Volg de onderstaande video om te zien hoe je onze site als web-app op je startscherm installeert.
Opmerking: Deze functie is mogelijk niet beschikbaar in sommige browsers.
Korte winters tegenwoordigNet terug van 29 dagen Australië en binnen een goeie anderhalve maand mag ik een weekje naar Egypte om te overwinteren.

Taxi!, Taxi!, Taxi!, Ferrari!, Ferrari!, Ferrari!, Excuse Me!, Excuse Me!, Hey!, Hey!, De tirade van openingswoorden door taxichauffeurs die de aandacht willen grijpen van niets vermoedende en nog op te lichten toeristen kent een verdere continuatie zoals ze dat al eigenlijk de hele week doet. Het is inmiddels een rite van mijn ontwakingsproces geworden omdat ik aan de straatkant van het hotel slaap. Wanneer deze aan onschuldig ogende toeristen smeekbedes worden ingezet, weet ik dat het tijd is om op te staan. Abdul – een taxichauffeur die participeert in dit stadscircus – heeft me twee dagen geleden nog uitgelegd dat dit het hoogseizoen is voor alle Egyptenaren om toeristen op te lichten.
In de zomer is het namelijk zo heet dat er geen toeristen zijn om op te lichten. En daar sta je dan als taxichauffeur annex oplichter. Nu moet er dus dubbel zo hard opgelicht worden aangezien westerlingen en Aziaten met te veel geld hun existentie willen valideren door een cultuuronderdompeling te bestellen in Luxor. Als lid van het genus Homo Sapiens Sapiens kan ik wellicht ook onderverdeeld worden in deze subcategorie en is het misschien wel mijn lotsbestemming om Egyptische taxibestuurders te vermaken met mijn onbestaande noodzaak voor transport aangezien alles op wandelafstand van mijn hotel ligt.
Ik geloof niet in het lot of andere bestemmingen of het zou de eindbestemming van mijn voetreis van vandaag moeten zijn: die brengt me naar de overkant van de Nijl. Hier bevindt zich namelijk de Tombs of the Nobles, een koninklijke naam voor graftombes van niet-koninklijke mensen. Het zijn architecten van Imhotep II uit de 18de dynastie of de hofnar van Ramses III uit de 19de dynastie. Namen die de geschiedenis al lang wil vergeten, maar omdat één of andere Egyptoloog met tijd te veel in een zandbank aan het bricoleren was en ontdekkingen heeft verricht, wordt dit nu academisch onderwezen. De wereld is sindsdien niet meer hetzelfde.
Mijn processie naar deze edele plek brengt me al gauw bij de eerste straatventer, het blijkt een eigenaar van een bootje te zijn. ‘Voor vijf dollar breng ik je naar de overkant’, roept hij enthousiast. Na een weekje in Luxor ben ik inmiddels getransformeerd tot forensisch expert van oplichters en het is duidelijk dat ik met een beginneling te maken heb. ‘Ik ken er die dit doen voor twee euro’, snauw ik hem af en ik wandel rustig verder. De beginneling moet zijn meerdere erkennen in mijn psychologische oorlogstruukje en vervoert me dus voor twee euro naar de overkant. Hij ziet nog wel enkele Aziaten rondlopen waarvan hij geld wil aftroggelen. ‘Wacht nog even hier’, gebaart hij en in sneltreinvaart spoedt hij zich de naar wandelende geldbeurzen afkomstig uit het grootste continent van deze planeet. Ik hoor hem iets in de trant van Ching Chang Tettenhang roepen en wat later druipt hij terug af.
Ik: westerling, relatief welgesteld, cultuurminnend en kosmopolitisch. Ahmed – laat ik voor het gemak deze straatventer Ahmed dopen – is daarentegen lokaal, verpauperd, sjachelaar en kleinburgerlijk. Twee verschillende werelden die elkaar net op deze plek in Luxor ontmoeten, maar universele waarden zoals plat racisme jegens Aziaten vereent. Soms is het wat zoeken, maar er zijn altijd dingen die ons als mensen met elkaar verbindt. In dit geval dus Aziaten.
Ahmed brengt me zonder te veel rompslomp aan de overkant en Ahmed II en Ahmed III hebben al hun hele leven lang gewacht om Taxi!, Taxi! Naar mij te roepen. Een wereld van desillusie overspoelt hen wanneer ik hun nochtans geestdriftige pogingen om me te vervoeren onbeantwoord laat. Bij mijn verblijf in Luxor heb ik inmiddels enkele tactieken ontwikkeld om de onmogelijk te ontlopen verzoeken van taxichauffers te beperken tot een tijdscontinuüm waar negeren en converseren zich als twee tot elkaar gelijkwaardige dimensies verhouden. Bij de meest efficiëntetactiek bezig ik de woorden ‘Ik vet, ik moet lopen’ en al gesticulerend verwijs ik naar mijn buikvet dat nochtans niet de verhoudingen aanneemt van een pensponytje. Klaarblijkelijk doe ik dat erg overtuigend, want na één, maximaal twee pogingen staken ze het vuren. Voor de zenuwwerking van mijn neo cortex is dit een gewonnen veldslag want zo verloopt de tocht naar de graftombes van de edelen erg vlot.
