Ik denk dat hier twee ruimtelijke problemen door elkaar gehaald worden.
1) Probleem van bebouwing langs steenwegen (aka, provinciale verbindingswegen)
2) lintbebouwing in landelijke en voorstedelijke gebieden
Om even te illustreren, dit is een google satelietfoto van deeltje van het pajottenland, een vrij landelijke streek op 20km buiten Brussel, aan het kruispunt van twee streenwegen. (je kunt klikken voor groter beeld). Dit illustreert denk ik wel duidelijk het verschil tussen de twee soorten problemen.
In het eerste geval is het voornaamste probleem de luchtkwaliteit, de verkeersdoorstroming, en de veiligheid. Je hebt mensen met kinderen die vlak aan een baan wonen waar je zeventig mag rijden.
In het tweede geval is het probleem voornamelijk de spreiding; mensen in deze dorpen wonen te ver uiteen om bepaalde faciliteiten rendabel te maken. Op heel deze kaart is geen bakker, geen middelbare school, geen creche, geen supermarkt, geen doe-het-zelfzaak, één frituur... Deze kaart stelt een gebied voor van 8km breed. Voor de minste zaak gaat iedereen naar omliggende grotere gemeenten met de auto. Kleine handel is niet rendabel in zo'n bebouwing omdat als mensen moeten kiezen om 6km in de ene richting te rijden voor een kleine groentezaak, of 6km in de andere richting voor een supermarkt, dan gaan ze voor de supermarkt.
Als je naar de huizen kijkt zie je dat quasi alles van deze lintbebouwing er gekomen is in de laatste veertig jaar. Zelfs nu zijn de stedenbouwkundige voorschriften zo dat rijbebouwing niet is toegelaten, enkel open of halfopen bebouwing.
Een kleine stap richting een goed stedenbouwkundig beleid zou al zijn als je verdichting dichter bij de kerktoren zou toelaten, maar zelfs dat is te moeilijk. In de afgelopen decennia is een groot deel van het mooie landelijke karakter van deze streek kapotgegaan door lintbebouwing.