Archief - Het grote schrijvers-topic

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

Bart Religion

Legacy Member
Ja, terwijl hij dat denkt stapt hij van van het urinoir naar de lavabo om te snuiven en z'n gedachtegang wordt plots onderbroken door de drugs. Er wordt geconcentreerd op z'n gedachten ipv z'n handelingen.

Nochtans doe ik het origineel vast geen eer aan, aangezien ik het uit herinnering herschrijf ipv letterlijk over te nemen.


ff gekeken, dit is een origineel stuk
‘Wat is je punt?’
‘Ach, hou toch op. Die mooie ringen van Saturnus? Die leuke planeet waar we stickers van tegen het raam van onze kinderen plakken? Weet je wat dat zijn? Het is puin. Puin van een neergestorte maan. Dat bedoel ik, we worden voorgelogen. We romantiseren alles. Maar er is niks moois of romantisch aan. Weet u, die ringen hangen er volgens astrologen maar een miljoen jaar. Luistert u? Máár een miljoen jaar! Volgens hen, volgens hun redenatie, moeten we blij zijn met zoveel geluk omdat het zo ontzettend toevallig is dat ze er juist hangen tijdens ons korte bestaan. Daar moeten we van genieten, is de opvatting. Een miljoen jaar! Befjekutanus! Een miljoen! Wat voor referentiekader moet een mens in godsnaam hebben, wil hij daar nog wijs uit kunnen? Wat moet zoiets ons zeggen? Ik bedoel, wat betekent het? Weet je hoe ze afstanden meten in het heelal? In lichtjaren. Weet je hoever een lichtjaar is?’
‘Ik denk niet dat...’
‘Een één met dertien nullen. Flaplul! Dertien! Wat heb je aan die getallen als je hoofd er te klein voor is?’

Stiekem wel jaloers :scream: :p
Vind hem echt goed.

Musilitar

Legacy Member
Boeiende draad om te lezen!
Zelf schrijf ik ook al een tijd, eerst vooral poëzie en daarna (nu) vooral proza.
Zoals velen onder jullie had ik altijd zo iets van: nu heb ik geen tijd/inspiratie/ander excuus/misschien komt het er later wel eens van/etc...
Op een dag stootte ik echter op het NaNoWriMo (National Novel Writing Month) concept en besloot er op het laatste nippertje nog aan mee te doen.
Voor degene die het niet kennen: de bedoeling van NaNoWriMo is om in één maand tijd een boek van minstens 50.000 woorden te schrijven.
Vorig jaar in November heb ik dat dus gedaan, en net rond 50.000 woorden was het verhaal af (of heb ik het 'onbewust' af laten zijn).
Het is ondertussen april en ik heb nog steeds de moed niet gehad om het eens te herlezen, ik heb schrik voor het verschrikkelijke gedrocht dat ik heb afgeleverd, al ben ik toch ook trots op een bepaalde manier, ik heb tenslotte toch een klein boekje geschreven.
Ik las hier soms dat mensen 'zin moesten hebben in schrijven' om ook daadwerkelijk te schrijven, en dat dacht ik vroeger ook, maar mijn mening daaromtrent is sinds NaNoWriMo toch veranderd.
Als je jezelf aan het schrijven zet, al was het maar 30 minuten, en je gewoon schrijft en schrijft, dan zal daar op z'n minst één goede zin of één goed woord tussen zitten, en daar kan je dan weer mee verder.
Als je wil schrijven, zou je eigenlijk gewoon moeten schrijven, niet eerst wachten 'tot het juiste moment', al zijn zo'n dingen natuurlijk altijd voor discussie en menselijke uniekheid vatbaar.

Mijn 'boek' is uiteindelijk iets van een 68 A4 pagina's geworden, als iemand zin heeft om wat tijd te doden door het lezen van een onafgewerkt boek van een half-puberale 16 jarige dat eigenlijk helemaal nergens over gaat, laat het me weten.
Ik heb het zelf al gedeeltelijk herlezen, en heb er zware bedenkingen bij, het is een vreemd boek.

Schrijven zie ik mezelf nog wel even doen, en het enige dat ik hoop is dat ik in de loop van de tijd mijn eigen schrijfsels zal durven herlezen.

Even iets anders:

Wat zijn zo jullie 'schrijverseigenschappen', waarmee ik bedoel, wat zijn zo kleine dingen die jij altijd doet met taal, tijdens het schrijven, in verhalen, enzoverder.
Persoonlijk vind ik het ontzettend leuk om Engelse woorden te 'vernederlandsen', maar dan niet zoals 'downloaden' en 'sms'en' en dergelijke, maar bijvoorbeeld in plaats van 'downloaden' 'bestandsafname'.
Daar houd ik echt ontzettend van.
Ik ben een echte aanhanger van de Nederlandse taal, en snap helemaal niet waarom zoveel Nederlandstalige mensen die willen schrijven, in het Engels gaan schrijven.
Ze vinden dat Nederlands te gemaakt en vreemd klinkt, zelf vind ik dat Nederlands zwoel en scherp, geweldig gewoon...

Ach, het is toch iets boeiends die samenhang van letters...

Bart Religion

Legacy Member
Musilitar zei:
Wat zijn zo jullie 'schrijverseigenschappen', waarmee ik bedoel, wat zijn zo kleine dingen die jij altijd doet met taal, tijdens het schrijven, in verhalen, enzoverder.
.

Wat ik gaaf vind zijn referenties naar andere cultuur en het doorbreken van de zogenaamde 4e muur. Een boek dat zichzelf erkent als zijnde een boek als ware.
En sowieso het buiten de lijntjes kleuren vind ik gaaf. Ik word graag verrast.
Van enige pastiche ben ik ook niet vies. Zeker niet als gespeeld wordt met verschillende stijlen door elkaar en het boek in kwestie daarvan zeer zelfbewust van is.

Wat ik ook een gaaf idee vond was een verhaal over een schrijver die een boek schrijft. Bedoeling zou dan geweest zijn om zowel het hoofdverhaal als het verhaal van het personage te schrijven en ze gaandeweg door elkaar te laten vloeien. Helaas vrij onorigineel concept zo blijkt :)

Maar goed, ik ben wel aangetrokken tot niet-conventionele ideeën ivm literatuur. Maar echt, alles is al gedaan blijkbaar :(

Bart Religion

Legacy Member
Wie zijn jullie voorbeelden/invloeden/literaire helden eigenlijk?

Persoonlijk hou ik vooral van Amerikaanse literatuur.

Kerouac, Ellis, Palahniuk, Chandler, Vonnegut, Bukowski, Coupland en Danielewski zijn favorieten. Al ben ik zeker nog geen kenner, eerder beginner. Maar, men moet ergens beginnen zeker.

