Maar die middelen zijn er nu toch ook al? Je hebt testen en huiswerk. Daar kan een inspecteur toch ook al naar kijken om te bepalen of een leerkracht incompetent is? En of het 1 leerling is die lastig is, of een hele klas (meer kans dat het aan leerkracht ligt).
Die extra administratie van doelstellingen en agendas in bepaald formaat etc is overbodige informatie die elders al kan gecontroleerd worden en heeft geen enkele link met leerkracht competentie.
Voer desnoods meer gestandaardiseerde testen in: als je leerlingen goed scoren moet je als leerkracht geen administratie doen. Indien niet, dan moet je wat meer papierwerk bewijzen.
Kijk, dit is precies waarom ik als leerkracht zo’n hekel heb aan het onderwijsdebat dat telkens opnieuw op sociale media wordt gevoerd. Iedereen lijkt het beter te weten dan de leerkracht of de school zelf; ironisch genoeg een houding die vroeger net met leerkrachten werd geassocieerd. Helaas is dat vandaag eerder een vakidioot die thuis zit met een burn-out en aftelt naar de volgende vakantie.
Zo werkt het dus niet. Inspectie vertrekt niet vanuit de vraag of een leerkracht “competent” is op basis van resultaten of klasdynamiek. Ze evalueert of een school kan aantonen dat ze het beleid en de regelgeving correct uitvoert. En net dat is de administratie waar leerkrachten over klagen. De doorlichting kijkt dus niet naar toetsen, huistaken of cijfers om conclusies te trekken. Die toetsen moeten gekoppeld zijn aan expliciet genoteerde minimumdoelen die je moet invoeren in het logge Smartschool. Gestandaardiseerde toetsen bieden weinig soelaas want die toetsen moet vergezeld zijn van een feedbackdocument dat ingevuld wordt door de leerkracht, én een blad voor zelfreflectie dat door de leerling zelf ingevuld moet worden. Je moet als leerkracht ook kunnen aantonen dat die zelfreflectie, voor zover ze serieus wordt ingevuld en leerlingen niet gewoon over 67 invullen, wordt geregistreerd in het leerlingvolgsysteem en dat eventuele problemen zoals niet kunnen samenvatten of plannen effectief worden opgevolgd. Zonder die administratie tellen ze simpelweg niet mee en scoort de school onvoldoende op vlak van ondersteuning, hoe goed ze pedagogisch ook zijn. Dit geldt de laatste jaren trouwens niet alleen meer voor de inspectie. Tegenwoordig komt ook de onderwijsadvocaat van de ouders in juni langs bij een beroep tegen een C-attest om elk papiertje en elke procedure te controleren.
Ter illustratie, ik geef Engels en Duits in de derde graad, en mijn vakgroep kreeg in november een waarschuwing van de doorlichting op inclusie. Begeleidingsmaatregelen voor leerlingen met een leerstoornis zijn er uiteraard wel, maar nog lang niet op maat. In de toekomst moeten we aan het begin van het schooljaar voor elke leerling met specifieke noden een lijst opstellen met individuele leernoden en maatregelen, in samenspraak met leerling en ouders. Concreet: sommige leerlingen krijgen toetsen mee naar huis om op voorhand te kunnen lezen, anderen gebruiken laptops met Sprint en weer anderen een alternatief programma dat wij daags voor het examen moeten leren gebruiken omdat ouders geen Google willen. Sommigen maken toetsen met voorleessoftware of oortjes, en enkele leerlingen worden zelfs vrijgesteld van delen van de leerstof. Dit geldt nog alleen voor dyslectische leerlingen. Ik heb ook leerlingen heb met mentale of gedragsproblemen, OKAN-leerlingen en zelfs één leerlinge die voor 90% doof is. Het idee dat je als leerkracht gewoon goed moeten lesgeven en dat de cijfers voor zich zullen spreken, is ondertussen helaas volledig achterhaald.
Wat mij betreft mag er trouwens gerust morgen en overmorgen les worden gegeven. Ik vind het makkelijker om voor de klas te staan en examens te overlopen dan samen met wat leerlingen die schoolmoe zijn te lunchen en een hele dag individuele gesprekjes te voeren met de leerlingen waar ik klastitularis van ben, en daar uiteraard telkens een verslagje van te schrijven in het leerlingvolgsysteem.
Tot slot een anekdote die illustreert waarom veel leerkrachten zich als een duivel in een wijwatervat weren wanneer het beroep nog maar eens door het slijk wordt gehaald op sociale media, vaak op basis van vooroordelen of uitspraken van enkelen. Voor de examens kreeg ik een stoel naar mijn hoofd geslingerd door een leerling met een slecht rapport. Ik verwijderde hem uit de les, gaf strafstudie en wat taken en eiste excuses die er uiteindelijk nooit zijn gekomen. Ik nam ook contact op met de ouders, en de vader vertelde aan de telefoon dat het een zwaktebod was om zijn zoon uit de les te verwijderen. Ik kon maar beter zien dat ik ingevulde notities en een samenvatting had voor zijn zoon die in tegenstelling tot een leerkracht ’s avonds geen tijd heeft voor zo'n zever. Die jongens moest immers gaan voetballen.
Ik ben ervan overtuigd dat veel probleemgedrag en het daarmee samenhangende dalende niveau van ons onderwijs zouden kunnen worden aangepakt als het beroep maatschappelijk meer waardering kreeg. Jammer genoeg zitten we met een minister met weinig voeling met de praktijk, die bovendien graag de negatieve perceptie van leerkrachten lijkt te voeden. Leraren werken te weinig en ik zal alles oplossen door hen wat harder te laten werken.
En voor hier raciale conclusies worden getrokken: ik geef les op een bijna uitsluitend wit college met enkel ASO-richtingen.