Hoeveel energie spaar je uit door trager te rijden met een elektrische wagen? En hoeveel minder tijd verlies je dus aan een laadpaal? Mobiliteitsclub VAB stuurde twee mensen naar het zuiden, met twee identieke wagens. De één reed 100 km per uur, de andere reed overal de toegelaten maximumsnelheid. De “traagste” auto bleek 36 euro goedkoper af … én sneller ter bestemming.
Allemaal goed en wel, zo’n elektrische auto. Maar wat als je in de zomer naar het zuiden van Frankrijk wil rijden? Sukkel je dan niet van laadpauze naar laadpauze? Dat is de vraag die VAB Magazine wilde beantwoorden. Ze stuurden meteen twee auto’s op pad, maar slechts één mocht zo snel rijden als toegelaten. Die reed 130 in Frankrijk en 120 in België, de andere beperkte zich overal tot 100 km per uur – een snelheidslimiet die de koopkracht moet helpen verhogen.
De rit naar huis vanuit Montélimar, een stadje langs de Rhône tussen Lyon en Marseille, werd een wedstrijd waar een programma als Top gear spannende tv van zou kunnen maken. De snelste wagen kon tijdens het rijden dan wel telkens kilometers voorsprong bij elkaar rijden, maar moest die steeds weer afstaan tijdens het laden. Drie keer stonden ze broederlijk naast elkaar aan de snellader, en op het einde won... “Team Traag”.
En dat met dank aan de pitstopstrategie. De snelste auto moest liefst zes keer stoppen om in totaal meer dan 200 kWh bij te laden, de traagste auto kwam ervan af met vier laadbeurten van samen net geen 160 kWh. De droge cijfers: 12 uur onderweg voor 930 km, en daarmee 10 minuten sneller dan de snelle auto. Kostprijs voor de trage, met die dure snelladers langs de snelweg: 101,87 euro. Ruim 36 euro minder dan de zogezegd snellere collega.
“Elektrisch op reis gaan kan, maar met een plan”, zegt Mich Vergauwen van VAB. “We raden daarom echt aan om de maximumsnelheid te beperken tot 100 km per uur als je met een elektrische wagen op reis vertrekt. Er zijn nog te weinig snelladers voor het aantal elektrische auto’s, dus zeker tijdens de drukke vakantieweekends spaar je het best zo veel mogelijk laadbeurten uit. Je bent dan sneller ter plaatse én vermijdt dat je moet wachten.”
En wat als je met een volgetankte diesel- of benzinewagen zou gaan? Ben je dan sneller? Waarschijnlijk wel: in theorie doe je 9 uur en 15 minuten over de afgelegde afstand, al zijn de eet-, plas- en tankpauzes daar natuurlijk nog niet in meegerekend.
“We moeten afstappen van het idee om zo snel mogelijk op de bestemming te geraken”, zegt Mich Vergauwen. “Als je je niet haast onderweg, kom je uitgerust toe, omdat je om de 2 à 3 uur moest stoppen. Het is een mindset die moet veranderen. Ook met een benzine- of dieselwagen verbruik je trouwens minder als je trager rijdt. Maar dat is een verschil van 10 procent, bij de elektrische wagens ging het om 40 procent verschil.”