Wanneer de vierde taxichauffeur zich opnieuw snel laat afschepen, begin ik toch aan de merites van deze tactiek te twijfelen. ‘Werkt dit niet al te goed’, vraag ik me af. ‘Want zo’n blubbermonster ben ik toch ook weer niet’, zeg ik al instemmend tegen mezelf in mijn chaotische gedachten. Honderden meters lang word ik niet aangesproken door overijverige taxichauffeurs. Ben ik te min voor hen? Moet ik me nu echt als een onzedige lichtekooi – om niet te zeggen goedkope stoephoer – prostitueren om alsnog een taxi aangeboden te krijgen? Ahmed IV neemt mijn vertwijfeling weg. Taxi!, Taxi! Schreeuwt hij uit zijn volledig kapot gerookte longen wat ik vervolgens weer compleet negeer. Wat kan het leven toch mooi zijn!
Mijn wandeling brengt me langs de achtergelegen velden van Luxor waar bij de aanpalende dorpjes suikerriet wordt verbouwd. De tweede favoriete bezigheid van Luxorianen na het ongenaakbare toeristen oplichten. Ze kijken dan ook niet verbaasd op wanneer ik via een aardenweg passeer langs velden en huizen die opgetrokken zijn uit leem en klei. ‘Ah, een toerist die niet opgelicht wil worden, die laten we met rust’, hoor ik hen al denken. Of althans ik denk dat ze dat denken, in ieder geval is het een gedenkenswaardige gedachte. Wanneer ik bij de graftombes aankom, blijkt dat ik uiteraard het ticketbureau hebt gemist. Die staat immers niet op de niet-toeristische route, daar komen geen toeristen. Maar er is altijd wel een corrupte Egyptenaar die iets kan fixen.
Het zit namelijk zo: er zit een zekere rangorde in het oplichterswerk. Want goede oplichterij is vakmanschap en vergt toch wel een talenknobbel. Dus Egyptenaren die goed zijn in Engels zijn net wat corrupter en doortrapter die bijvoorbeeld Egyptenaren die enkel Frans kunnen. Helemaal onderaan de oplichterstrap staan Egyptenaren die enkel Arabisch spreken, een volk dat door de Engels- en Franssprekende Egyptische oplichtersgilde voor geen haar wordt vertrouwd en met een zelden geziene passie wordt geminacht. Maar de hoofdoplichter met een master in Engels fixt iets en dat uiteraard voor te veel geld. Ach, het is toch mijn laatste dag hier en de waardering voor het Egyptische pond in de rest van de wereld is zo nihilistisch dat ik het enkel hier kan gebruiken. En zo ben ik dus tien minuten later de gelukkige eigenaar van drie tickets van enkele graftombes.
Het bezoek aan de graftombes duurt korter dan ik verwacht. Deze tombes liggen verspreid over een terrein waar de demigurg van deze wereld met stenen over kakte bij het ontstaanproces. In deze stoelgang van zand en stenen zitten dus edelen geborgen. Ik neem de Lonely Planet er even bij om te bekijken welke tombes ik zeker moet bezoeken. Na de Valley of the Kings is dit toch een beetje pover: de kamers zijn klein, donker en niet zo goed bewaard. Het is hier wel een stuk rustiger en daarom toch misschien de moeite waard om te komen. Ook de moeite waard zijn de bewakers die opnieuw stuk voor stuk geld opeisen omdat ik hen vereer met mijn présence. Als asceet hecht ik echter weinig belang aan materiële dingen, een eigenschap die Ahmed V niet met me deelt en hij roept een Arabische krachtterm naar me toe. Het is een universele term die wellicht iedereen zal begrijpen, maar ik ben nu eenmaal geen homo universalis. Ach, het zal wel iets met mijn moeder te maken hebben die courtesane kwaliteiten wordt toegedicht waarvan ik het kind ben.
De laatste tombe blijkt gesloten te zijn en daarom komt Ahmed VI naar me toegesneld. De vele Ramsessen uit het oude Egypte maken het niet gemakkelijk om de juiste personen te identificeren, maar ik merk dat de voornaamnomenclatuur in al die millennia niet echt een duidelijke evolutie heeft ondergaan. Hooguit is Ramses nu omgedoopt tot Ahmed. De zesde telg van de Ahmednomenclatuur biedt me een persoonlijke rondleiding aan die ik totaal niet wil, maar omdat de tombe nu eenmaal is gesloten, kan ik dit niet weigeren. ‘Ah, interessant’ tuit ik tussen mijn lippen door met een ongeloof dat enkel de meest slechte verstaander kan overtuigen van mijn ongebreidelde vurigheid van deze gidsbeurt. Hij verwacht vanzelfsprekend smeergeld en nu kan ik er echt niet onderuit. Dertig Egyptische ponden dan maar uit de portefeuille. Met een blik die doet denken dat hij op zijn porseleinen troon zit en dan pas observeert dat het toiletpapier op is om de overtollige ballast uit het aarsgat te schrapen, stelt hij vast dat het briefje van tien dollar vals is. Het blijkt geplakt te zijn. ‘Dat is dan jammer’ probeer ik nog tegen hem uit te leggen, maar dat is niet nodig. Aangezien hij onderaan de rangorde der zwendelaars staat, spreekt hij enkel Arabisch.