Ginsberg, Burroughs, Thompson & Fante liggen ook nog op de stapel.
Op Europees gebied vind ik Sartre heel goed en in ons eigenste taalgebied fan van Reve en jawel, Brusselmans. Die laatste is zowel over- als onderschat. Maar geniaal is hij, met momenten, zeker.
Qua jong talent beveel ik uiteraard Henk van Straten aan, van wie bovenstaand stukje afkomstig is.

Zogenaamde klassiekers zou ik ook graag lezen maar meestal is dat toch echt ploegen. Hemingway, Melville, Twain, Hawthorne, Lovecraft, Poe...

de Waaslandwolf

Legacy Member
Bart Religion zei:
Zogenaamde klassiekers zou ik ook graag lezen maar meestal is dat toch echt ploegen. Hemingway, Melville, Twain, Hawthorne, Lovecraft, Poe...
Ik ben al een tijd - aan en af - bezig het verzamelde werk van Poe te lezen. Dat ploegen moet ik, voor zijn schrijfstijl toch, tegenspreken: eens ik ermee weg was, ging het vlot vooruit. De pompeuze Engelse woordenschat valt uiteindelijk ook mee vind ik, al moet ik eigenlijk bij elke bladzijde toch wel minstens één keer naar een woordenboek grijpen als ik elk detail volledig wil vatten.

Het enige échte ploegwerk dat ik al gedaan heb is Shakespeare met originele spelling. Zou ik eens terug aan moeten beginnen, ik zit nog altijd ergens halverwege The Tempest. :D

Bart Religion

Legacy Member
Ja, ben van plan het nog eens een poging te ondernemen. Toch een decennium ouder en wijzer enzo ondertussen :)

DuffyT

Legacy Member
Musilitar zei:
Wat zijn zo jullie 'schrijverseigenschappen', waarmee ik bedoel, wat zijn zo kleine dingen die jij altijd doet met taal, tijdens het schrijven, in verhalen, enzoverder.
Persoonlijk vind ik het ontzettend leuk om Engelse woorden te 'vernederlandsen', maar dan niet zoals 'downloaden' en 'sms'en' en dergelijke, maar bijvoorbeeld in plaats van 'downloaden' 'bestandsafname'.
Daar houd ik echt ontzettend van.
Ik ben een echte aanhanger van de Nederlandse taal, en snap helemaal niet waarom zoveel Nederlandstalige mensen die willen schrijven, in het Engels gaan schrijven.
Ze vinden dat Nederlands te gemaakt en vreemd klinkt, zelf vind ik dat Nederlands zwoel en scherp, geweldig gewoon...

Ach, het is toch iets boeiends die samenhang van letters...

Als ik lang over een zelfde onderwerp schrijf heb ik de neiging om steeds andere synoniemen te gebruiken omdat ik niet graag 2 keer in een zin hetzelfde woord gebruik bv.: auto <-> voertuig. Ik gebruik ook graag quotes van bekende personen. Ik betrap mezelf er ook op dat ik veel liever in de derde persoon schrijf en liever "vertel" dan vanuit één iemand zijn "point of view" te vertrekken.

"Ze vinden dat Nederlands te gemaakt en vreemd klinkt"

IMO voor sommige genres wel (zoals fantasy en SF), hoe je het ook draait of keert, Engels past gewoon bij die genres niet dat ik geen Nederlandse fantasy/SF boeken lees;):p

PersonalJesus

Legacy Member
Bart Religion zei:
Ja, terwijl hij dat denkt stapt hij van van het urinoir naar de lavabo om te snuiven en z'n gedachtegang wordt plots onderbroken door de drugs. Er wordt geconcentreerd op z'n gedachten ipv z'n handelingen.

Nochtans doe ik het origineel vast geen eer aan, aangezien ik het uit herinnering herschrijf ipv letterlijk over te nemen.


ff gekeken, dit is een origineel stuk

Stiekem wel jaloers :scream: :p
Vind hem echt goed.

Leest echt leuk. :bow:

Flaplul :lol:

Brick Top

Legacy Member
Vind dat ook goed geschreven. Is relatief 'simpel' geschreven en toch komt dat enorm goed over op de lezer, chapeau.

Heren, ik ben volledig opnieuw begonnen met mijn verhaal omdat het veel te 'abstract' werd. Ik heb het wat proberen te concretiseren zodat ik een betere kapstok heb om m'n verhaal aan op te hangen. Zou iemand zo vriendelijk willen zijn om zijn of haar opmerkingen te formuleren? Komt ie!


Zestienjarige bakvissen wandelden binnen en buiten alsof het een openbare bibliotheek betrof, terwijl ze hun prille borstjes iets te veel kijk op de wereld gunden en de wind nauwelijks weerstand ondervond van hun rokjes (nu ja, rokjes). Ik voelde me strafbaar, enkel door er nog maar naar te kijken, al leek die schurfterige Albanees daar hoegenaamd geen last van te hebben. Misschien omdat ie te druk in de weer was met het bloed vanonder mijn nagels vandaan te halen? Verbranden, dat is wat ze moeten doen met die vorte portiers. Hun lijven laten likken door verzengende vlammen en hun wanhoopskreten onthalen op hoongelach. Vorte kutportiers! Dik tegen mijn zin wandelde ik terug naar de auto, graaide mijn identiteitskaart uit de middenconsole en koos opnieuw positie aan het einde van de rij wachtenden. Wederom twintig minuten aanschuiven, de avond had nauwelijks beter van start kunnen gaan.

&#8216;Was ik maar buiten gebleven,&#8217; dacht ik bij mezelf, en ik had nog maar net mijn entree gemaakt. Ik had het allemaal al zo vaak gezien; steeds opnieuw datzelfde decor, steeds dezelfde personages. Hun namen veranderden wel, en ook het accent dat hun taal kruidde was niet altijd hetzelfde, maar uiteindelijk ging het toch altijd om diezelfde, bordkartonnen personages. Ik kon ze zo onderhand wel dromen. Vroegtijdig andere oorden opzoeken was vanavond evenwel niet aan de orde. Een persoonlijke uitnodiging van een oude vriend had me tot deze opkomst bewogen dus de beleefdheid gebood me om plaats te nemen aan de tafel die men speciaal voor ons had uitgedost. Ik schudde iedereen de hand, de dames incluis, en nam plaats in een zeteltje dat erg comfortabel aanvoelde. Meevaller.

