Archief - De ontwikkelingen binnen het Vlaamse onderwijs

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

[BE]Nevermore

Legacy Member
Jack zei:
Nevermore gij antwoord echt graag met een wall of text lijkt me.

'k Heb maar een relevant stuk te copy/pasten uit mijn thesis waar ik al die non-argumenten al heb besproken; maakt het zeer makkelijk voor mij ;)

Daarmee is de vraag wel nog niet beantwoord :D

WASP

Legacy Member
Deze topic gaat al lang niet meer over outputfinanciering in het Vlaams onderwijs. Ondertussen is een non-discussie over belastingen ontstaan die hier echt niet ter zake doet.
De argumenten die daarbij gebruikt worden zijn dan nog eens van erbarmelijke kwaliteit.
Ik kon het niet laten om te reageren, ik ben zelfs beschaamd in sommigen hun plaats.

Just my two cents

[BE]Nevermore

Legacy Member
WASP zei:
Deze topic gaat al lang niet meer over outputfinanciering in het Vlaams onderwijs. Ondertussen is een non-discussie over belastingen ontstaan die hier echt niet ter zake doet.
De argumenten die daarbij gebruikt worden zijn dan nog eens van erbarmelijke kwaliteit.
Ik kon het niet laten om te reageren, ik ben zelfs beschaamd in sommigen hun plaats.

Onderwijs gefinancierd met belastingen -> discussie over wie waarom daarvoor moet betalen als het over die financiering gaat lijkt mij zoals al meermaals gezegd redelijk relevant :) Een discussie over de financiering maar ge moogt niet over de financiering spreken?

'k ga er voor het gemak van uit dat ge met de rest van uw betoog niet op mij doelt :D

Benjamin

Legacy Member
Nog maar een poging om dit topic in goede banen te leiden.
Hier zie je wat de gevolgen zijn van outputfinanciering: Strengere eisen voor frauderend hbo - Opinie - de Volkskrant

Terwijl de exameneisen voor middelbare scholieren omhoog gaan, geeft InHolland diploma’s weg. Geen wonder dat hbo’ers steeds moeilijker aan een baan komen.

Schokkend bericht in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. InHolland geeft bijna 250 diploma’s weg aan hbo-studenten die niet aan de exameneisen hebben voldaan. Wanneer dit klopt – CDA-prominent Gerd Leers gaat voor InHolland op onderzoek – dan is dit een bericht om te janken. Want wat is de waarde van een diploma wanneer de opleiding de papieren weggeeft?

Op de voet
Ik volg de ontwikkelingen bij InHolland op de voet, want op de betreffende opleiding Media en Entertainment Management in Haarlem zitten ook ex-leerlingen van mij en mijn school. Ik ben benieuwd hoe zij reageren op de berichten. Zouden zij zich wel inzetten?

Cynisch is dat de goedkope hbo-diploma’s samenvallen met pogingen van staatssecretaris Marja van Bijsterveldt om het niveau op de middelbare school op te krikken. Na volgend schooljaar moeten havo en vwo-leerlingen gemiddeld een voldoende halen voor het centraal examen. Ook mogen ze nog maar één onvoldoende hebben voor de drie kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde. Dit zijn niet zo maar eisen. Voor sommige leerlingen betekent dit dat het havo- of het vwo-diploma niet meer haalbaar is. Op veel scholen worden zwakke leerlingen snel doorgelaten omdat ze na volgend jaar mogelijk in grote problemen komen.

Sinterklaas
Op zich is deze poging om het niveau te verhogen een prima streven. Wanneer echter tegelijkertijd het vervolgonderwijs Sinterklaas speelt met diploma’s, dan vraag ik me af waar deze hele operatie voor nodig is.

De misstanden bij InHolland staan natuurlijk niet op zichzelf. De financiering van het hbo lokt dit soort gedrag uit. Om dit te doorzien hoef je geen raketgeleerde te zijn. Een bevriende docent op een pabo (een hbo-opleiding) legde uit dat hij ook onder druk staat om studenten makkelijk aan diploma’s te helpen. Een student vroeg om een ontbrekend cijfer, dan zou hij geslaagd zijn voor de lerarenopleiding. De docent weigerde te tekenen zonder onderwijstegenprestatie. Hij kreeg meteen de directie van de opleiding op zijn nek. ‘Dat scheelt volgend jaar één fte op de opleiding’, was de waarschuwing van de directie. De student is inmiddels geslaagd.

Vangen bij diploma
Het grote probleem met het hbo is dat elke opleiding enorm veel geld misloopt, wanneer een student zijn studie niet afmaakt. Pas bij een diploma krijgt de opleiding betaald. Dat gaat om vele duizenden euro’s per student.
Het idee hierachter is natuurlijk dat de hbo’s maximaal geprikkeld raken om studenten tot de eindstreep te brengen. Maar dat is erg naïef gedacht. Zoals zo vaak blijken de oplossingen in de praktijk veel simpeler dan dat ambtenaren achter hun bureau konden bedenken.
‘Niet weggeven scheelt volgend jaar één fte op de opleiding’, was de waarschuwing.
Ambitieuze hbo-managers hadden natuurlijk snel door dat de eisen voor een diploma ook omlaag kunnen.

Weggeefspel
Het weggeven van diploma’s is een spel zonder nieten. De studenten klagen niet, hoewel de serieuze student hier natuurlijk wel de balen van heeft. Met de weggeefdiploma’s scoort de manager van de opleiding prachtige cijfers. Een promotie naar een hogere functie lonkt. De financiering van de opleiding is dik in orde en dus kan de opleiding ook fijn veel docenten aannemen.

Prestatiebonussen
Ik begrijp dat bij sommige hbo-opleiding zelfs prestatiebonussen gekoppeld zijn aan hoeveel diploma’s er worden gehaald. Het opleidingsmanagement zou dan een rechtstreeks financieel belang hebben bij het vermeerderen van het aantal diploma’s. Van onderzoeker Gerd Leers zou ik wel willen weten of InHolland ook met dit soort financiële prikkels werkt. Wanneer dat zo blijkt te zijn, dan hoeft Geert Dales, de InHolland-bestuursvoorzitter, zich niet zo verrast te tonen over de fraude onder zijn verantwoordelijkheid.

