PBR Streetgang
Well-known member
Bon, we zijn al bijna halverwege november, maar ik moet mijn wrap-up van Spooktober nog posten. Het is me niet gelukt om elke dag een horrorfilm te kijken (duh), maar toch heb ik een aardig aantal films kunnen kijken afgelopen maand, wat zeldzaam is tegenwoordig.
Les sorcières de Salem - 8.5/10 (Raymond Rouleau, 1957)
Fantastische Franse film uit de klassieke pre-nouvelle vague periode. Ik kende de regisseur niet en heb lang gewacht om deze te bekijken, maar dat bleek niet nodig te zijn. De adaptatie van toneelstuk naar filmscenario is gedaan door niemand minder dan Jean-Paul Sartre. En aan de cinematografie te zien is ook Claude Renoir zijn familienaam waardig. Het acteerwerk van Yves Montand, Simone Signoret en vooral Mylène Demongeot is uitstekend.
Prey - 8/10 (Dan Trachtenberg, 2022)
Wat heb ik genoten van dit spannende nieuwe hoofdstuk in een franchise die heel veel potentieel heeft, maar toch enkele ondermaatse sequels en reboots heeft voortgebracht. Ik ben nog wel fan van de eigenzinnige visie van Predator 2, maar ook die film heeft zijn gebreken. Prey daarentegen vertelt een gelijkaardig verhaal als het origineel, maar in een compleet andere en voor dit genre uiterst originele setting.
Dream Demon - 8/10 (Harley Cokeliss, 1988)
Een onderbelichte parel, deze. Hij teert duidelijk op het succes van Poltergeist en A Nightmare on Elm Street, maar komt voldoende origineel uit de hoek en de Britse omgeving en personages maken er toch iets speciaal van. Ik was enorm onder de indruk van de nachtmerrie visioenen, sommigen waren echt zeer creepy en de speciale effecten waren echt top.
Southbound - 7.5/10 (Roxanne Benjamin, Matt Bettinelli-Olpin & David Bruckner)
Ik hier niet bepaald hoge verwachtingen voor, maar ik vond het wel een goede anthologie. De verhalen waren duidelijk afkomstig van verschillende bronnen en door verschillende regisseurs gemaakt, maar werden toch op een goede manier aan elkaar gebonden. Een interessante road trip horror die zeker de moeite waard is om op te zoeken en te bekijken.
Wolfen - 7.5/10 (Michael Wadleigh, 1981)
Een geslaagde combinatie van monster movie en police procedural met een heerlijk cynische Albert Finney als hoofdpersonage. De speciale effecten zien er best goed uit, maar de wolf POV wordt misschien wat te veel gebruikt waardoor het minder indrukwekkend wordt en soms wat gedateerd aanvoelt. De film neemt een interessante, spirituele wending aan het einde.
The Night Key - 7/10 (Lloyd Corrigan, 1937)
Dit was niet echt een horrorfilm, eerder een misdaaddrama over een professor wiens laatste uitvinding in slechte handen terechtkomt en moet doen wat hij kan om zijn fouten goed te maken. Een goede proto-noir met een uitstekende Boris Karloff.
My Best Friend’s Exorcism - 7/10 (Damon Thomas, 2022)
Een BFF chick flick, maar dan met een demonic possession angle. Ik vond hem best goed, Elsie Fisher (de actrice uit Eighth Grade) doet het heel goed, maar ik hoop wel dat ze in de toekomst ook serieuzere rollen zal spelen want ze heeft er het talent voor. De film bevat veel komedie en dat werkt zeer goed, maar de serieuze momenten komen ook wel aan.
Humanoids From the Deep - 7/10 (Barbara Peeters, 1980)
Het horrorlandschap krioelt van de vampieren, zombies, spoken, demonen, heksen, slashers… Maar wat je jammerlijk weinig tegenkomt zijn zeemonsters. Ook al is deze behoorlijk trashy, hij komt soms intelligent uit de hoek met de subplot over de grote industrie die de plaatselijke vissers bedreigt. Ik vond dit een zeer leuke film.
The Raven - 7/10 (Lew Landers, 1935)
Uitstekende mad professor movie van Universal die na The Black Cat nog eens een film wou met Bela Lugosi en Boris Karloff. Knotsgekke plot over een martelfanaat met een Edgar Allen Poe fetish, what more do you need?
Tales of Terror - 7/10 (Roger Corman, 1962)
Goeie anthologie van Edgar Allen Poe adaptaties die de dood als thema hebben, telkens met Vincent Price in een rol. The Black Cat is zeker het meest memorable verhaaltje, zeer grappig ook met een dronken Peter Lorre (die veel weg heeft van Quentin Tarantino nu hij wat ouder en dikker is geworden).
The Raven - 7/10 (Roger Corman, 1963)
Geslaagde horrorkomedie met de same old cast: Vincent Price en Peter Lorre die het in een wizard battle opnemen tegen de gemene Dr. Scarabus, gespeeld door niemand minder dan Boris Karloff. Verder niet veel over te zeggen, gewoon good fun.
The Slumber Party Massacre - 6.5/10 (Amy Holden Jones, 1982)
Een behoorlijk legendarische 80s slasher met de meest simpele symboliek die je je kan inbeelden, een gestoorde killer on the loose die met een boormachine tienermeisjes vermoordt.
Species - 6.5/10 (Roger Donaldson, 1995)
Als sci-fi en horrorfanaat vind ik het behoorlijk vreemd dat ik deze nog niet eerder gezien had. Als een jonge filmkijker had ik deze wellicht beter gevonden, dat zal een sexual awakening van jewelste geweest zijn. Maar nu vind ik het eerder een beetje sexistisch, zowel het narratief over de alien die seks wil als de biologe die maar weinig bijdrage heeft behalve the hots krijgen voor Michael Madsen.
Graveyard Shift - 6/10 (Ralph S. Singleton, 1990)
Deze film heeft niet de beste reputatie van Stephen King-verfilmingen. Ik vond hem zelf eigenlijk nog best te doen, vooral omwille van paar scènes met Brad Dourif. De creature design is ook zo slecht nog niet, maar het script is wel echt all over the place en niet op een goede manier, dus ik kan zeker begrijpen waarom veel mensen deze zo laag inschatten.
I Still Know What You Did Last Summer - 5.5/10 (Danny Cannon, 1998)
Net als zijn voorganger doet deze film helemaal niets interessant en is hij enkel watchable omdat het leuk is om domme, knappe twintigers te zien afgeslacht worden.
The Black Castle - 5.5/10 (Nathan Juran, 1952)
Een zwakke poging om een soort gotische Dracula-achtige film te combineren met een Most Dangerous Game-plot. Misschien had de film beter gewerkt met andere acteurs, of in ieder geval met Karloff als de waanzinnige kasteelheer in plaats van de zielige dienaar.
Dead Man’s Curve 5/10 (Dan Rosen, 1998)
Heel nostalgische film omwille van de universiteitssetting, de muziekkeuzes, filmstijl en uiteraard Matthew Lillard. Hij past in het rijtje van die 90s - y2k horrors/thrillers als Scream, Soul Survivor, The Skulls etc. Alleen was het script ronduit slecht en de personages net iets te irritant om er nog enigszins van te kunnen genieten.
Urban Legends: Final Cut - 4/10 (John Ottman, 2000)
Crap sequel, wat jammer is want ik vond de eerste Urban Legend eigenlijk vrij goed en Scott Derrickson had hier aan meegewerkt dus ik verwachtte nog een degelijke film. Niet dus.
Les sorcières de Salem - 8.5/10 (Raymond Rouleau, 1957)
Fantastische Franse film uit de klassieke pre-nouvelle vague periode. Ik kende de regisseur niet en heb lang gewacht om deze te bekijken, maar dat bleek niet nodig te zijn. De adaptatie van toneelstuk naar filmscenario is gedaan door niemand minder dan Jean-Paul Sartre. En aan de cinematografie te zien is ook Claude Renoir zijn familienaam waardig. Het acteerwerk van Yves Montand, Simone Signoret en vooral Mylène Demongeot is uitstekend.
Prey - 8/10 (Dan Trachtenberg, 2022)
Wat heb ik genoten van dit spannende nieuwe hoofdstuk in een franchise die heel veel potentieel heeft, maar toch enkele ondermaatse sequels en reboots heeft voortgebracht. Ik ben nog wel fan van de eigenzinnige visie van Predator 2, maar ook die film heeft zijn gebreken. Prey daarentegen vertelt een gelijkaardig verhaal als het origineel, maar in een compleet andere en voor dit genre uiterst originele setting.
Dream Demon - 8/10 (Harley Cokeliss, 1988)
Een onderbelichte parel, deze. Hij teert duidelijk op het succes van Poltergeist en A Nightmare on Elm Street, maar komt voldoende origineel uit de hoek en de Britse omgeving en personages maken er toch iets speciaal van. Ik was enorm onder de indruk van de nachtmerrie visioenen, sommigen waren echt zeer creepy en de speciale effecten waren echt top.
Southbound - 7.5/10 (Roxanne Benjamin, Matt Bettinelli-Olpin & David Bruckner)
Ik hier niet bepaald hoge verwachtingen voor, maar ik vond het wel een goede anthologie. De verhalen waren duidelijk afkomstig van verschillende bronnen en door verschillende regisseurs gemaakt, maar werden toch op een goede manier aan elkaar gebonden. Een interessante road trip horror die zeker de moeite waard is om op te zoeken en te bekijken.
Wolfen - 7.5/10 (Michael Wadleigh, 1981)
Een geslaagde combinatie van monster movie en police procedural met een heerlijk cynische Albert Finney als hoofdpersonage. De speciale effecten zien er best goed uit, maar de wolf POV wordt misschien wat te veel gebruikt waardoor het minder indrukwekkend wordt en soms wat gedateerd aanvoelt. De film neemt een interessante, spirituele wending aan het einde.
The Night Key - 7/10 (Lloyd Corrigan, 1937)
Dit was niet echt een horrorfilm, eerder een misdaaddrama over een professor wiens laatste uitvinding in slechte handen terechtkomt en moet doen wat hij kan om zijn fouten goed te maken. Een goede proto-noir met een uitstekende Boris Karloff.
My Best Friend’s Exorcism - 7/10 (Damon Thomas, 2022)
Een BFF chick flick, maar dan met een demonic possession angle. Ik vond hem best goed, Elsie Fisher (de actrice uit Eighth Grade) doet het heel goed, maar ik hoop wel dat ze in de toekomst ook serieuzere rollen zal spelen want ze heeft er het talent voor. De film bevat veel komedie en dat werkt zeer goed, maar de serieuze momenten komen ook wel aan.
Humanoids From the Deep - 7/10 (Barbara Peeters, 1980)
Het horrorlandschap krioelt van de vampieren, zombies, spoken, demonen, heksen, slashers… Maar wat je jammerlijk weinig tegenkomt zijn zeemonsters. Ook al is deze behoorlijk trashy, hij komt soms intelligent uit de hoek met de subplot over de grote industrie die de plaatselijke vissers bedreigt. Ik vond dit een zeer leuke film.
The Raven - 7/10 (Lew Landers, 1935)
Uitstekende mad professor movie van Universal die na The Black Cat nog eens een film wou met Bela Lugosi en Boris Karloff. Knotsgekke plot over een martelfanaat met een Edgar Allen Poe fetish, what more do you need?
Tales of Terror - 7/10 (Roger Corman, 1962)
Goeie anthologie van Edgar Allen Poe adaptaties die de dood als thema hebben, telkens met Vincent Price in een rol. The Black Cat is zeker het meest memorable verhaaltje, zeer grappig ook met een dronken Peter Lorre (die veel weg heeft van Quentin Tarantino nu hij wat ouder en dikker is geworden).
The Raven - 7/10 (Roger Corman, 1963)
Geslaagde horrorkomedie met de same old cast: Vincent Price en Peter Lorre die het in een wizard battle opnemen tegen de gemene Dr. Scarabus, gespeeld door niemand minder dan Boris Karloff. Verder niet veel over te zeggen, gewoon good fun.
The Slumber Party Massacre - 6.5/10 (Amy Holden Jones, 1982)
Een behoorlijk legendarische 80s slasher met de meest simpele symboliek die je je kan inbeelden, een gestoorde killer on the loose die met een boormachine tienermeisjes vermoordt.
Species - 6.5/10 (Roger Donaldson, 1995)
Als sci-fi en horrorfanaat vind ik het behoorlijk vreemd dat ik deze nog niet eerder gezien had. Als een jonge filmkijker had ik deze wellicht beter gevonden, dat zal een sexual awakening van jewelste geweest zijn. Maar nu vind ik het eerder een beetje sexistisch, zowel het narratief over de alien die seks wil als de biologe die maar weinig bijdrage heeft behalve the hots krijgen voor Michael Madsen.
Graveyard Shift - 6/10 (Ralph S. Singleton, 1990)
Deze film heeft niet de beste reputatie van Stephen King-verfilmingen. Ik vond hem zelf eigenlijk nog best te doen, vooral omwille van paar scènes met Brad Dourif. De creature design is ook zo slecht nog niet, maar het script is wel echt all over the place en niet op een goede manier, dus ik kan zeker begrijpen waarom veel mensen deze zo laag inschatten.
I Still Know What You Did Last Summer - 5.5/10 (Danny Cannon, 1998)
Net als zijn voorganger doet deze film helemaal niets interessant en is hij enkel watchable omdat het leuk is om domme, knappe twintigers te zien afgeslacht worden.
The Black Castle - 5.5/10 (Nathan Juran, 1952)
Een zwakke poging om een soort gotische Dracula-achtige film te combineren met een Most Dangerous Game-plot. Misschien had de film beter gewerkt met andere acteurs, of in ieder geval met Karloff als de waanzinnige kasteelheer in plaats van de zielige dienaar.
Dead Man’s Curve 5/10 (Dan Rosen, 1998)
Heel nostalgische film omwille van de universiteitssetting, de muziekkeuzes, filmstijl en uiteraard Matthew Lillard. Hij past in het rijtje van die 90s - y2k horrors/thrillers als Scream, Soul Survivor, The Skulls etc. Alleen was het script ronduit slecht en de personages net iets te irritant om er nog enigszins van te kunnen genieten.
Urban Legends: Final Cut - 4/10 (John Ottman, 2000)
Crap sequel, wat jammer is want ik vond de eerste Urban Legend eigenlijk vrij goed en Scott Derrickson had hier aan meegewerkt dus ik verwachtte nog een degelijke film. Niet dus.

elk zijn guilty pleasures zeker? Die one-liners zijn wel lachen vind ik, je herkent ze direct:
