soort "lichtere" fantasy in de trend van Feist, Terry Brooks, Sanderson, ...
Geef me een held(in), wat magie, interessante side characters en een queeste en je hebt me al half overtuigd.
 
Als wij schurken waren - M.L. Rio

Ik las het omdat het online vaak getipt werd als zijnde “voor de liefhebbers van De Verborgen Geschiedenis (Donna Tartt)”.
En het klopt ergens wel, ik snap waarom mensen dat zeggen. Daar stopt het helaas echter ook. Gedurende de hele leeservaring had ik het gevoel dat ik aan het lezen was in De Verborgen Geschiedenis van den Aldi.
Irritante, overdramatische nietszeggende personages en ditto acties. Van bij het begin zat iedereen in mijn allergie. Ik nam me voor om de eerste 100 pagina’s te lezen en dan te besluiten om te stoppen of verder te lezen. Rond pagina 100 kwam er een beetje vaart in dus ik besloot om verder te lezen. Ik bleef het echter nadien niet te bijster interessant vinden en heb er mij net niet moeten doorsleuren. Gelukkig las het als een kinderboek en ging het daardoor toch vlotter dan bij pakweg Bulgakov een paar maanden geleden.
Een paar overduidelijke plottwists en nutteloze randgebeurtenissen later was ik klaar. Wat een ongelofelijk kutboek. Stay away!
 
Wat een ongelofelijk kutboek. Stay away!

En ik heb dan een heel andere mening 😅 ik heb die 4.5/5 gegeven enkele jaren terug. Ik had wel moeite met The Secret History. Ik raakte daar totaal niet in meegesleurd. Al wil ik graag nog eens een poging wagen.

Ik moet wel toegeven dat ik wel fan ben van Dark Academia dus ik heb wel een zwak voor zulke boeken.
 
Terug
Bovenaan