Vanuit deze gerieflijke positie kon ik het ganse gebeuren overschouwen, en daarmee doel ik dan voornamelijk op de dansvloer die ingepalmd werd door brimstige zeugen en bronstige pannenkoeken die zich een dreef door de nacht stonden te stampen. Komen die pannenkoeken soms van de band gerold? Met hun modieuze, zijden hemdjes die steevast een maat te klein worden gekocht, om nog maar te zwijgen van die verwijfde sjaaltjes. Kasthomofilie op zijn best. En de zeugen, vaak het ijkpunt van vijfentwintig zomers nog niet bereikt en toch was het vet bij velen alreeds van de soep, al was een gebrek aan vet meestal niet het probleem. Wanhopig trachtten ze zich een plaats in de kijker te dartelen waarbij niet werd gekeken op een ontbloot stuk vlees meer of minder. De suggestieve bewegingen van buik, borsten en billen slorpten alle aandacht van de pannenkoeken op, alsof de zeugen een soort van levenselixer huisvestte. Clichés zijn geen clichés omdat ik dat zo wil, maar wel omdat er altijd iemand bereid wordt gevonden om ons er op tijd en stond aan te herinneren waarom dat karakteristieke kenmerk, die ene gedraging of expressie van eigenheid nu weeral als cliché werd bestempeld. Ach, ik zag er de humor wel van in, plezier putten uit ergernis had ik trouwens al een tijdje tot kunst verheven, een mens moet iets.

Een plaspauze diende zich aan. Ik begroette de toiletdame met een glimlach en twintig eurocent in de aanslag, het toilet begroette ik dan weer op zijn beurt met deugddoend vochtverlies. Knijp, knijp, knijp. Schud, schud. Floep! Riiiiiiiiits. Geluid van kolkend water.

Op mijn weg terug viel mijn oog op de tafel naast de onze. Niet de tafel an sich natuurlijk, die interesseerde me geen ene moer. Het was me te doen om de deernes die deze tafel sierden, stuk voor stuk goed voorzien van oren en poten. Meteen moest ik denken aan wat mijn opa zaliger me had verteld op zijn sterfbed. &#8216;Hoe donker de dagen ook mogen lijken, eens goed van bil gaan zal u steeds het nodige licht toereiken!&#8217; En mijn opa zaliger, die kon het weten. Tijdens de zomer van 1942 hadden zijn twee jongere broertjes zich laten betrappen tijdens het smokkelen van een kilootje sacharine. En wat deed den Duits? Die naaiden de arme stakkertjes met hun ruggetjes aan elkaar, om ze vervolgens levend te begraven; hun hoofdjes neerwaarts gericht, hun voetjes uitpuilend aan de oppervlakte, turend over het erf, zoals kleine periscoopjes. Zowaar een knap staaltje Duitse Gründlichkeit. En mijn grootvader? Die sloot zijn dagboek ondanks alles af met een positieve noot. Want die dag had ie niet enkel zijn beide broertjes verloren, maar ook de dochter van de buren aan de overkant tussen haar benen beroerd, iets waarnaar hij al had uitgekeken sinds de dag dat ie zich zelfbewust waande. &#8216;Tijd heelt alle wonden mijne jongen, en seks is ne verdomd goede katalysator!&#8217; Opa had gelijk.

Een glimlach kon ik dan ook nauwelijks onderdrukken toen ik de tafel vol loslopend wild aan mijn keurdersoog onderwierp. Minstens één van deze gazellen zou mijn tot dan toe behoorlijk saaie avond kleur gaan geven, ik had ze maar voor het uitkiezen. Het gemiddeld IQ aan deze tafel oversteeg op geen enkel moment dat van een nat bierviltje, spoedig zou dit bonte gezelschap dan ook als een stel tamme kippen uit mijn hand eten, elkeen strijdend om het beste plaatsje. Al snel viel mijn oog op een dame wiens borsten me al gans de tijd aankeken op een manier die zich nog het best laat omschrijven als zijnde zaadvragend. Haar achtersteven leek zich bovendien goed te lenen tot het betere duw &#8211;en trekwerk, en dat trof; meer dan ik vanavond warm te maken was voor glad en steriel bochtenwerk kreeg ik zin in ouderwets kletteren op onverharde wegen. De dame in kwestie liet zich de extra aandacht alvast welgevallen en alles leek dan ook netjes volgens plan te gaan verlopen.

Dit heb ik in één ruk geschreven dus 't is mijn eerste 'klad'.

Massis

Legacy Member
"Zestienjarige bakvissen wandelden binnen en buiten alsof het een openbare bibliotheek betrof"

ge bedoelt dat er geen kat komt?


verder vind ik je schrijfstijl best aangenaam om te lezen, al moet ik eerlijk toegeven dat ik momenteel geen tijd heb om het helemaal te lezen...

Avondland

Legacy Member
De statige trap was een fenomeen op zichzelf en stamde nog uit de tijd dat de stad een bruisende metropool was waarin het ambtenarenleventje werd weggelachen onder een haast roesachtige sfeer van gelukzaligheid en schaamteloos vertier. Twee guitig lachende bronzen androgyne engeltjes keken met een dronken blik op oneindig naar het plafond en hielden beiden een lier en een kleine kruik vast; net twee saters die het noorden kwijt waren en extatisch opgingen in het gonzende feestgedruis. Beiden waren schaars aangekleed met een toga en droegen op hun hoofd een laurierkrans. De wijnkruik die drank, extase en geluk symboliseert, vormt tot op vandaag de dag het centrale logo van Café Centraal, hoewel het veel van haar allure verloren heeft. Het groteske plafondschilderij dat twee meter boven onze hoofden hing was vaag zichtbaar en stelde op zichzelf niet veel meer voor, maar in de oude glorietijd moet het een meesterwerk geweest zijn, dat een ode aan de vreugde wilde uitbeelden. Dat kon ik mij nog herinneren van de heropeningstoespraak die enkele jaren geleden werd gehouden door de eigenaar van dit etablissement, Ernest Morisson, een wat oudere man met een volle baard en diepliggende, kleine koolzwarte ogen. Vaag herkende ik een tijdloos tafereel dat leek op een drinkgelag, maar ook hier leek de tijd haar achterstand ingehaald te hebben. De eens zo geëxalteerde figuren die hun zinnen te buiten gaan in een feestroes zijn nu slechts vage iconen uit het verleden en zouden vandaag de dag zichzelf wellicht het leven benemen omdat de vreugde deze stad al lang verlaten had. Zij konden niet zonder vreugde en vreugde was een noodzakelijk middel om die feestroes te kunnen ervaren. Het klinkt net alsof vreugde een soort ketting is waaraan ze niet wilden ontsnappen.

Het is vreemd dat een eens zo broeiende verzamelplaats van het feestende kruim van de stad gedegradeerd is tot een bedrukt ontvluchtingsoord voor naar onthaasting smachtende ambtenaars en andere kantoorvogels. Zeker, de oude tijd was decadent en de aanwezigen in deze eens zo frivole plaats verspilden geld bij de vleet, maar waarom lijkt het dat die gelukzaligheid van vroeger zo plots verdwenen is en vervangen werd door een algehele sfeer van bedrukking, gehaastheid en conformisme? Zijn wij eerder geen slaven geworden in ruil voor dat beetje meer werkzekerheid? Maar dan stel ik me de vraag of die excessieve roes ook geen soort van slavernij was. Vreugde als ketting, weet je?