Integere docent
De enige tegenkracht tegen dit weggeefcircus zijn docenten die hun werk serieus nemen en eisen dat leerlingen ook prestaties leveren. Natuurlijk, de Onderwijsinspectie zou moeten controleren of de hbo’s zich aan de afspraken houden, maar ik heb de indruk dat deze toezichthouder niet bepaald grip heeft op de hbo-instellingen. Ik vraag me ook af of de inspectie wel eens naar werkstukken/scripties kijkt waarop de studenten beoordeeld worden. Vermoedelijk niet.

Wanneer het stelsel zo pervers is georganiseerd, dan is de integriteit van docenten de enige tegenkracht tegen de teloorgang van het hbo-onderwijs. Deze integriteit moet maximaal gekoesterd worden en dus is druk vanuit het management op docenten om studenten te laten slagen uit den boze.

Verliezer
De uiteindelijke verliezer van het gegoochel in het hbo is natuurlijk toch de student. Het is niet verrassend dat hbo-studenten steeds meer moeite hebben aan werk te komen. Vorige week kwam het bericht dat hbo-studenten grote moeite hebben om aan een baan te komen. Dit lot treft, niet zo verrassend, de kunstzinnige opleidingen.

Wel opmerkelijk is dat ook studenten met een economische hbo-opleiding net zo moeilijk een baan vinden. Bij beide opleidingen is 8 procent werkloos. Zouden werkgevers nu al weten dat een hbo-diploma geen garantie voor een hoogopgeleide werknemer meer is? Ik vrees het ergste.

Misschien moet Marja van Bijsterveldt net als op de middelbare school ook strengere eisen aan hbo-diploma's gaan stellen. Controleer dan wel even of het hbo-management zo vriendelijk is om zich aan de afspraken te houden.

Ace of Spades

Legacy Member
Excuses dat ik dit topic opnieuw oprakel, doch ik wou hier niet speciaal een nieuw onderwerp voor openen. Het heeft op zich niet direct te maken met de outputfinanciering van het hoger onderwijs, doch wel met de teloorgang van het Vlaams basisonderwijs. In dat opzicht achtte ik het opportuun om dit hier te plaatsen - het schetst een beeld van een onderwijs (in België) waar er een steeds grotere vervaging plaatsvindt van de 'eindtermen' waaraan een scholier of student dient te voldoen, of het nu in het basisonderwijs dan wel het hoger onderwijs is. De oorzaken zijn weliswaar verschillend, doch de gevolgen niet minder nefast. Indien Benjamin dit 'inpalmen' van zijn thread niet opportuun acht, mag dit gerust verwijderd worden; dan open ik er wel een nieuw topic over. Ik had het reeds "in de marge van het nieuws" geplaatst, doch daar is het verloren geraakt tussen de andere reacties.

Het volgende is een interessant opiniestuk (lang) over de stelselmatige verlaging van de standaarden (eindtermen) waaraan een scholier van het basisonderwijs dient te voldoen. Eigenlijk hallucinant, als je dit allemaal leest. Kennelijk is 'zich goed voelen' belangrijker dan een degelijk onderwijsniveau te handhaven. En dan is men verwonderd dat men taal, spelling en grammatica zo slecht beheerst en dat het algemeen kennisniveau zo bedroevend is...

Het Vlaamse onderwijs: het noorden kwijt?
24 / 08 / 2010



Aan het einde van vorig schooljaar kregen de lagere scholen in Vlaanderen een brochure met de vernieuwde ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Deze doelen en eindtermen werden goedgekeurd door het Vlaamse parlement en zijn geschreven door talrijke achtergrondmedewerkers en al dan niet zelfverklaarde onderwijsspecialisten. Zitten er in het parlement of tussen die theoretici mensen met realistische en liefst recente onderwijservaring? Wellicht niet. In dat land der blinden wil zelfs een eenogige onderwijzer geen koning worden. Het resultaat is een surrealistische bundel die aantoont dat de lat van het kwaliteitsniveau of steeds lager gelegd wordt, in een droomwereld schittert of op wereldvreemde veronderstellingen berust.

In het moeras der vaagheid

Voor alle duidelijkheid: “Eindtermen voor het lager onderwijs zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. (…) Het bereiken van de eindtermen zal worden afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie.”

Noodzakelijk en bereikbaar voor het leerlingenpubliek van iedere school afzonderlijk. Benieuwd wat het minimum zoal is en of het een beetje meer mag zijn? Verlaat dan alle zekerheden en alle hoop op duidelijkheid. Of wat dacht u van het volgende?

“De leerlingen voelen zich veilig in het water en kunnen zwemmen.” Als dat geen nobel doel is! Wenst u het iets concreter? De brochure vermeldt als voorbeeld hierbij: “De leerlingen beheersen een zwemslag.” Zo eenvoudig is het leven: een zwemslag. Een persoonlijke variant van de vrije slag? De poedelslag? De kikvorsslag? Of met een Franse slag? Wie lang genoeg bovendrijft - afstanden blijken geen belang te hebben - voldoet aan de normen. Bestudeer je iets nauwkeuriger de Vlaamse wateren dan is dit allerminst een verrassing. Eén derde van de gemeenten heeft geen openbaar zwembad. Scholen die zich naar een buurgemeente - of nog verder - moeten verplaatsen, zien dat andere verschijnsel, de maximumfactuur (die oplegt dat lagere scholen maximum 60 euro schoolkosten per jaar aan de ouders mogen aanrekenen), snel sport- of cultuuractiviteiten schrappen. Een kind hoeft toch niet kennis te maken met een echte schouwburg?