Wanneer mijn portie mystificateurcultuur is verhoogd voor vandaag is het hoog tijd om naar een andere tempel te gaan. Medinet Habu lees ik in de Lonely Planet. Het is de zevende of achtste tempel die ik alweer bezoek, ik ben de tel al kwijt. Is het indrukwekkend? Zeker en vast! Heb ik het allemaal al een keer gezien? Nou en of! Het is me moeilijk te enthousiasmeren wanneer de hiëroglyfen, tekeningen, zuilen, standbeelden en daken zo onverschillig zijn in hun verschilligheid. ‘Aan wie was deze tempel nu weer geweid’, doe ik mijn hersenen kraken totdat ik plotsklaps het antwoord hoor. ‘Ramses!’, ah die naam komt me bekend voor.
En zo gebeurt het dus dat ik me onttrek aan de toch wat overdadig aandoende cultuur. Ondertussen zie ik Ahmed VII met zijn taxi passeren. Hij ontlokt geen woorden van overreding om me in zijn stalen ros te transporteren. Ik bevind me op de toeristische route en toeristen met gezichten die smeken om besodemieterd te worden, hebben al lang mijn plaats in deze vakantiegangersmaatschappij ingenomen. Het laat me koud zoals de 22 graden van vandaag dat ook doet bij iedere Egyptenaar. Het gekende scenario om aan de overkant van de Nijl te geraken, heb ik al getekend in verbeelding: voor twee euro wil ik naar de overkant. Ahmed VIII doet nog zijn best om meer te vragen, maar de truken van de niet zo edele kunst van het oplichten heb ik inmiddels al bespeeld. Twee euro dus. Eenmaal aan de overkant, rest me er enkel nog een wandeling van één kilometer om terug tot bij mijn hotel te wandelen. Ik word echter nog vastgeklampt door Ahmed IX met de vraag of ik geen taxi wil. Zoveel volhardendheid wordt persoonlijk door mij beloond met een lieftallige ‘La shukran’ wat zoveel wil zeggen als ‘Nee, dank u’. Ahmed IX glimlacht en steekt zijn rechterduim op. Ik ben eindelijk aanvaard.
Dit beschrijft eigenlijk 100% onze reis naar Egypte en meteen ook de reden om er nooit meer naar toe te gaan en het ook af te raden bij al wie ik ken.Ik kom net terug van een weekje in Luxor (Egypte). Prachtige grafmonumenten en tempels hebben ze daar. Met name Abydos en Dendarah zijn magnifiek. Helaas werd ik echt continu lastiggevallen in Luxor waardoor het toch een grote afbreuk doet aan de reiservaring.
Ik had wat tijd te veel en ik moest het toch van mij afschrijven wat een therapeutisch effect geeft. De tekst is wel racistisch en cultureel ongevoelig, dus het is niet echt een reflectie van de realiteit. Die is namelijk veel erger.
Saksisch Zwitserland is enorm de moeite. Det hebben wij vorig jaar gedaan. Wel veel trapjes en laddertjes!Om de madam gerust te stellen:
Al geboekt voor in juli: saksisch zwitserland met een stop in Leipzig en Dresden. Ben eens benieuwd, een totaal onbekend stuk Duitsland.
Wel van plan de grens over te steken naar Tsjechië ook.
Madam wou niet vliegen met de zoon van 6 naar Dubrovnik
Voor de rest nog zien naar waar we kunnen gaan.
Daarvoor gaan ik en de zoon, madam gaat vloekenSaksisch Zwitserland is enorm de moeite. Det hebben wij vorig jaar gedaan. Wel veel trapjes en laddertjes!
ook varen op de Elbe staat op de planning.Om zeker te zijn (ik haal het er nu steeds uit bij de controle):
Bij de incheck controle luchthaven, moeten volgende dingen uit de handbagage of mag het erin blijven zitten:
- electrisch scheerapparaat
- oplader iPhone
-oplader laptop
Ik haal dat er nu steeds uit, maar hoe minder hoe liever.
Tnx
.Als één van de artsen binnen een team. Qua mechaniekers zijn er wel nog Belgen maar ook veel andere nationaliteiten…
Ik werk ongeveer 40 dagen per jaar voor het team.Is dat dan ook een fulltime baan of heb je er dan ook een baan naast (en hoe combineer je doe twee)?