De Vlaamse Bouwmeester moest de voorbije week tot crisiscommunicatie overgaan. Een uitspraak over de mobiscore, die op termijn gebruikt zou kunnen worden voor ‘intelligent sturend beleid’, kwam de dag nadien in de krant onder de kop ‘Bouwmeester doet voorstel om fiscale gevolgen te koppelen aan mobi*score’. Waarop de tegenstanders over hem heen vielen en Leo Van Broeck ten strijde trok tegen de ‘verkopping’ en de ‘vertwittering’ van de vaderlandse pers.
Het is niet voor het eerst dat Van Broeck in een storm belandt. Na zijn uitspraak dat nog langer vrijstaand bouwen ‘crimineel’ is, ontstond er evengoed commotie. ‘Ik had het over de overheid, niet over de burger’, zegt hij nu. ‘Oké, misschien was die erover, maar ik haalde er het meeste resultaat mee op het terrein.’ Na vijf jaar Bouwmeesterschap is hij ervan overtuigd dat onverminderd hameren op de zere plekken nog steeds het meest probate middel is. Een doordrijver laat zich niet snel temperen.
[......]
Sterk karakter
De architectuurwereld kent Van Broeck als een gedreven man met een hoge sense of urgency. Hij is sterk overtuigd van zijn visie en dat kan al eens botsen. Hij is een dominante man, met een sterk karakter, zeggen ook mensen die met hem samenwerkten aan het klimaatplan en die niet willen dat er nu een karaktermoord op hem gepleegd wordt.
‘Mensen worden afgeschrikt door zijn stijl. Hij is niet erg diplomatisch, maar hij gaat wel voor zijn verhaal. Je moet hem leren kennen. Het was duidelijk dat dit plan voor de klimaatjongeren heel belangrijk voor hem was en dat hij er zijn stempel op wou drukken.’
Voortdurend op dezelfde thema’s blijven hameren, heeft een tijdelijk effect, maar roept na verloop van tijd weerstand op. Dan wordt het discours bestraffend en drammerig, een opsomming van wat er allemaal fout zit, een verwijt dat regelmatig terugkeert.
‘De bouwmeester stelt het nogal scherp’, zegt An Rekkers. ‘Als de mensen telkens weer diezelfde zware uitspraken horen, worden ze die beu. Ik denk dat ze er zich voor afsluiten’. Joachim Declerck denkt dat mensen afhaken ‘als de spagaat tussen krasse stellingen en de dagelijkse realiteit te groot wordt’. ‘Dan gaan de grote, nochtans noodzakelijke veranderingen op de schop, niet het dagelijks leven.’
Ook de dwingendheid waarmee de marsrichting wordt aangegeven, stuit al eens tegen de borst. ‘Het is soms beangstigend wat een beleid allemaal op een individu afvuurt’, zegt de vorige Vlaams Bouwmeester, Peter Swinnen. ‘Hoe groot je woont, waar je woont, de normen voor isolatie: alles wordt aan regels onderworpen. Het individu beknotten is een angstwekkende evolutie. Ik denk dat het belangrijk is om vaker met concrete en aantrekkelijke realisaties naar buiten te komen. We zouden in Vlaanderen tot een grotere experimenteercultuur moeten kunnen komen.Sommige mensen doen mee, anderen blijven liever even aan de zijlijn toekijken alvorens te beslissen. Fair enough. En wie niet meewil, die doet niet mee.’
Toch blijft Van Broeck bij zijn aanpak om niet te versagen. ‘Men is erop blijven hameren dat roken ongezond is. En ineens gebeurt het dan toch: het mag niet meer in publieke ruimtes. Mensen hebben jarenlang hun auto geparkeerd op de Grote Markt van Brussel. Na jaren aandringen, mag het plots niet meer. Misschien is de politiek bang voor de grote omslag waar we voorstaan. Net daarom moet je op dat thema blijven aandringen.’
Voortdurend op dezelfde thema’s blijven hameren, heeft een tijdelijk effect, maar roept na verloop van tijd weerstand op
‘Ik stel me op als een bliksemafleider voor electorale schade. Bruno Tobback zei ooit dat hij de oplossingen voor de milieuproblemen kende, maar dat hij niet verkozen zou worden als hij ze in zijn programma zette. Hij kan dat niet zeggen, maar ik wel. Dat maakt me niet tot een activist. De beste activisten zijn de wetenschappers. Ik sta niet alleen te brullen, maarik verspreid hun cijfers en studies. Ik stel me niet op als een activist, maar als een dokter. Ik zeg: als je zoveel blijft drinken, ga je minder lang leven.’