En waarom slechts één jaar zwemmen gesubsidieerd wordt, is duidelijk: meer is te duur wegens een ontbrekende infrastructuur maar rijkelijk voldoende voor de minimumdoelen. Scholen in de nabijheid van de Nederlandse grens die hun toevlucht hebben gezocht in een buitenlands zwembad ontdekken andere normen: drijven, bepaalde afstanden zwemmen in verschillende afgewerkte slagen en kledingzwemmen. Kinderen moeten zich ook veilig kunnen voelen in het water wanneer ze per ongeluk in een vaart zouden belanden. Realistische veiligheid.

Een taalregister kiezen

We bladeren verder in de bundel eindtermen. In de inleiding van het Nederlands vinden we volgende boeiende gedachte: “Al heel vroeg is een kind bekwaam in een bepaalde situatie een taalregister te kiezen.” Dit is absoluut een positieve benadering. De ervaring leert dat wat vandaag mondigheid wordt genoemd, heel vaak eenvoudige ongemanierdheid is. Juist wegens het niet aangepaste taalregister.

Zowel voor Nederlands als voor Frans staat communicatie hoog in het vaandel. Wat ontdekken we dan wanneer het over zelfexpressie gaat? “Bij het uiting geven aan gevoelens, verwachtingen, emoties enz. wordt geen rekening gehouden met een publiek. Zelfexpressie in taal is veeleer een kwestie van attitude dan een kwestie van vaardigheid.”

Daarnaast lezen we evenwel dat elke tekst voor een bepaald publiek bedoeld is. Op het laagste niveau staan de teksten voor de jonge spreker zelf. Daarna volgen bekende en onbekende leeftijdsgenoten, bekende volwassenen en als hoogste een onbekend publiek. Waar het over taalexpressie gaat, is het laagste niveau dus al voldoende. Voor verdere info verwijst de brochure naar de site “De lat hoog voor talen”. Volgt u nog?

Wereldoriëntatie

Een derde voorbeeld van de laag- en vaagheid vindt men zeker binnen “WO domein Tijd”. WO staat voor wereldoriëntatie of werkelijkheidsonderricht. Geschiedenis is in Vlaanderen immers uit het lager onderwijs geschrapt. Wat moeten de leerlingen nog kennen van de historische tijd?

“De leerlingen kennen de grote periodes uit de geschiedenis en ze kunnen duidelijke historische elementen in hun omgeving en belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken, situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdsband.”

Enkele bladzijden vroeger werd gesteld dat de geschiedenisindeling beperkt blijft tot vier periodes: Prehistorie/oudheid, Middeleeuwen, Nieuwe Tijden en Onze Tijd. Deze indeling laat volgens de brochure immers ruimte over voor zowel nadere specificering als voor vergelijking met andere culturen en tijdsrekeningen. Je zou haast spontaan beginnen applaudiseren. Helaas heb je om verschillen te ontdekken een basis aan zelfkennis, kennis van de eigen cultuur en geschiedenis nodig. Als het onderwijs het niet tot haar taak rekent om deze kennis en inzichten mee op te bouwen, waar halen de meeste kinderen dit dan vandaan? Valt dit als het manna uit de hemel?

Geen enkele ernstige burger is verbaasd dat er rondom ons cursussen eigen cultuurgeschiedenis worden georganiseerd. Die noodzakelijke achtergrond om taal, beelden, gebeurtenissen, verhalen minimaal te kunnen kaderen en duiden, worden hier niet tot de basis(school)inhoud gerekend. In die vaagheid is het niet moeilijk om het noorden te verliezen.

Dolend in de mist

Hoe is het onderwijs in zo’n erwtensoepdikke mist beland? Een van de ontegensprekelijke oorzaken van de ondefinieerbare snert is de actuele modieuze koorts van de geïntegreerde levensechte schoolaanpak. Thema’s en onderwerpen mogen dan in een leuke eenheidsverpakking zitten, de inhoud is voor de meeste leerlingen een catastrofe.

Topper van dit gebeuren is het leergebied wereldoriëntatie (WO). Dit bevat zes domeinen - natuur, techniek, mens, maatschappij, tijd en ruimte - die liefst niet beschouwd worden als zes leergebieden. Het magische woord is “multiperspectiviteit”. Bekijk liever alles vanuit verschillende invalshoeken en de leerlingen gaan ontdekken hoe alles in elkaar haakt, elkaar beïnvloedt en hoe daarin brongebruik een essentiële vaardigheid is die weerom op alle domeinen van toepassing is.

Mooi, denk je dan. De sterkere leerlingen zullen zo’n benadering appreciëren. Helaas gaat dit aan 75 % van de kinderen voorbij. Hoe zullen zij ooit wijzer worden in deze chaos? Ze hebben nooit een referentiekader aangeleerd gekregen die als kapstok voor die losse flodders informatie kan dienen. Ondertussen vermeldt de onderwijsbrochure met eindtermen, visie en achtergrond dat binnen WO bronnen beoordelen een logische vaardigheid wordt. Logisch? Zonder fundament dreigen de bronnen voor de meerderheid een martelend doolhof te worden. Kennen, instuderen, geheugentraining: die activiteiten ruiken te sterk naar kindonvriendelijke bezigheden.

Wiskunde

Deze aanpak is geen exclusiviteit voor WO. Ook de wiskunde lijdt daaronder. Betekenisvol en realistisch loopt alles in de soep. In één les krijg je een hap getallenkennis, een brok metend rekenen en een saus bewerkingen. Dit is de regel, geen uitzondering. Opnieuw: wiskundeknobbels verwerken dit. De anderen zwoegen, krijgen terloops extra toelichting en ontberen vooral de tijd om nieuwe technieken en methodes werkelijk in te oefenen tot de kennis of het inzicht zich heeft vastgezet. Dat deze aanpak op zijn minst rampzalig is, ontdek je nu zelfs via de rinkelende kassa van de uitgevers. Als je mag veronderstellen dat een nieuwe methode uitwerken (zelfs als deze gebaseerd is op een bestaande Nederlandse uitgave) toch enkele jaren in beslag neemt, en je merkt dat na amper vijf jaar een uitgever zo’n geïntegreerde methode vernieuwt (lees: herorganiseert), dan ruikt dit potje verdacht. Is het edelmoedig dat de uitgever een eerste proefjaar alle materialen gratis ter beschikking stelt? Schijn bedriegt. Niets gratis. Te betalen met uitstel. Schaamte? Blijkbaar niet. Met een grijnslach naar de kassa om de onderwijswereld die deze stinkende schande slikt.

Iets minder geurend, maar zeker niet helderder, is de taalbeschouwing. Het kan niet de bedoeling zijn om kinderen lastig te vallen met de zinsontleding van de onwaarschijnlijkste, kreupele en dubieuze zinnen. Of dat wil zeggen dat de taalbeschouwelijke begrippen rond een zin moeten beperkt blijven tot de termen zinsdeel, onderwerp, persoonsvorm en woordgroep? Dat lijkt opnieuw een erg zuinig minimumdoel. Toch is dat zo voor het Nederlands.

Hilarisch, of om te huilen, is de situatie wanneer dezelfde bundel vermeldt dat voor het vak Frans de leerlingen bezittelijke voornaamwoorden functioneel kunnen hanteren. Mag men veronderstellen dat zelfs zonder echte grammaticalessen (want zo goed als verboden) enige verklaring over het gebruik van die bezittelijke voornaamwoorden als nuttig en leerrijk zal worden ervaren? Probeer dat eens wanneer het begrip voornaamwoord voor het vak Nederlands geschrapt is.

Leer ons iets!

Een ander onderdeel in dit drijfzand is het verschijnsel “zelfstandig werk, contractwerk, groepswerk” in al haar varianten en benamingen. Ach, zonder discussie is zelfstandig en in groep kunnen werken een noodzakelijke sociale vaardigheid. Bedenkelijker als je ontdekt dat zo’n eerder vermelde wiskunde-aanpak twee derde van de lessen klasseert onder zelfstandig werk. Wat is het rendement van deze allicht goedbedoelde bezigheidstherapie als je het aantal uren in overweging neemt? In de hoogste jaren middelbaar onderwijs weerklinkt de vraag jaar na jaar duidelijker: “Geef ons alstublieft les! Leer ons iets! We hebben een schoolloopbaan en een buik vol van dat groepswerk, van het profitartiaat van de ene en het zweet van andere maar steeds dezelfde plichtsbewuste slachtoffers.” En heel wat begeleidende ouders hebben daarbij voldoende punten verdiend om een eigen rapport te krijgen. Als studie na studie bevestigt dat de slaagkansen in de Vlaamse middelbare scholen zeer sterk afhangen van de opleiding en omkadering van de ouders, dan vraag je je ongerust af wat de zorg voor zwakkere leerlingen voorstelt.

Leer ons iets! Waar is trouwens in dat “zelfstandig werk” alle didactiek gebleven? Is men in dit onderwijs waar alles leuk moet zijn, vol moetjes en magjes, waar het vooral niet te veel moeite mag kosten, niet vaak de kernactiviteit uit het oog verloren? Een basisonderwijs moet een basis leggen, zo stevig dat gebouwd kan worden op de parate kennis, op het geoefende geheugen, op de inzichten en op een gestart referentiekader. Mogen we dat nog van een gewoon basisonderwijs verwachten? Of is het niet meer dan een veronderstelling?

Het veronderstelde onderwijs

In de inleiding van het domein Nederlands lezen we dat kinderen, of ze nu thuis Standaardnederlands, tussentaal, dialect of een andere taal dan Nederlands spreken, met de specifieke schooltaal moeten leren omgaan. Dat is vlugger gesteld dan gerealiseerd. Bij een massa leerlingen, welke variant van het Nederlands ze ook spreken, leeft een gevoel van reeds kennen. “Wat we dag in dag uit spreken, dat kennen we toch?” Nederlands verwordt zo tot een taalkundige valse vriend. Bovendien trappen leerkrachten massaal in dezelfde val. Van instructies in andere vakken tot specifieke leesopdrachten voor het vak Nederlands gaat men er te algemeen van uit dat het meegedeelde begrepen wordt. De resultaten van studies rond leerlingen met het Nederlands als tweede taal tonen helaas dat wantrouwen met betrekking tot het begrip de enige juiste houding is. Hoe vaak begrijpt iemand een mededeling niet omwille van de taal? Welke woorden of formuleringen - zelfs in de lesmethodes - overstijgen het begrip? Wie daarvoor alert is, wordt constant verrast door wat leerlingen vragen. Maar die leerlingen moeten eerst ervaren dat wat ze niet vragen aan hen ter verklaring kan voorgelegd worden. Kinderen moeten attitudes en strategieën ontwikkelen om goede taalgebruikers te worden, stelt dezelfde inleiding. Het zou al een stap in de goede richting zijn als de leerkrachten op die wantrouwende attitude zouden verderbouwen.

Een even vanzelfsprekende fantasie is de verwachting die geschetst wordt rondom het omgaan met schrijven en spelling. Een minimumdoel heet dat de leerlingen in hun geschreven teksten algemene regels als werkwoordvorming toepassen en de bereidheid ontwikkelen om hun werk spontaan na te lezen en bewust te reflecteren op hun taalgebruik. Als dat een minimum is, ben ik een tevreden mens! Ik ben er inderdaad van overtuigd dat de werkwoordvorming niet zo’n lastig punt is in de taal. Een heikel punt omdat het om de houding gaat. Lange tijden waren foute werkwoordvormen onvergeeflijk. Vandaag mag je van geluk spreken als je op hoger onderwijsniveau foutloze lesvoorbereidingen krijgt. Sinds alle studierichtingen steeds luider gelijkwaardig worden genoemd, en men er niet meer bij durft stellen dat wat achtergrond betreft er toch een verschil zou kunnen bestaan, lijkt men niet langer te durven eisen dat studenten die een jaar later zelf die inhoud in de klas moeten onderwijzen, die spellingregels kunnen toepassen. Of daarvoor een veilige attitude aannemen.

