Brighton is toch niet "het grote geld" in het voetbal, dat is juist het toonbeeld van hoe een club geleid dient te worden. Lokale, succesvolle zakenman die eigenaar werd van de club en middels ongelooflijk slim beleid een stabiele middentopper wist uit te bouwen van een club die lag te spartelen in 3e klasse. En dan dat huzarenstukje nog eens herhaalde in een ander land, waarmee ze aantonen dat het geen geluk is maar effectief een doeltreffend beleid.
Dat niet alles perfect is, lijkt me in de wereld van het moderne voetbal te verwachten. Maar er lijkt me een wezenlijk verschil te zijn tussen het grote geld waarmee we (al dan niet schimmige) investeerders uit het Midden Oosten, Rusland, en China bedoelen die niet inzitten met het algemeen welzijn van een club, maar vooral achter prestige jagen en geen geldige long term goals voor ogen hebben. Er worden geen miljoenen in Union gepompt om dure vedetten aan te trekken, maar om systematisch een duurzaam beleid te ondersteunen.
Als elke Belgische club zoals Brighton/Union geleid zou worden, we zouden een veel gezondere competitie hebben.
Ge raakt zeker een aantal terechte punten aan, maar we moeten ook durven kritisch kijken naar hoe we ‘het grote geld’ in het voetbal definiëren. Vaak wordt er een subjectief onderscheid gemaakt op basis van
waar het geld vandaan komt (Midden-Oosten, Rusland, China = 'fout', West-Europa = 'oké' - of concreter: oliedollars = "slecht", gokindustriedollars = "goed"???), terwijl de
structuur en de impact op het lokale voetbal minstens zo belangrijk zijn.
Neem nu Brighton/Union: het is inderdaad knap hoe Tony Bloom met datagedreven beleid Brighton van 3e klasse naar stabiele Premier League-club bracht. Maar datzelfde model – met een eigenaar op afstand, spelerscarrousel tussen clubs, en Union als feitelijke ‘ontwikkelingsclub’ – verschilt in wezen niet zó veel van wat City Football Group met Lommel doet. Het is gewoon (voorlopig) kleinschaliger.
Sterker nog: de gelijkenissen met het Leicester/Leuven-verhaal zijn reëel. OHL was ook zogezegd ‘slim bestuurd’, tot de samenwerking stilviel en Leuven plots in een vacuüm viel. Als Brighton morgen de stekker uit Union trekt, wie blijft dan over? Wat blijft er dan van die zogenaamde duurzaamheid over?
Dat Union (nog) niet met miljoenen smijt, maakt het model niet automatisch ‘puur’. De structurele afhankelijkheid van een buitenlandse moederclub (zonder formeel zo genoemd te worden) zorgt voor sportieve instabiliteit, korte termijnsamenstellingen, en een moeilijk verhaal qua lokale identiteit. Dat wordt bij andere clubs terecht als problematisch gezien, maar bij Union plots geromantiseerd omdat het een gezellige club in een leuke wijk is.
Dus de echte vraag is niet:
is het beleid slim of succesvol? Maar:
is het wenselijk voor het Belgische voetbal dat clubs steeds meer filiaalstructuren worden binnen internationale netwerken — hoe sympathiek die ook verpakt worden?
Als er iets is dat ons Belgisch voetbal écht sterker maakt, dan is het clubs die niet alleen sportief succes boeken, maar dat doen vanuit een lokale verankering, met lange termijn visie en eigen identiteit. Succes in combinatie met gemeenschap. En daar wringt het bij Union voorlopig.
Misschien dat nog een paar extra unsurereactions op deze post misschien mijn ongelijk bewijzen!!!