Politieke wrevel
Toch betwijfelen velen of Van Broeck met die doorgedreven aanpak bereikt wat hij voor ogen heeft. In de politiek groeit de wrevel, ook bij de voorstanders van een betere ruimtelijke ordening. Vlaams Parlementslid Wilfried Vandaele (N-VA) was de voorbije regeerperiode een van de voortrekkers van een betere ruimtelijke ordening, maar kan de commotie die Van Broeck telkens weer oproept, missen als kiespijn. ‘Hij heeft goede ideeën, maar gaat dan soms net dat stapje te ver en slaat zo de bodem onder een project weg’, zegt Vandaele. ‘Het netto*resultaat is soms negatief in plaats van positief. Zo maak je het politici die je voorstellen willen uitvoeren, bijzonder moeilijk. Ik vraag me af welke partij er de komende jaren nog een voortrekker wil zijn voor de betonstop.’
Met de mediastorm waarin Van Broeck deze week terechtkwam, is hij stilaan op het punt beland dat zijn optredens contraproductief worden. Hij spreekt met het gezag dat aan de Bouwmeesterfunctie kleeft, maar verbruikt daar bij elke passage in de media een stukje van. Zo wordt hij, alle rabiate inspanningen ten spijt, een lower impact man dan hij wil.
Sommige organisaties her*framen zijn pleidooien om ze aannemelijker te maken bij de achterban. VRP doet dat in zijn gesprekken met ontwerpbureaus en gemeentebesturen. An Rekkers: ‘Nu ligt de nadruk sterk op de trek naar de grootstad. Niet iedereen voelt daar iets voor. Wij denken dat we beter spreiden over verschillende goed ontsloten kernen van kleinere steden, zoals Tienen of Aarschot.’
Ook Bond Beter Leefmilieu zet de boodschap naar zijn hand. Erik Grietens: ‘Er is een karikatuur van hem gemaakt, maar dat heeft hij ook aan zichzelf te wijten. Het heeft niet veel zin om individuele burgers een schuldgevoel aan te praten. Wij leggen liever de nadruk op systeemverandering. Individuele mensen moeten we verleiden in plaats van ze schrik aan te jagen.’
Verleidingstechnieken
Verleidingstechnieken zijn ook waar Architecture Workroom Brussels op inzet. ‘We sluiten coalities met de burgers’, zegt Joachim Declerck, ‘en bevragen wat hun ambities zijn. Wat veel mensen in oude stadswijken en woonblokken beroert, zijn het vocht en de tocht in hun woningen. Een energietransitie zegt hen niets. Terwijl een renovatie en isolatie zowel nodig is voor hun individueel probleem als voor de energietransitie. Als je kunt aantonen hoe die twee zaken samenhangen, stapelen de argumenten zich op om mee te stappen in het verhaal.’
Daarbij komt de nood aan meer precisie en nuance. De prikkelende oneliners van Van Broeck verglijden en gaan een eigen leven leiden. ‘Ze worden al gehanteerd door projectontwikkelaars die in verkavelingen en langs steenwegen twijfelachtige appartementsblokjes beginnen te bouwen’, zegt Borret. ‘Ja maar, we moesten toch verdichten, voeren ze aan.’
‘Dat klopt’, zegt Van Broeck, ‘en dat is een probleem. Je moet selectief verdichten. Ontwikkelaars horen het woord “verdichting” en doen het overal. Terwijl het op kleinere plaatsen op het platteland geen goed idee is. Ik vrees dat het onvermijdelijk is.’
‘Kijk, ik zet graag een breek*ijzer in vastgeroeste ideeën. Maar een dokter die rigoureus komt zeggen dat je de keuze hebt tussen een ingreep of doodgaan, dat hoort men niet graag. Ik denk dat het dat is dat ik momenteel meemaak. Zou ik meer resultaat hebben gehaald als ik alles minder scherp had verwoord? Ik denk het. Ik denk dat ik de grenzen van het scherp verwoorden heb verkend. Het is een oefening. Maar de urgentie is groot. De planeet is op.’
Een halfuur later belt hij vanuit zijn auto. ‘Wat ik wou zeggen, is dat de situatie zo dringend is dat ik er vaak niet aan kan weerstaan om alarm te slaan. Het brandt en we moeten nu blussen. Als de brandweer uitrukt, verwijt je die toch ook niet dat haar sirene lawaai maakt?’
Toch weer een oneliner.