Er wordt vaak gewezen naar Club Brugge als de structureel best geleide club van het land — en dat was een tijdlang ook terecht. Maar als je de sportieve balans van de afgelopen drie seizoenen nuchter opmaakt, dan mag je dat imago stilaan in vraag beginnen stellen. En drie jaar is een terecht timeframe, verder dan dat is al het verleden.
Club won sinds 2022 maar één landstitel en één beker. Voor een ploeg met het hoogste budget, de breedste kern en de meest stabiele centrale as in België (Mignolet, Mechele, Vanaken), is dat gewoon mager. Wil je het sportief palmares wat opkrikken, dan moet je alweer vijf jaar terug in de tijd. Dat is op zich al veelzeggend.
Het contrast met “armere” ploegen is opvallend. Union, dat met een fractie van het budget werkt, speelde Club twee seizoenen na elkaar in de titelstrijd op momenten letterlijk van het kastje naar de muur. Denk aan deze play-offs, waar Club tweemaal niet kon winnen van Union in money time. Of twee seizoenen geleden, toen Antwerp — ondanks alle chaos met Overmars, amateurisme in de communicatie en veel minder middelen gewoon wél met de titel ging lopen.
En dan hebben we het nog niet over het sportief beleid. Club had de voorbije jaren miljoeneninkomsten: Champions League, transfers (Lang, De Ketelaere, Nusa), commerciële groei... Maar wie durft beweren dat al dat geld goed gespendeerd is? Er kwamen trainers die al snel buitenvlogen (Parker, Hoefkens,...), een waslijst dure transfers met twijfelachtig rendement (denk aan Balanta, Buchanan, Nusa die nog steeds “potentieel” zijn, Jutglà die begon als revelatie maar wegdeemsterde, nu wel weer boven water komt...). En dat zonder dat er écht nieuw leiderschap is klaargestaan om de centrale as op te volgen.
Want stel je de vraag eens eerlijk: waar eindigt Club dit seizoen als Vanaken in januari geblesseerd uitvalt? Een speler van 32 die nog altijd het merendeel van de creatieve ballen verstuurt. En dan spreken we over een club met de grootste databank, scoutingcel en budget van het land.
Laat ons wel zijn: Club Brugge is niet Anderlecht van 2018. De clubstructuur staat nog, financieel is er geen paniek, en in Europa presteren ze redelijk constant. Maar dat mag geen reden zijn om de lat lager te leggen.
Wie zich topclub wil noemen, moet zich ook zo gedragen. Sportief, structureel en strategisch. Zéker als je zo een voorsprong hebt qua budget en middelen tov de concurrentie.