Al dit gepeins drong ook tot Sophia door: ‘het zet je aan tot nadenken, niet? Al die kleuren en lachende gezichten die zijn verdwenen voor zuurpruimen als wijzelf! Haha! Mijn grootmoeder vertelde me vroeger vaak over deze plek, toen ze in haar jonge tijd werkzaam was als een barmeisje. Vooral de verhalen over de talrijke muziekavonden vond ik zo intrigerend omdat de gehele zaal in de ban leek te zijn van de aanwezige muziekgroep’. 'Die verhalen wil ik dan nog wel eens horen', zei ik afwezig, maar keek toen op en lachte naar haar. Sophia glimlachte terug en hing haar jas met een zwier aan de kapstok, nam haar handtas en zette zich aan een tafeltje dat net verlaten werd door een ambtenaarskoppel dat al lachend opstond. Ik zwierde mijn manteljas nonchalant over een leegstaande stoel en nam de drankenkaart. 'Wat neem jij?' vroeg ik. ‘Ik neem dit keer eens die Vertigo-cocktail’ zei Sophia met een curieuze blik, ‘volgens een vriendin van me sterk genoeg om een avondje op door te gaan’. Ik was zelf niet gek van cocktails omdat ze vaak te duur waren voor wat het was. Meestal smaakten ze ook veel te zoet naar mijn smaak. Mijn oog viel op een Duvel, een krachtig biertje met een heerlijke afdronk. Oh ja, hier kon je ook een avondje op doorgaan. Ik haalde een handgerolde sigaar boven, stak hem met een oude aansteker aan en trok zacht om haar diepgelaagdheid en complexiteit te ontdekken. De rook vergezelde de muffe grijsachtige mist die de zaal vulde.

Er weerklonk een zacht geroezemoes van de aanwezigen en op de achtergrond speelde een oude jazzplaat met een krakerig geluid. De muren waren versierd met oude zangers, dansers en cabaretiers die in de oude dagen furore maakten op het podium dat nu leeg stond. Sophia keek rond. ‘Er is nog weinig volk hier, maar het is nog vroeg’ zei ik. We begonnen te praten over alles wat niet met werk te maken had. Het viel me al snel op dat ze iemand was die heel veel babbelde. Maar het was geen 'tetterkont' die alleen maar leeghoofdige opmerkingen kon maken over de stomste dingen. Het was niet alsof ze een knop omdraaide en begon te praten. Het is misschien niet belangrijk, maar een aantal dingen vielen me sterk op wanneer ik haar zag zitten. Misschien kleine dingen, maar toch net opvallend genoeg om je aandacht daar op te vestigen. Ze kneep haar ogen zacht toe als je tegen haar praatte, waardoor zij echt luisterde en haar rechterhand rustte zag op haar horloge alsof ze geen aandacht wilde schenken aan de tijd. Alsof ze een moment wilde vereeuwigen waarin de tijd geen belang meer had. Haar nagels waren gelakt, maar niet op een overdreven manier die je vaak wel zag bij oudere vrouwen die hopeloos jonge mannen probeerden aan te trekken. En haar blonde haar dat licht krulde was zorgvuldig bijeengehouden door een elastiek. Ik weet niet of blond haar eigen haarkleur was, maar het paste goed bij het zwarte satijnen jurkje dat ze aan had.

Ze nam een stevige slok van haar cocktail. De Vertigococktail was bekend vanwege haar kleurenpalet. Onderaan beginnend met het diepste zwart dat je je maar kon inbeelden wordt het palet langzamerhand helder met in het midden een paarse zone en bovenaan een melkachtig witte kroon. De overgang van donker naar licht was zo subtiel gecreëerd dat het haast zonde zou zijn om het evenwichtig gebalanceerde kleurenpalet te verstoren door de aanraking van het roerstaafje. Maar tot mijn verbazing ontstond door het roeren een opstuwing van de zwarte vloeistof onderaan die als een rijzende kolom langzaam naar boven dwarrelde. Deze verandering had veel weg van de hypnotiserende magmalampen die met hun langzame bewegende kleuren erg in trek waren. In tegenstelling daarvan was de Duvel die ik dronk eenzijdig goudkleurig, maar in het midden van het glas schoot een schijnbaar eindeloze zuil van zuurstofbellen naar het sterk schuimende oppervlak toe. Het leek op een tornado, die iedere keer wanneer het glas opgeheven werd en naar de mond werd gebracht, een sensuele kronkeling maakte alsof het de moeite deed om de reeds bezweken Duveldrinker te verleiden. Beide glazen werden haast gelijktijdig op de tafel gezet. De tornado kronkelde nog een tijdlang maar rechtte zich als een onbreekbare Dorische zuil. De schijn van onkwetsbaarheid kon met een lichte aanraking worden doorbroken, hoewel de zuil zijn basis niet zou verliezen en de onuitputtelijke bron van zuurstofbellen intact bleef. Is dat niet wat we zoeken? Een manier om de uitdagingen van het leven aan te gaan door ons aan te passen aan onze omgeving, maar altijd kunnen terugvallen op een basis? Zodat we toch een zekerheid, een houvast hebben zodat we niet zoals alle anderen telkens meedraaien naargelang de windrichting?

Hier nog een stevig stuk tekst van mezelf. Commentaar is uiteraard welkom. :)

Brick Top

Legacy Member
Massis zei:
"Zestienjarige bakvissen wandelden binnen en buiten alsof het een openbare bibliotheek betrof"

ge bedoelt dat er geen kat komt?


verder vind ik je schrijfstijl best aangenaam om te lezen, al moet ik eerlijk toegeven dat ik momenteel geen tijd heb om het helemaal te lezen...

Mmmm... Wat die openbare bibliotheek betreft heb je mss wel gelijk ja, erg duidelijk is dat niet. Wat ik wil zeggen is dat kortgerokte, minderjarige vrouwen zonder enig probleem binnen geraken, terwijl de portier tegen mij begint te neuten omdat ik m'n identiteitskaart niet bij me heb.

Mss toch aanpassen dan want je hebt daar wel een punt ja.

Estrebian

Legacy Member
Brick Top zei:
Vind dat ook goed geschreven. Is relatief 'simpel' geschreven en toch komt dat enorm goed over op de lezer, chapeau.

Heren, ik ben volledig opnieuw begonnen met mijn verhaal omdat het veel te 'abstract' werd. Ik heb het wat proberen te concretiseren zodat ik een betere kapstok heb om m'n verhaal aan op te hangen. Zou iemand zo vriendelijk willen zijn om zijn of haar opmerkingen te formuleren? Komt ie!