Als dat niet kan binnen een moedertaal, hoe hilarisch klinkt het dan dat het Vlaams Ministerie van Onderwijs verwacht dat leerlingen op het einde van hun secundair onderwijs ten minste vlot en vloeiend twee vreemde talen beheersen. Het zal bestaan in deze tijden waarin Franstaligen die Nederlands spreken steeds meer moeite hebben met Vlamingen die het Standaardnederlands hebben ingeruild voor een dialect of streektaal. Of valt het Nederlands reeds onder die twee vreemde talen?

Een basis waarop kan gebouwd worden

Het basisonderwijs veronderstelt een basis te vormen waarop kan worden gebouwd. Zou men dan niet beter ernstig nadenken wat de kernactiviteiten zouden moeten zijn? We lezen dat hoofdrekenen en schatten fundamentele wiskundige basiscompetenties zijn. Onmiddellijk en correct de tafels van vermenigvuldiging en deeltafels tot 10 hanteren. Het is geen grap: wie vandaag een klas aan het einde van een lagere schoolcarrière stil wenst te krijgen, vrage gewoon hoeveel 7 maal 8 is. Automatisering en memoriseren passen niet echt in een onderwijs waarin alles leuk moet zijn. Moeite is een vervelend verschijnsel. Wie heeft er ooit durven veronderstellen dat de verleuking de basiskennis zou ten goede komen? Denk bij die basiskennis niet alleen aan wiskunde maar eenvoudigweg aan alles wat met parate kennis en referentiekader te maken heeft.

Vaardigheden op het vlak van ICT zullen minder moeite kosten om te verwerven en zoals de brochure stelt vaker buiten de school verworven worden. Het onderwijs moet die vaardigheden aanreiken die de lerende in staat stellen om in de toekomst en buiten de school bepaalde taken op een effectieve, vaardige en creatieve manier uit te voeren. Opgemerkt wordt dat niet alle leerlingen in staat zijn dat allemaal buiten de school te verwerven. Zorg past in het onderwijs. Gelukkig. Een absolute basisvaardigheid om vlot en vaardig te kunnen werken, lijkt mij kunnen typen. Geen woord daarover binnen de eindtermen. Of veronderstelt men dat dezelfde kwetsbare groep typlessen op de vrije markt kan volgen? Dàt zal zeer snel boven heel wat gezins-maximum-facturen vallen. Wil of durft men daar geen basispunt van maken?

Geprezen zijn de vliegende inspecteursbrigades die in een doorlichting de scholen op de ware kern van de eindtermen komen onderzoeken. Vaak valt niet te discussiëren over de kernitems waarmee ze op pad gestuurd zijn. Minimumdoelen zijn heilig: minimum is vaak geen argument om te beweren dat een ruimer aanbod voor vele leerlingen uitdagend logisch lijkt.

Het noorden kwijt

Kunnen de geïntegreerde methodes of de WO-potpourri ter discussie gesteld worden? Dat is afhankelijk van de inspecteur in kwestie. Binnen de inspectie overleven hier en daar zelfstandige, kritische geesten. Toegegeven: uiteindelijk probeert de onderwijsoverheid toch één onverbiddelijk rechte lijn te trekken. Wanneer het resultaat van de doorlichting mee bepaald wordt door de samenstelling van de teams, dan is het systeem helaas weer niet meer dan van een veronderstelde objectiviteit.

Hopelijk volgt snel een nieuwe informatiebrochure met ontwikkelingsdoelen en eindtermen die de vaagheid, de mist en de veronderstellingen overstijgen en basiskwaliteit boven chronische modegrillen en trends durft plaatsen. De kwaliteit van het Vlaamse onderwijs: laat ons maar een poosje niet te hoog van de toren blazen. Voor wie het nog niet weet: aan de hand van de zonnestand of een kompas in de werkelijkheid het noorden bepalen is wel degelijk een eindterm. Letterlijk. Voor de leerlingen.

Jef Boden

(Jef Boden is leraar in het lager onderwijs)

Bron: De Redactie

Benjamin

Legacy Member
Ace of Spades, ik zou zelf dit opiniestuk hebben geplaatst als jij het niet had gedaan. ;)
Die outputfinanciering is niets meer dan een van de vele symptomen van een veel groter probleem in ons onderwijs. Veel van wat ik in dit opiniestuk lees wordt in Nederland al jarenlang hevig bekritiseerd door vakdocenten. Dezelfde incentives die in Nederland het onderwijs hebben verslechterd vonden hier ook plaats, politieke en idealistische motieven van zowel politici als onderwijskundigen hebben hier duidelijk een belangrijke rol in gespeeld.
Indien het opportuun is dan kan ik de titel van de draad aanpassen en een edit in mijn openingspost plaatsen om de discussie breder te maken, suggesties zijn welkom.

Benjamin

Legacy Member
Hier nog een interessant artikel: De Morgen Games - Pascal Smet wil games introduceren in de klas (1151838)

Het artikel gaat eigenlijk over het feit dat minister Smet games wil invoeren in het onderwijs maar het venijn zit nu letterlijk in de staart, in de staart van het artikel.

Smet wijst er voorts op dat dit schooljaar de nieuwe "vakoverschrijdende eindtermen" in voege treden. "Zeker in het secundair onderwijs komt het praktische daardoor meer aan bod en worden lessen meer competentiegericht."
In Nederland hebben velen er enorm veel spijt van dat er vakoverschrijdende eindtermen zijn ingevoerd. Natuurkunde en scheikunde zijn gedeeltelijk vervangen door mengelmoesvakjes waar noch leerlingen noch leraren tevreden over zijn en velen doen er alles aan om het competentiegericht onderwijs weer af te schaffen. BON is slechts de klokkenluider, andere specialisten en de meeste gewone burgers denken er net zo over.


