Er bestaan geen veilige kerncentrales
Tsjernobyl (1986) en Fukushima (2011) zijn de grootste rampen die ooit in civiele nucleaire installaties plaatsvonden. Maar het zijn lang niet de enige. Dagelijks vinden kleine en middelgrote incidenten plaats, maar ook grotere ongevallen. Sedert Tsjernobyl werden bijna 800 ongevallen waarbij radioactiviteit vrijkwam aan het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) gerapporteerd. Daarnaast ontsnapten we nog aan tal van bijna-rampen, waarbij het enkel een kwestie van geluk was dat de combinatie van onvoorziene omstandigheden, menselijk falen en technologische gebreken niet tot een rampscenario leidde.
Een veilige kerncentrale bestaat niet
Een ernstige kernramp kan volgens een vooraf onvoorspelbaar scenario in om het even welk reactortype, in elk land en op ieder ogenblik plaatsvinden. Er bestaat niet zo iets als een inherent veilige kerncentrale. Ook de westerse lichtwaterreactoren, zoals de BWR-reactoren in Fukushima en de PWR-reactoren in Doel en Tihange, vertonen tal van onvolmaaktheden. Ieder jaar duiken nieuwe scenario's op voor mogelijke ongevallen in kerncentrales. Sommige scenario's zijn voorspelbaar en daar worden bij het ontwerp van de reactoren verdedigingsmechanismen tegen ingebouwd. Zo is één van de gekende rampscenario's het verlies van koelwater. Om dit op te vangen worden er onafhankelijke noodkoelsystemen voorzien. Waar men echter geen rekening mee houdt, is dat – zoals in Fukushima – door onvoorziene externe omstandigheden deze noodkoelcircuits ook kunnen uitvallen.
De drukwaterreactoren (PWR) van Doel en Tihange behoren tot de tweede generatie. Ze werden ontworpen in de jaren 1950-1960 als spin-off van de zoektocht naar krachtige en compacte reactoren voor het aandrijven van atoomduikboten. Ze werden gebouwd begin de jaren 1970, volgens de kennis, inzichten en technologie van toen. Computers werkten destijds nog met ponskaarten. Deze reactorconcepten beantwoorden niet meer aan de veiligheidsvereisten van vandaag. Ook de nucleaire sector erkent dit door te pleiten voor de bouw van nieuwe, zogenaamd veel veiligere kernreactoren van de derde generatie.
Hoe ouder de kerncentrale, hoe groter de risico’s
De kernreactoren van Doel en Tihange hebben een ontwerpleeftijd van 30 jaar. Deze "design liftetime" geldt in de officiële exploitatievergunning echter niet als een absolute leeftijdsgrens, maar ze geeft wel aan dat er ergens grenzen zijn aan de levensduur. Om de 10 jaar ondergaan de kernreactoren een revisie en afhankelijk van het resultaat krijgen de operatoren nog eens een exploitatievergunning voor 10 jaar. Zo'n revisie is echter niet zaligmakend. Vanaf ongeveer 20 jaar beginnen zich ouderdomsfenomenen te manifesteren. Het probleem is dat een aantal van die ouderdomsverschijnselen ontstaan in de binnenstructuur van materialen of in delen van de reactor die moeilijk bereikbaar zijn of onder hoge straling staan, waardoor ze moeilijk te detecteren zijn. De verbrossing van het staal van het reactorvat als gevolg van de constante neutronenbombardementen is daar een voorbeeld van. Nog moeilijker wordt het wanneer onverwachts nieuwe ouderdomsfenomenen optreden die niet werden voorspeld en waar dus ook geen tegenmaatregelen voor werden ingebouwd.
In principe zijn alle onderdelen van een kerncentrale onderhevig aan ouderdomskwalen. Het risico verdwijnt niet door de inspecties op te drijven. Het grootste risico schuilt in het samengaan van verscheidene onmogelijk te vatten combinaties van inherente zwakheden van de reactortechnologie, diverse gekende en ongekende verouderingsfenomenen, menselijk falen en oncontroleerbare externe factoren (natuurramp of aanslag bijvoorbeeld). Steeds opnieuw steken nieuwe, voordien nooit ingeschatte en totaal onvoorziene risicofactoren de kop op. Bij de bouw van de Belgische kerncentrales werd een aanslag met een groot lijntoestel boordevol kerosine niet in overweging genomen. De reactorgebouwen zijn dan ook maar ontworpen om te weerstaan aan de impact van een neerstortend sportvliegtuig.
Levensduurverlenging is spelletje Russische roulette
Van de huidige 436 commerciële kernreactoren in de wereld zijn er amper negen ouder dan 40 jaar: zeven zijn 41 jaar, één is 42 jaar en nog één is 43 jaar. Er is dus bijzonder weinig operationele ervaring met oudere kerncentrales. De verlenging van de levensduur van de reactoren van Doel en Tihange tot 50 jaar is bijgevolg als een spelletje Russische roulette: het kan goed aflopen, maar als het fout loopt is het wel faliekant.
Gevolgen van een kernramp zijn niet te overzien
Een ernstig ongeval in een reactor of in de opslagbekkens met gebruikte kernbrandstofstaven kan het vrijkomen van een grote hoeveelheid radioactieve stoffen in de omgeving tot gevolg hebben. Eens in het leefmilieu terecht gekomen, blijven sommige van die stoffen gedurende heel lange tijd gevaarlijk. Radioactief jodium, dat zich bij inademing ophoopt in de schildklier, blijft gedurende 80 dagen straling uitzenden. Caesium-137, dat ook frequent vrijkomt bij een ongeval in een kerncentrale, blijft zowat 300 jaar radioactief . Bij opname in het lichaam nestelt het zich in het beenderstelsel en veroorzaakt het botkanker. Inademing van een minuscuul stofdeeltje van amper 7 microgram van het extreem radiotoxische plutonium veroorzaakt gegarandeerd longkanker. Het duurt 244.000 jaar vooraleer de straling ervan is uitgedoofd. Gebieden die door een ongeluk in een kerncentrale ernstig radioactief besmet worden, blijven – afhankelijk van de besmettingsgraagd - dus gedurende decennia, zo niet eeuwen onbewoonbaar. Door de ramp in Tsjernobyl werd tussen 125.000 en 146.000 km² land in Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland zodanig besmet dat evacuatie of andere beperkende maatregelen op landgebruik zich opdrongen. Dit komt overeen met 4 à 5 keer de oppervlakte van België.
België is extreem kwetsbaar
Geen enkel land ter wereld heeft zijn kerncentrales zo dicht bij steden en bevolkingscentra gebouwd als België. De bevolkingsdichtheid van Oekraïne bedraagt 76 inwoners per km², die van België 355 inwoners per km². In Tsjernobyl en Fukushima werden telkens ongeveer 125.000 mensen geëvacueerd uit een zone van 30 km rond de rampencentrales. In een 30 km zone rond Doel liggen de steden Antwerpen (op amper 11 km), Lier, Sint-Niklaas, Bergen-op-Zoom en Breda. 30 km rond Tihange bevinden zich Hoei (op amper 5 km), Namen en Luik. In beide zone's wonen meer dan een miljoen mensen.
Home | www.stop-and-go.be