Zestienjarige bakvissen wandelden binnen en buiten alsof het een openbare bibliotheek betrof, terwijl ze hun prille borstjes iets te veel kijk op de wereld gunden en de wind nauwelijks weerstand ondervond van hun rokjes (nu ja, rokjes). Ik voelde me strafbaar, enkel door er nog maar naar te kijken, al leek die schurfterige Albanees daar hoegenaamd geen last van te hebben. Misschien omdat ie te druk in de weer was met het bloed vanonder mijn nagels vandaan te halen? Verbranden, dat is wat ze moeten doen met die vorte portiers. Hun lijven laten likken door verzengende vlammen en hun wanhoopskreten onthalen op hoongelach. Vorte kutportiers! Dik tegen mijn zin wandelde ik terug naar de auto, graaide mijn identiteitskaart uit de middenconsole en koos opnieuw positie aan het einde van de rij wachtenden. Wederom twintig minuten aanschuiven, de avond had nauwelijks beter van start kunnen gaan.

‘Was ik maar buiten gebleven,’ dacht ik bij mezelf, en ik had nog maar net mijn entree gemaakt. Ik had het allemaal al zo vaak gezien; steeds opnieuw datzelfde decor, steeds dezelfde personages. Hun namen veranderden wel, en ook het accent dat hun taal kruidde was niet altijd hetzelfde, maar uiteindelijk ging het toch altijd om diezelfde, bordkartonnen personages. Ik kon ze zo onderhand wel dromen. Vroegtijdig andere oorden opzoeken was vanavond evenwel niet aan de orde. Een persoonlijke uitnodiging van een oude vriend had me tot deze opkomst bewogen dus de beleefdheid gebood me om plaats te nemen aan de tafel die men speciaal voor ons had uitgedost. Ik schudde iedereen de hand, de dames incluis, en nam plaats in een zeteltje dat erg comfortabel aanvoelde. Meevaller.

Vanuit deze gerieflijke positie kon ik het ganse gebeuren overschouwen, en daarmee doel ik dan voornamelijk op de dansvloer die ingepalmd werd door brimstige zeugen en bronstige pannenkoeken die zich een dreef door de nacht stonden te stampen. Komen die pannenkoeken soms van de band gerold? Met hun modieuze, zijden hemdjes die steevast een maat te klein worden gekocht, om nog maar te zwijgen van die verwijfde sjaaltjes. Kasthomofilie op zijn best. En de zeugen, vaak het ijkpunt van vijfentwintig zomers nog niet bereikt en toch was het vet bij velen alreeds van de soep, al was een gebrek aan vet meestal niet het probleem. Wanhopig trachtten ze zich een plaats in de kijker te dartelen waarbij niet werd gekeken op een ontbloot stuk vlees meer of minder. De suggestieve bewegingen van buik, borsten en billen slorpten alle aandacht van de pannenkoeken op, alsof de zeugen een soort van levenselixer huisvestte. Clichés zijn geen clichés omdat ik dat zo wil, maar wel omdat er altijd iemand bereid wordt gevonden om ons er op tijd en stond aan te herinneren waarom dat karakteristieke kenmerk, die ene gedraging of expressie van eigenheid nu weeral als cliché werd bestempeld. Ach, ik zag er de humor wel van in, plezier putten uit ergernis had ik trouwens al een tijdje tot kunst verheven, een mens moet iets.

Een plaspauze diende zich aan. Ik begroette de toiletdame met een glimlach en twintig eurocent in de aanslag, het toilet begroette ik dan weer op zijn beurt met deugddoend vochtverlies. Knijp, knijp, knijp. Schud, schud. Floep! Riiiiiiiiits. Geluid van kolkend water.

Op mijn weg terug viel mijn oog op de tafel naast de onze. Niet de tafel an sich natuurlijk, die interesseerde me geen ene moer. Het was me te doen om de deernes die deze tafel sierden, stuk voor stuk goed voorzien van oren en poten. Meteen moest ik denken aan wat mijn opa zaliger me had verteld op zijn sterfbed. ‘Hoe donker de dagen ook mogen lijken, eens goed van bil gaan zal u steeds het nodige licht toereiken!’ En mijn opa zaliger, die kon het weten. Tijdens de zomer van 1942 hadden zijn twee jongere broertjes zich laten betrappen tijdens het smokkelen van een kilootje sacharine. En wat deed den Duits? Die naaiden de arme stakkertjes met hun ruggetjes aan elkaar, om ze vervolgens levend te begraven; hun hoofdjes neerwaarts gericht, hun voetjes uitpuilend aan de oppervlakte, turend over het erf, zoals kleine periscoopjes. Zowaar een knap staaltje Duitse Gründlichkeit. En mijn grootvader? Die sloot zijn dagboek ondanks alles af met een positieve noot. Want die dag had ie niet enkel zijn beide broertjes verloren, maar ook de dochter van de buren aan de overkant tussen haar benen beroerd, iets waarnaar hij al had uitgekeken sinds de dag dat ie zich zelfbewust waande. ‘Tijd heelt alle wonden mijne jongen, en seks is ne verdomd goede katalysator!’ Opa had gelijk.

Een glimlach kon ik dan ook nauwelijks onderdrukken toen ik de tafel vol loslopend wild aan mijn keurdersoog onderwierp. Minstens één van deze gazellen zou mijn tot dan toe behoorlijk saaie avond kleur gaan geven, ik had ze maar voor het uitkiezen. Het gemiddeld IQ aan deze tafel oversteeg op geen enkel moment dat van een nat bierviltje, spoedig zou dit bonte gezelschap dan ook als een stel tamme kippen uit mijn hand eten, elkeen strijdend om het beste plaatsje. Al snel viel mijn oog op een dame wiens borsten me al gans de tijd aankeken op een manier die zich nog het best laat omschrijven als zijnde zaadvragend. Haar achtersteven leek zich bovendien goed te lenen tot het betere duw –en trekwerk, en dat trof; meer dan ik vanavond warm te maken was voor glad en steriel bochtenwerk kreeg ik zin in ouderwets kletteren op onverharde wegen. De dame in kwestie liet zich de extra aandacht alvast welgevallen en alles leek dan ook netjes volgens plan te gaan verlopen.

Dit heb ik in één ruk geschreven dus 't is mijn eerste 'klad'.

Ik vind het super :)

Brick Top

Legacy Member
Estrebian zei:
Ik vind het super :)

Serieus? Leuk om te horen dat je het met plezier gelezen hebt! Wat vind je er tof aan? De 'humor', de wijze waarop het geschreven is? Ja, ik probeer feedback uit u te sleuren! :D

Het verhaal gaat wel de absurde toer op gaan. Alhoewel, absurd is niet het juiste woord. Maar 't gaat wel fameus uit de hand lopen allemaal.

Estrebian

Legacy Member
Het is op een manier geschreven die mij aanstaat, al zijn er wel een paar zaken die ik persoonlijk zou aanpassen:

- Knijp, knijp, knijp. Schud, schud. Floep! Riiiiiiiiits.
- Dat van die pannenkoeken, ik zou er een ander woord voor zoeken.
- Er wordt gezegd dat het personage zich daar bevindt nav een uitnodiging een vriend. Misschien kan je daar nog iets uit halen.