Ik wil nog even terugkomen op een paar posts hierboven waarin InHolland wordt vernoemd in een krantenartikel. Een van de twee basiswerken van mechanica (Hibbeler) is vertaald door o.a. mensen van InHolland (de anderen zijn van de VUB). Op 1 bladzijde heb ik wel 3 fouten zien staan. Toeval?

Benjamin

Legacy Member
Persoonlijk vind ik deze trend een slechte zaak. Dat de hogescholen hun normen laten zakken vind ik op zich niet erg zolang ze zich geen applied university noemen en zolang de universiteiten zelf mogen beslissen ofdat ze een diploma van een bepaalde hogeschool aanvaarden, dat de universiteiten eveneens hun normen verlagen vind ik wel een groot probleem aangezien de universiteiten het hoogste niveau van theoretisch onderwijs verzorgen en hierdoor de plicht hebben om juist de beste studenten zo goed mogelijk te vormen.
Dit is in het belang van de maatschappij aangezien juist deze mensen in de toekomst onze bedrijven en ons land leiden, juist deze mensen technologische innovatie mogelijk maken enz.

Benjamin

Legacy Member
De Morgen Onderwijs - Smet wil komaf maken met opdeling ASO, TSO en BSO (1156853)

Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) heeft zijn eerste oriëntatienota voor de hervorming van het secundair onderwijs voorgesteld. In die nota stelt Smet een ingrijpende aanpassing van het middelbaar onderwijs voor.
Zo zou de klassieke opdeling ASO-TSO-BSO verdwijnen. De studiekeuze wordt gefaseerd, gaande van een brede algemene eerste graad tot een derde graad met richtingen die gericht zijn op de arbeidsmarkt of op hoger onderwijs. Het is ook de bedoeling om ook voortdurend bij te sturen. Sterkere leerlingen worden uitgedaagd, zwakkere leerlingen extra ondersteund.

"Mensen doen schitteren". Dat is de titel van de eerste oriëntatienota van de minister Smet over de hervorming van het secundair onderwijs. Voor Smet is het de centrale doelstelling van de hervorming om het beste uit elke leerling te halen. "Alle leerlingen moeten hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen", luidt het. De eeuwige discussie over kennis versus vaardigheden wil Smet de wereld uit helpen door het onderwijs vooral meer "competentiegericht" te maken.

Onderwijsverleden
Hoe ziet de voorgestelde hervorming er dan uit? Bij de overstap van basis- naar secundair onderwijs stelt Smet voor om een leerlingenvolgsysteem uit te bouwen. Nu weten secundaire scholen vaak niets over het onderwijsverleden van hun leerlingen. Dat moet veranderen. "Het is alsof je naar een arts gaat zonder dat die iets weet over je medisch verleden", aldus Smet.

Voorts zullen leerlingen enkel nog kunnen instappen in het eerste jaar secundair als ze een een getuigschrift basisonderwijs hebben. Wie geen getuigschrift heeft, moet naar een zogenaamd schakelblok. Leerlingen krijgen daar extra begeleiding en ondersteuning om later te kunnen inpikken of om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Er wordt ook nagegaan of de leerlingen bij de start van het secundair voldoende Nederlands kennen. Leerlingen die onvoldoende Nederlands kennen, zullen een taalbad moeten volgen of zullen extra taallessen moeten volgen in de eerste graad van het secundair. Minister Smet benadrukt dat het niet zal gaan om een echte "taaltest" en dat het niet de bedoeling is om leerlingen uit te sluiten.

Maatschappelijke vooroordelen
Een van de meest opvallende voorstellen is de afschaffing van de klassieke opdeling tussen ASO (algemeen), TSO (technisch), BSO (beroeps) en KSO (kunstonderwijs). Aan die opdeling hangen volgens Smet "maatschappelijke vooroordelen vast" .

Men wil komen tot een meer "gefaseerde studiekeuze" met een brede algemeen vormende eerste graad. Er wordt gewerkt met zes grote belangstellingsgebieden (bv. techniek en wetenschappen of taal en letterkunde). In het eerste jaar zal elke leerling een basispakket van 12 vakken volgen. In het tweede jaar kiest de leerling twee belangstellingsgebieden die hem het meest interesseren. Wie bijvoorbeeld kiest voor het belangstellingsgebied taal en letterkunde, krijgt dan mogelijk vakken als Latijn en Grieks. Wie kiest voor techniek en wetenschappen, krijgt mogelijk vakken als techniek en wiskunde.

Doorheen heel het secundair schooltraject wordt er voortdurend "gedifferentieerd". Enkele uren per week zullen sterkere leerlingen uitgedaagd worden met extra lesuren, zwakkere leerlingen krijgen de kans om achterstand in te halen. Waar de grenzen van die differentiatie liggen, valt nog af te wachten. Maar volgens minister Smet zou het bijvoorbeeld perfect mogelijk zijn om ook Arabisch aan te bieden in het differentiatiepakket.

Belangstellingsgebieden
Vanaf de tweede graad vertakken de belangstellingsgebieden zich in domeinen. Vanuit het belangstellingsgebied taal en letterkunde zou men bijvoorbeeld kiezen voor de domeinen klassieke talen en moderne vreemde talen. In de derde graad worden de leerlingen tot slot maximaal voorbereid op het hoger onderwijs of op de arbeidsmarkt.

De oriëntatienota "Mensen doen schitteren" wordt nu voorgelegd aan het onderwijsveld. Er komen nog twee andere nota's, met name over het onderwijslandschap en het personeel. Tegen eind 2011 moeten de drie nota's klaar zijn. Bedoeling is dat er tegen het einde van de legislatuur in 2014 een (ontwerp)decreet over de hervorming rond is. Zo kan de volgende Vlaamse regering werk maken van de uitvoering van de hervorming. (belga/sps)

ClayDavis

Legacy Member
Tom! zei:
Daar krijg je in een land als België ook veel voor terug.

Uw bewering klopt niet,

Zoek eens een paar efficientie studies op, meer belastingen minder kwaliteit. (Vb vind je in De Tijd van dit weekend)

Effectief ja (en das soms twijfelachtig), efficient nee.

