1.000 euro per maand
Zo had Patrick bijvoorbeeld een bedrijfswagen die hij moest inleveren. “Het eerste grote probleem”, vervolgt hij. “Want ik zou dus moeten investeren in een nieuwe wagen. Mijn vrouw heeft ook wel een wagen, die dienst doet als gezinswagen, maar ze heeft die zelf nodig voor haar werk. Een nieuwe wagen of een goede occasie kost me rond de 15 à 20.000 euro. Ik wil ook geen wrak kopen. Maar over twee jaar zou ik die alweer verkopen, want ik zie geen reden om twee wagens te hebben als ik met pensioen ga. Maar zet die auto weer te koop over twee jaar en hij is al gauw 6.000 euro minder waard. Doe daar nog verzekeringen, inschrijvingstaks, onderhoud en kilometers bij - ik reken op nog eens 2.000 euro - en een wagen zou mij uitgerekend 1.000 euro netto per maand kosten.”
“Bij de VDAB zeggen ze dan: ‘Je kan toch het openbaar vervoer nemen.’ Nee, da’s een ramp. Voor een traject van 15 kilometer ben ik dagelijks twee uur onderweg. Mijn vrouw had de test gedaan van Hoeilaart naar Halle, zodat ik bijvoorbeeld haar auto kon gebruiken. Maar da’s niet te doen. En wij wonen dan nog in de Vlaamse rand. Je moet niet vragen hoelang je onderweg bent als je in de uithoeken van ons land woont. In de eerste maanden van mijn zoektocht naar nieuw werk was ik naar een jobbeurs op de luchthaven geweest. Dat interesseerde me nog en werkaanbod genoeg, zoveel is zeker. Er is rechtstreeks busvervoer, zeggen ze dan, alleen wordt er geen rekening gehouden met het ploegenwerk. Wanneer je om 5.30 uur ter plaatse moet zijn voor de eerste shift, dan rijdt pas de eerste bus uit. Hetzelfde met avondwerk. Dan kan je wachten op de eerste bus ’s ochtends. Maar ik zocht verder naar jobs die me lagen. Zeker 50 sollicitatiebrieven stuurde ik uit, waarna ik misschien vijf keer reactie kreeg dat er iemand met een ‘beter’ profiel gevonden was. Maar we moeten er natuurlijk niet belachelijk over doen, als ik wil, heb ik volgende week werk. Maar dan wel in een totaal onbekende sector voor mij en dat vereist dan weer opleidingen. Allez, stel nu dat ik volgende week bij een slager ga werken. Ik ken een biefstuk en kotelet, maar er zijn zoveel verschillende soorten vlees dat ik ook daar een opleiding van maanden zou voor nodig hebben.”
‘Gemakkelijkere’ job
En dan hebben we het nog niet over het loon gehad. “Da’s het volgende probleem. Voor wat, hoort ook wat. Ik krijg nu 1.400 euro werkloosheidsuitkering. Na een jaar zakt dat naar 1.200 euro. Stel dat ik een nieuwe job en mijn doorgaans loon van 2.500 euro netto zou krijgen, min de kosten van de auto: dan gaat het over een verschil van 100 à 200 euro. Dat neemt motivatie weg. En stel dat ik een ‘gemakkelijkere’ job zou kiezen waar geen diploma voor nodig is, schommelen de lonen tussen 1.700 en 1.800 euro netto. Trek daar dan de kosten van openbaar vervoer af… en dan kom ik bij hetzelfde uit. Het verschil tussen de uitkering en loon plus kosten om te gaan werken, is gewoon te klein. Ik heb ook spaargeld, dus kan er zo voor zorgen dat ik geen boterham minder moet eten. Maar waarom zou ik dan meer financiële risico’s nemen en niet weten waar ik terechtkom, terwijl ik voor stabiliteit kan kiezen. Met alle respect, maar daar ga ik me niet meer moe voor maken”, aldus Patrick.