Brick Top

Legacy Member
Estrebian zei:
Het is op een manier geschreven die mij aanstaat, al zijn er wel een paar zaken die ik persoonlijk zou aanpassen:

- Knijp, knijp, knijp. Schud, schud. Floep! Riiiiiiiiits.
- Dat van die pannenkoeken, ik zou er een ander woord voor zoeken.
- Er wordt gezegd dat het personage zich daar bevindt nav een uitnodiging een vriend. Misschien kan je daar nog iets uit halen.

Aight, ik kan u volgen, met het uitzondering van het twee puntje. Ik noem die mannen in 't echt ook altijd pannenkoeken, vind dat zo'n zalig woord hé! :D

Subai

Legacy Member
Brick Top zei:
Vind dat ook goed geschreven. Is relatief 'simpel' geschreven en toch komt dat enorm goed over op de lezer, chapeau.

Heren, ik ben volledig opnieuw begonnen met mijn verhaal omdat het veel te 'abstract' werd. Ik heb het wat proberen te concretiseren zodat ik een betere kapstok heb om m'n verhaal aan op te hangen. Zou iemand zo vriendelijk willen zijn om zijn of haar opmerkingen te formuleren? Komt ie!


Zestienjarige bakvissen wandelden binnen en buiten alsof het een openbare bibliotheek betrof, terwijl ze hun prille borstjes iets te veel kijk op de wereld gunden en de wind nauwelijks weerstand ondervond van hun rokjes (nu ja, rokjes). Ik voelde me strafbaar, enkel door er nog maar naar te kijken, al leek die schurfterige Albanees daar hoegenaamd geen last van te hebben. Misschien omdat ie te druk in de weer was met het bloed vanonder mijn nagels vandaan te halen? Verbranden, dat is wat ze moeten doen met die vorte portiers. Hun lijven laten likken door verzengende vlammen en hun wanhoopskreten onthalen op hoongelach. Vorte kutportiers! Dik tegen mijn zin wandelde ik terug naar de auto, graaide mijn identiteitskaart uit de middenconsole en koos opnieuw positie aan het einde van de rij wachtenden. Wederom twintig minuten aanschuiven, de avond had nauwelijks beter van start kunnen gaan.

‘Was ik maar buiten gebleven,’ dacht ik bij mezelf, en ik had nog maar net mijn entree gemaakt. Ik had het allemaal al zo vaak gezien; steeds opnieuw datzelfde decor, steeds dezelfde personages. Hun namen veranderden wel, en ook het accent dat hun taal kruidde was niet altijd hetzelfde, maar uiteindelijk ging het toch altijd om diezelfde, bordkartonnen personages. Ik kon ze zo onderhand wel dromen. Vroegtijdig andere oorden opzoeken was vanavond evenwel niet aan de orde. Een persoonlijke uitnodiging van een oude vriend had me tot deze opkomst bewogen dus de beleefdheid gebood me om plaats te nemen aan de tafel die men speciaal voor ons had uitgedost. Ik schudde iedereen de hand, de dames incluis, en nam plaats in een zeteltje dat erg comfortabel aanvoelde. Meevaller.

Vanuit deze gerieflijke positie kon ik het ganse gebeuren overschouwen, en daarmee doel ik dan voornamelijk op de dansvloer die ingepalmd werd door brimstige zeugen en bronstige pannenkoeken die zich een dreef door de nacht stonden te stampen. Komen die pannenkoeken soms van de band gerold? Met hun modieuze, zijden hemdjes die steevast een maat te klein worden gekocht, om nog maar te zwijgen van die verwijfde sjaaltjes. Kasthomofilie op zijn best. En de zeugen, vaak het ijkpunt van vijfentwintig zomers nog niet bereikt en toch was het vet bij velen alreeds van de soep, al was een gebrek aan vet meestal niet het probleem. Wanhopig trachtten ze zich een plaats in de kijker te dartelen waarbij niet werd gekeken op een ontbloot stuk vlees meer of minder. De suggestieve bewegingen van buik, borsten en billen slorpten alle aandacht van de pannenkoeken op, alsof de zeugen een soort van levenselixer huisvestte. Clichés zijn geen clichés omdat ik dat zo wil, maar wel omdat er altijd iemand bereid wordt gevonden om ons er op tijd en stond aan te herinneren waarom dat karakteristieke kenmerk, die ene gedraging of expressie van eigenheid nu weeral als cliché werd bestempeld. Ach, ik zag er de humor wel van in, plezier putten uit ergernis had ik trouwens al een tijdje tot kunst verheven, een mens moet iets.

Een plaspauze diende zich aan. Ik begroette de toiletdame met een glimlach en twintig eurocent in de aanslag, het toilet begroette ik dan weer op zijn beurt met deugddoend vochtverlies. Knijp, knijp, knijp. Schud, schud. Floep! Riiiiiiiiits. Geluid van kolkend water.

Op mijn weg terug viel mijn oog op de tafel naast de onze. Niet de tafel an sich natuurlijk, die interesseerde me geen ene moer. Het was me te doen om de deernes die deze tafel sierden, stuk voor stuk goed voorzien van oren en poten. Meteen moest ik denken aan wat mijn opa zaliger me had verteld op zijn sterfbed. ‘Hoe donker de dagen ook mogen lijken, eens goed van bil gaan zal u steeds het nodige licht toereiken!’ En mijn opa zaliger, die kon het weten. Tijdens de zomer van 1942 hadden zijn twee jongere broertjes zich laten betrappen tijdens het smokkelen van een kilootje sacharine. En wat deed den Duits? Die naaiden de arme stakkertjes met hun ruggetjes aan elkaar, om ze vervolgens levend te begraven; hun hoofdjes neerwaarts gericht, hun voetjes uitpuilend aan de oppervlakte, turend over het erf, zoals kleine periscoopjes. Zowaar een knap staaltje Duitse Gründlichkeit. En mijn grootvader? Die sloot zijn dagboek ondanks alles af met een positieve noot. Want die dag had ie niet enkel zijn beide broertjes verloren, maar ook de dochter van de buren aan de overkant tussen haar benen beroerd, iets waarnaar hij al had uitgekeken sinds de dag dat ie zich zelfbewust waande. ‘Tijd heelt alle wonden mijne jongen, en seks is ne verdomd goede katalysator!’ Opa had gelijk.

Een glimlach kon ik dan ook nauwelijks onderdrukken toen ik de tafel vol loslopend wild aan mijn keurdersoog onderwierp. Minstens één van deze gazellen zou mijn tot dan toe behoorlijk saaie avond kleur gaan geven, ik had ze maar voor het uitkiezen. Het gemiddeld IQ aan deze tafel oversteeg op geen enkel moment dat van een nat bierviltje, spoedig zou dit bonte gezelschap dan ook als een stel tamme kippen uit mijn hand eten, elkeen strijdend om het beste plaatsje. Al snel viel mijn oog op een dame wiens borsten me al gans de tijd aankeken op een manier die zich nog het best laat omschrijven als zijnde zaadvragend. Haar achtersteven leek zich bovendien goed te lenen tot het betere duw –en trekwerk, en dat trof; meer dan ik vanavond warm te maken was voor glad en steriel bochtenwerk kreeg ik zin in ouderwets kletteren op onverharde wegen. De dame in kwestie liet zich de extra aandacht alvast welgevallen en alles leek dan ook netjes volgens plan te gaan verlopen.

Dit heb ik in één ruk geschreven dus 't is mijn eerste 'klad'.

Voor een eerste kladversie is dit echt goed! Dat moet ik je meteen nageven.

Wat ik er goed aan vond:
+ De schrijfstijl is goed, ik vind het op sommige momenten zelfs herman brusselmans-achtig wat in mijn ogen zeker niet slecht is.
+ Het is to-the-point en leest strak door. Het is geen eindeloos geleuter over hetzelfde wat positief is.
+ Er zit humor in, iets wat ik altijd kan beamen in een boek, tekst of konsoorten.

Bemerkingen:
- Soms gebruik je woorden die echt vreemd staan in de tekst (vb: bakvissen, pannenkoeken, brimstige, enz.). Het stoort niet echt, ik denk eerder dat het een kwestie is van wennen.
- Het gedeelte i.v.m. het plassen vond ik maar vreemd overkomen. Het leek wel of iemand anders dit geschreven had. Misschien nog aanpassen?
- "Wat deed den duits?": vond ik niet echt goed klinken en passen in het verhaal. Mag gerust wat serieuzer bijvoorbeeld: "En wat deden de duitsers?"... (persoonlijke mening hoor ;))

Voilà, kort gezegd en snel gegeven!

Brick Top

Legacy Member
vanpraet zei:
Voor een eerste kladversie is dit echt goed! Dat moet ik je meteen nageven.

Wat ik er goed aan vond:
+ De schrijfstijl is goed, ik vind het op sommige momenten zelfs herman brusselmans-achtig wat in mijn ogen zeker niet slecht is.
+ Het is to-the-point en leest strak door. Het is geen eindeloos geleuter over hetzelfde wat positief is.
+ Er zit humor in, iets wat ik altijd kan beamen in een boek, tekst of konsoorten.

Bemerkingen:
- Soms gebruik je woorden die echt vreemd staan in de tekst (vb: bakvissen, pannenkoeken, brimstige, enz.). Het stoort niet echt, ik denk eerder dat het een kwestie is van wennen.
- Het gedeelte i.v.m. het plassen vond ik maar vreemd overkomen. Het leek wel of iemand anders dit geschreven had. Misschien nog aanpassen?
- "Wat deed den duits?": vond ik niet echt goed klinken en passen in het verhaal. Mag gerust wat serieuzer bijvoorbeeld: "En wat deden de duitsers?"... (persoonlijke mening hoor ;))

Voilà, kort gezegd en snel gegeven!

Thx voor de opmerkingen man, wordt echt enorm hard op prijs gesteld!

+ Van dat eindeloos geleuter, dat probeer ik bewust te vermijden. Als je écht kan goochelen met taal (zoals pakweg - komt ie - Dimitri Verhulst) kan je het imo wel maken om met van die lange beschrijvingen op te draven. Maar ik probeer dat bewust nog wat te vermijden, omdat ik nu eenmaal nog nooit iets geschreven heb. Mss op termijn, als mijn taalgevoel wat is aangescherpt.

- Die pannenkoeken ga ik slopen. Dat is al de twee opmerking die ik hierover krijg dus er zal wel iets van aan zijn. Bakvissen is wel een term die wij vaak gebruiken. Zo van die jonge kippen die net hun 'seksualiteit' aan het ontdekken zijn (netjes uitgedrukt :D), dat noemen wij bakvissen. 'Brimstig' is een term uit de boerenwereld. Een zeug die tochtig staat is blijkbaar een brimstige zeug. Woord staat trouwens niet in de woordenboek hoor. Ik zal er tochtig van maken, dan is het voor iedereen duidelijk.
- Dat van dat plassen ga ik ook aanpassen, ik vind dat zelf ook vreemd overkomen nu ik het een paar keer herlezen heb.
- Haha, geloof het of niet maar eerst stond daar dus echt: 'En wat deden de Duitsers?'. Dat is het enige dat ik nog heb aangepast toen ik het hier postte. Zal ik ook terug herstellen in oude toestand. :p

Nogmaals bedankt voor de comments!!!

de Waaslandwolf

Legacy Member
Avondland zei:
De statige trap was een fenomeen op zichzelf en stamde nog uit de tijd dat de stad een bruisende metropool was waarin het ambtenarenleventje werd weggelachen onder een haast roesachtige sfeer van gelukzaligheid en schaamteloos vertier. Twee guitig lachende bronzen androgyne engeltjes keken met een dronken blik op oneindig naar het plafond en hielden beiden een lier en een kleine kruik vast; net twee saters die het noorden kwijt waren en extatisch opgingen in het gonzende feestgedruis. Beiden waren schaars aangekleed met een toga en droegen op hun hoofd een laurierkrans. De wijnkruik die drank, extase en geluk symboliseert, vormt tot op vandaag de dag het centrale logo van Café Centraal, hoewel het veel van haar allure verloren heeft. Het groteske plafondschilderij dat twee meter boven onze hoofden hing was vaag zichtbaar en stelde op zichzelf niet veel meer voor, maar in de oude glorietijd moet het een meesterwerk geweest zijn, dat een ode aan de vreugde wilde uitbeelden. Dat kon ik mij nog herinneren van de heropeningstoespraak die enkele jaren geleden werd gehouden door de eigenaar van dit etablissement, Ernest Morisson, een wat oudere man met een volle baard en diepliggende, kleine koolzwarte ogen. Vaag herkende ik een tijdloos tafereel dat leek op een drinkgelag, maar ook hier leek de tijd haar achterstand ingehaald te hebben. De eens zo geëxalteerde figuren die hun zinnen te buiten gaan in een feestroes zijn nu slechts vage iconen uit het verleden en zouden vandaag de dag zichzelf wellicht het leven benemen omdat de vreugde deze stad al lang verlaten had. Zij konden niet zonder vreugde en vreugde was een noodzakelijk middel om die feestroes te kunnen ervaren. Het klinkt net alsof vreugde een soort ketting is waaraan ze niet wilden ontsnappen.

Het is vreemd dat een eens zo broeiende verzamelplaats van het feestende kruim van de stad gedegradeerd is tot een bedrukt ontvluchtingsoord voor naar onthaasting smachtende ambtenaars en andere kantoorvogels. Zeker, de oude tijd was decadent en de aanwezigen in deze eens zo frivole plaats verspilden geld bij de vleet, maar waarom lijkt het dat die gelukzaligheid van vroeger zo plots verdwenen is en vervangen werd door een algehele sfeer van bedrukking, gehaastheid en conformisme? Zijn wij eerder geen slaven geworden in ruil voor dat beetje meer werkzekerheid? Maar dan stel ik me de vraag of die excessieve roes ook geen soort van slavernij was. Vreugde als ketting, weet je?

Al dit gepeins drong ook tot Sophia door: ‘het zet je aan tot nadenken, niet? Al die kleuren en lachende gezichten die zijn verdwenen voor zuurpruimen als wijzelf! Haha! Mijn grootmoeder vertelde me vroeger vaak over deze plek, toen ze in haar jonge tijd werkzaam was als een barmeisje. Vooral de verhalen over de talrijke muziekavonden vond ik zo intrigerend omdat de gehele zaal in de ban leek te zijn van de aanwezige muziekgroep’. 'Die verhalen wil ik dan nog wel eens horen', zei ik afwezig, maar keek toen op en lachte naar haar. Sophia glimlachte terug en hing haar jas met een zwier aan de kapstok, nam haar handtas en zette zich aan een tafeltje dat net verlaten werd door een ambtenaarskoppel dat al lachend opstond. Ik zwierde mijn manteljas nonchalant over een leegstaande stoel en nam de drankenkaart. 'Wat neem jij?' vroeg ik. ‘Ik neem dit keer eens die Vertigo-cocktail’ zei Sophia met een curieuze blik, ‘volgens een vriendin van me sterk genoeg om een avondje op door te gaan’. Ik was zelf niet gek van cocktails omdat ze vaak te duur waren voor wat het was. Meestal smaakten ze ook veel te zoet naar mijn smaak. Mijn oog viel op een Duvel, een krachtig biertje met een heerlijke afdronk. Oh ja, hier kon je ook een avondje op doorgaan. Ik haalde een handgerolde sigaar boven, stak hem met een oude aansteker aan en trok zacht om haar diepgelaagdheid en complexiteit te ontdekken. De rook vergezelde de muffe grijsachtige mist die de zaal vulde.

Er weerklonk een zacht geroezemoes van de aanwezigen en op de achtergrond speelde een oude jazzplaat met een krakerig geluid. De muren waren versierd met oude zangers, dansers en cabaretiers die in de oude dagen furore maakten op het podium dat nu leeg stond. Sophia keek rond. ‘Er is nog weinig volk hier, maar het is nog vroeg’ zei ik. We begonnen te praten over alles wat niet met werk te maken had. Het viel me al snel op dat ze iemand was die heel veel babbelde. Maar het was geen 'tetterkont' die alleen maar leeghoofdige opmerkingen kon maken over de stomste dingen. Het was niet alsof ze een knop omdraaide en begon te praten. Het is misschien niet belangrijk, maar een aantal dingen vielen me sterk op wanneer ik haar zag zitten. Misschien kleine dingen, maar toch net opvallend genoeg om je aandacht daar op te vestigen. Ze kneep haar ogen zacht toe als je tegen haar praatte, waardoor zij echt luisterde en haar rechterhand rustte zag op haar horloge alsof ze geen aandacht wilde schenken aan de tijd. Alsof ze een moment wilde vereeuwigen waarin de tijd geen belang meer had. Haar nagels waren gelakt, maar niet op een overdreven manier die je vaak wel zag bij oudere vrouwen die hopeloos jonge mannen probeerden aan te trekken. En haar blonde haar dat licht krulde was zorgvuldig bijeengehouden door een elastiek. Ik weet niet of blond haar eigen haarkleur was, maar het paste goed bij het zwarte satijnen jurkje dat ze aan had.

Ze nam een stevige slok van haar cocktail. De Vertigococktail was bekend vanwege haar kleurenpalet. Onderaan beginnend met het diepste zwart dat je je maar kon inbeelden wordt het palet langzamerhand helder met in het midden een paarse zone en bovenaan een melkachtig witte kroon. De overgang van donker naar licht was zo subtiel gecreëerd dat het haast zonde zou zijn om het evenwichtig gebalanceerde kleurenpalet te verstoren door de aanraking van het roerstaafje. Maar tot mijn verbazing ontstond door het roeren een opstuwing van de zwarte vloeistof onderaan die als een rijzende kolom langzaam naar boven dwarrelde. Deze verandering had veel weg van de hypnotiserende magmalampen die met hun langzame bewegende kleuren erg in trek waren. In tegenstelling daarvan was de Duvel die ik dronk eenzijdig goudkleurig, maar in het midden van het glas schoot een schijnbaar eindeloze zuil van zuurstofbellen naar het sterk schuimende oppervlak toe. Het leek op een tornado, die iedere keer wanneer het glas opgeheven werd en naar de mond werd gebracht, een sensuele kronkeling maakte alsof het de moeite deed om de reeds bezweken Duveldrinker te verleiden. Beide glazen werden haast gelijktijdig op de tafel gezet. De tornado kronkelde nog een tijdlang maar rechtte zich als een onbreekbare Dorische zuil. De schijn van onkwetsbaarheid kon met een lichte aanraking worden doorbroken, hoewel de zuil zijn basis niet zou verliezen en de onuitputtelijke bron van zuurstofbellen intact bleef. Is dat niet wat we zoeken? Een manier om de uitdagingen van het leven aan te gaan door ons aan te passen aan onze omgeving, maar altijd kunnen terugvallen op een basis? Zodat we toch een zekerheid, een houvast hebben zodat we niet zoals alle anderen telkens meedraaien naargelang de windrichting?

Hier nog een stevig stuk tekst van mezelf. Commentaar is uiteraard welkom. :)
Ik kan het wel pruimen. :p

Wel twee kleine opmerkingen qua zinsbouw:

"Twee guitig lachende bronzen androgyne engeltjes keken met een dronken blik op oneindig naar het plafond en hielden beiden een lier en een kleine kruik vast"
Hier gaat het hem mij om de schijnbare halve contaminatie tussen 'dronken blik' en 'blik op oneindig'. Ik de twee losmaken van elkaar.

"Ze kneep haar ogen zacht toe als je tegen haar praatte, waardoor zij echt luisterde en haar rechterhand rustte zag op haar horloge alsof ze geen aandacht wilde schenken aan de tijd."
Naar mijn mening splits je deze zin beter, de 'en' voelt hier aan als lapmiddeltje om twee zinnen aan elkaar te kleven, waardoor het geheel de elegantie mist die wel aanwezig is in de rest van de tekst.

Nog iets kleins, waar ik niet zeker van ben: mijn taalgevoel zegt dat 'cocktail' mannelijk is, terwijl jij hier cocktail als vrouwelijk behandelt. Helemaal zeker ben ik dus wel niet. :p

Ik moet wel zeggen dat ik het interessant leesvoer vind.
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan