"Hoe betrouwbaar zijn paleoantropologische vondsten en hun interpretaties? Er zijn grenzen aan dit soort onderzoek. Ontdekkingen zijn tamelijk zeldzaam en zijn vaak onder twijfelachtige omstandigheden verricht, vooral in de begintijd. Zodra iets wordt opgegraven en naar elders wordt overgebracht, worden essentiële elementen – zoals de exacte ligging in de lagen – vernietigd en daarna is men afhankelijk van het getuigenis van de ontdekkers. Soms waren de vroege onderzoeksmethoden uiterst onwetenschappelijk, maar de eruit voortgekomen ontdekkingen werden serieus genomen. Moderne scheikundige en radiometrische dateringen zijn ook niet zonder hun beperkingen. Vervuiling kan de resultaten beïnvloeden, of voorlopig berekende dateringen worden soms verworpen of geaccepteerd op basis van argumenten die niet altijd duidelijk worden verteld of gepubliceerd. Wanneer een bepaalde ontdekking past in de op dat moment heersende theorie of op grond van theoretische overwegingen wordt verwacht, dan zal deze worden geaccepteerd zonder veel nader onderzoek. Als iets niet past in het patroon, wordt het òf genegeerd òf aangevallen en verworpen, maar niet altijd op basis van steekhoudende argumenten.
De reconstructie van skeletten en schedels heeft vaak tot verkeerde interpretaties geleid. Hoe kunnen wetenschappers een skelet reconstrueren op basis van fragmenten als niemand weet hoe het origineel eruit heeft gezien? Er bestaan veel vooroordelen en verwachtingspatronen op dit gebied, en de geschiedenis ervan zegt ons meer over de vooropgezette ideeën van de onderzoekers dan over de prehistorische volkeren zelf – getuige het onjuiste beeld van een gebogen lopende, woeste Neanderthaler. Lewis Binford – maar ook anderen – heeft bij veel van de vooronderstellingen van de paleoantropologie vraagtekens gezet en zijn mede-wetenschappers gedwongen naar hun eigen vooroordelen te kijken. Op de vindplaats in Zoukoudien, bijvoorbeeld, werden overblijfselen van Homo erectus, beenderen van uitgestorven dieren, en houtskool in de lagen gevonden, en de beenderen vertoonden tekenen dat erop was gekauwd. Conclusie: de hominiden maakten vuur, bedreven de jacht en aten dieren, en misschien een paar van hun lotgenoten. Binford wijst erop dat het vuur misschien natuurlijk was, en dat de dieren elkaar opaten en misschien ook een paar hominiden. Men kan niet zomaar de ene of de andere conclusie trekken zonder grondig onderzoek."