Ten tweede snap ik ook niet hoe je het onderwijs democratischer kan maken op het onderwijs niveau zelf. Zowel lager/middelbaar mogen bijna niks kosten, hoger onderwijs is in Belgie goedkoper dan in elk Europees land. Ja het is niet voor iedereen mogelijk, maar aulas met 1000 studenten zijn ook geen avance. De enige manier dat je onderwijs goedkoper kan maken lijkt mij door opleidingen te geven zonder enige vorm van les.

De enige manier dat je ongelijkheden kunt wegwerken is door marginale ouders met hun kop tegen de muur te slaan om het zo te zeggen. Als u ouders school niet belangrijk vinden ga je het er ook zelden goed doen.

Benjamin

Legacy Member
hitman47 zei:
Ten tweede snap ik ook niet hoe je het onderwijs democratischer kan maken op het onderwijs niveau zelf.
Ik snap niet waarom het woord democratisch wordt geburikt waar toegankelijk wordtd bedoeld. :help:
Niet naar jou gericht maar naar de sossen.

Zowel lager/middelbaar mogen bijna niks kosten, hoger onderwijs is in Belgie goedkoper dan in elk Europees land. Ja het is niet voor iedereen mogelijk, maar aulas met 1000 studenten zijn ook geen avance. De enige manier dat je onderwijs goedkoper kan maken lijkt mij door opleidingen te geven zonder enige vorm van les.
Inderdaad.

De enige manier dat je ongelijkheden kunt wegwerken is door marginale ouders met hun kop tegen de muur te slaan om het zo te zeggen. Als u ouders school niet belangrijk vinden ga je het er ook zelden goed doen.
Intelligentie is voor het grootste deel genetisch bepaald, dit blijkt uit adoptiestudies van eeneiïge tweelingen.

Ace of Spades

Legacy Member
Ben ik nu de enige die de oriëntatienota van Smet ronduit lachwekkend vindt? Het mag dan wel ingegeven zijn door een terechte bekommernis (komaf maken met maatschappelijke vooroordelen en tegengaan van het 'watervalsysteem'), eens te meer worden de begrippen "iedereen moet gelijke kansen krijgen" en "iedereen is gelijk" met elkaar verward. Er is een fundamenteel verschil tussen die twee.

Een "gefaseerde studiekeuze" met "differentiatie" en "competentiegerichtheid" komt er op neer dat de klassieke onderverdelingen worden weggehaald. Op zich niet slecht. Maar hoe ga je daar vervolgens mee om? Een goede leerkracht begeleidt elke leerling op zijn of haar eigen tempo. Een minder goede leerkracht begeleidt de ganse klas op het tempo van de zwakste leerlingen. Zelf heb ik nooit les gehad van een goede leerkracht. Het is echter vooral de term "competentiegerichtheid" die mij grote zorgen baart.

Wie bepaalt wat de competenties zijn van een leerling? De school? Dan zullen we nog goed gaan lachen. Mijn vriendin presteerde gans het middelbaar zwak, en men vond dat ze moest afzakken naar BSO. Dat heeft ze niet gedaan, en nu is ze houdster van een doctoraal diploma.

Hoe kun je beweren het beste met de leerlingen voor te hebben als je niet in staat bent om hun competenties juist te beoordelen? Dat is geen haar beter dan het systeem dat ze pretenderen te vervangen. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat het voor de socialisten blijkbaar héél belangrijk is dat iedereen "op de plaats terechtkomt waar ze passen". En wie bepaalt dat? Niet die mensen zelf, zo blijkt.

De achterliggende bedoeling is nobel, en het is niet alsof de uitwerking op papier zo slecht is. Alleen kan je er donder op zeggen dat de praktische uitwerking zeer veel te wensen zal overlaten. Ons onderwijs zal er de dupe van zijn. In het licht van een eerder geciteerd artikel: "men moet zich goed voelen in de klas". Dat voorspelt weinig goeds.

(NB: de meeste van mijn ideëen zijn zelf links geïnspireerd, dus het is niet alsof ik op de kap van de socialisten zit omdat ik een ander gedachtengoed aanhang)

Benjamin

Legacy Member
Ace of Spades zei:
Ben ik nu de enige die de oriëntatienota van Smet ronduit lachwekkend vindt?
Nee, maar mensen begonnen in https://www.beyondgaming.be/archive/werk-studie.130/hervorming-secundair-onderwijs.746571 al hun gal te spuwen voordat ik deze draad had geupdate. ;)
In grote lijnen ben ik het weer met je eens.
Ik vind het alleen overbodig om met die etiketjes spelen, de inhoud van de potjes zal je er niet mee veranderen.
In Nederland hebben ze begin jaren 90 het VBO (BSO) gefuseerd met de mavo tot het VMBO, mede in de hoop van het slechte imago van het VBO af te geraken. Resultaat: dat nieuwe VMBO heeft het slechte imago van het VBO overgenomen.
Wanneer ik het woord competentiegericht lees dan houd ik mijn hart vast. In Nederland hield C.G.O. (competentiegericht onderwijs) in dat de klassikale lessen werden vervangen door het werken in groepjes en zelfstudie. Het resultaat zal je wel kunnen raden (hint: pubers hun brein is onvoldoende ontwikkeld om zelfstandig te kunnen werken wanneer ze dat niet leuk
vinden). ;)
De zwaksten in de groep leren en presteren niets omdat de sterksten in de groep het werk doen. Ondertussen krijgt iedereen een 6-7 omdat het een groepsprestatie is. Dit is zowat het tegenovergestelde van academische vorming.

Het mag dan wel ingegeven zijn door een terechte bekommernis (komaf maken met maatschappelijke vooroordelen en tegengaan van het 'watervalsysteem'), eens te meer worden de begrippen "iedereen moet gelijke kansen krijgen" en "iedereen is gelijk" met elkaar verward. Er is een fundamenteel verschil tussen die twee.
Inderdaad. Bovendien bestrijd je die vooroordelen niet, nu gaan mensen naar het profiel kijken i.p.v. naar de schoolsoort. Tel uit je winst.

Hoe kun je beweren het beste met de leerlingen voor te hebben als je niet in staat bent om hun competenties juist te beoordelen? Dat is geen haar beter dan het systeem dat ze pretenderen te vervangen. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat het voor de socialisten blijkbaar héél belangrijk is dat iedereen "op de plaats terechtkomt waar ze passen". En wie bepaalt dat? Niet die mensen zelf, zo blijkt.
Socialisten streven naar gelijkheid/gelijkwaardigheid (afhankelijk van de wijsheid van die socialist), socialisten die gelijkheid verwarren met gelijkwaardigheid beseffen dat je van BSO-ers geen ASO-ers maakt (hoeft ook niet! De probleemkinderen moeten gewoon niet naar het BSO maar naar het speciaal onderwijs) dus willen ze het niveau van de top verlagen. Socialisten die wel het verschil begrijpen beseffen hetzelfde maar accepteren dat een deel van de kinderen nu eenmaal niet goed wil en/of kan leren.
Die verwarring van veel socialisten tussen gelijkheid (iedereen even rijk en ontwikkeld) en gelijkwaardigheid (gelijke kansen) was voor mij de voornaamste reden dat ik het socialisme heb afgezweerd. Vroeger was ik een sympathisant van de PvdA (Nederlandse), sinds begin 2000 heb ik een aversie tegen deze partij ontwikkeld.
Dit werd veroorzaakt door:
- de weigering om aan goed immigratie- en integratiebeleid te werken
- de partijregel dat 50% van de verkiesbare leden een vrouw moet zijn en X% een allochtoon moet zijn
- geforceerd minimaal Y vrouwelijke ministers leveren terwijl duidelijk was dat deze vrouwen niet over de vereiste kwaliteiten beschikten
- het streven naar de middenschool (zoiets als de VSO), de invoering van de basisvorming en de vorming van het VMBO
...

De achterliggende bedoeling is nobel, en het is niet alsof de uitwerking op papier zo slecht is. Alleen kan je er donder op zeggen dat de praktische uitwerking zeer veel te wensen zal overlaten. Ons onderwijs zal er de dupe van zijn. In het licht van een eerder geciteerd artikel: "men moet zich goed voelen in de klas". Dat voorspelt weinig goeds.
Inderdaad.

Benjamin

Legacy Member
Smet wil alle leerkrachten met masterdiploma ook zo verlonen

(Belga) Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet wil leerkrachten met een masterdiploma voortaan steeds als master betalen, ook in het lager secundair onderwijs én het lager onderwijs. Dat zei hij maandag op een persconferentie. Een verlenging van de lerarenopleiding voor lager en lager secundair onderwijs zit er voorlopig niet in.

Aanleiding van de uitspraken van Smet is het ICCS-onderzoek dat de gebrekkige democratische en maatschappelijke attitudes bij Vlaamse scholieren heeft blootgelegd. Vlaanderen scoort "in het beste geval gemiddeld", maar op een aantal punten "slecht tot zeer slecht" in verhouding tot de rest van Europa. Concreet blijkt dat Vlaamse jongeren vaak erg apathisch staan tegenover politiek en participatie, weinig belang hechten aan democratische waarden, niet meteen te vinden zijn voor een multiculturele samenleving en weinig vertrouwen hebben in hun eigen standpunten over maatschappelijke kwesties. Belangrijkste oorzaak daarvan is het onderwijsbeleid en -systeem in Vlaanderen, onderstrepen de onderzoekers van de VUB en de Universiteit Antwerpen. Ze wijzen onder meer naar de ongelijkheid tussen scholen, de prestatiegerichte aanpak en de te korte opleiding voor leerkrachten in lager en lager secundair onderwijs. In een reactie zei Smet dat hij ook in de lagere jaren meer leerkrachten met een masterdiploma wil krijgen, "zonder te zeggen dat de bachelors het slechter doen". Concreet overweegt hij hen in de toekomst naar hun opleidingsniveau te betalen, waar nu iedereen nog een bachelorloon krijgt. Gevraagd of daarvoor voldoende middelen voorhanden zijn, gaf Smet aan dat er "altijd prioriteiten moeten gesteld worden". Over de andere pijnpunten plant de minister verder overleg. (LEE)



Verschillende media hebben de tekst letterlijk overgenomen van het perbureau en ze hebben enkel de zinnetjes wat veranderd. Dit tekstje komt van Smet wil alle leerkrachten met masterdiploma ook zo verlonen - Belga Politiek - Knack.be - Knack.be

Tweak37

Legacy Member
Dat zou een goede zaak zijn. Nog beter zou zijn om het niveau van de lerarenopleiding op te krikken, uiteraard.

Benjamin

Legacy Member
Een school moet niet misbruikt worden voor politiek. Wanneer je leerlingen onderwijst dan zullen ze zelf wel een goed beargumenteerde afweging maken over de multicultisamenleving, het immigratiebeleid (of het gebrek daaraan) en tal van andere politiek gevoelige kwesties. Dat leerlingen meer twijfelen aan hun meningen zegt mij weinig, dat kan net zo goed een positieve als een negatieve indicator zijn. Je kan pas een mening vormen over iets wanneer je voldoende over het onderwerp weet en het is positief wanneer iemand van zichzelf beseft dat hij te weinig over dat onderwerp weet, het kan, afhankelijk van het onderwerp en de leeftijd, negatief zijn dat iemand te weinig over dat onderwerp weet.
Kennis over instituties wordt al snel politiek gekleurd (zo zijn we erachter gekomen dat het CPB heel wat meer aan nattevingerwerk doet dan dat ons tijdens de economielessen is wijsgemaakt) en rechten en plichten van burgers zijn niet in steen gebeiteld maar afhankelijk van de samenleving waarin we leven.
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan