Dit snap ik toch niet. RvS geeft toe dat de maatregel onwettelijk is maar laat het toch toe? Wachten dan maar tot de minderjarige gearresteerd wordt of een boete krijgt om nadeel aan te tonen?
Gaat het nadeel enkel in de ene richting? Moet de burgemeester dan niet aantonen dat de samenleving nadeel ondervindt als de minderjarige buiten rondloopt?
Het zijn zo'n ridicule uitspraken die me ergens stiekum toch wel rellen zien verantwoorden. Als de burgemeester de wetten niet moet volgen, waarom de burgers dan wel?
Voor de geïnteresseerden:
je vindt het Franstalige arrest hier terug. Alleen pagina’s 20-24 zijn relevant, de overige pagina’s bevatten de feiten en de argumenten van de partijen.
Je moet wel de context goed voor ogen houden. In dit geval hebben de verzoekers een schorsingsverzoek ingediend, dat een andere finaliteit heeft dan een vernietigingsverzoek.
Het
schorsingsverzoek laat hen toe de beslissing van de burgemeester op zeer korte termijn te laten schorsen door de Raad van State zodat ze tijdelijk geen uitwerking heeft, en dat in afwachting van een definitieve uitspraak ten gronde over het vernietigingsverzoek. Een
vernietigingsverzoek heeft als doel om een onwettige overheidsbeslissing te laten vernietigen, wat betekent dat de beslissing in principe met terugwerkende kracht verdwijnt en geacht wordt nooit te hebben bestaan.
Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat het overheidsoptreden wordt geblokkeerd voor niemendalletjes. Daarom moet er aan twee voorwaarden zijn voldaan alvorens de Raad van State een beslissing van de overheid kan schorsen:
1) Is er sprake van een ernstig juridisch argument dat “op het eerste gezicht” aantoont dat de beslissing onwettig is en de vernietiging ervan verantwoordt?
2) Is er sprake van spoedeisendheid? Met andere woorden: als de beslissing niet onmiddellijk wordt geschorst, dreigen de verzoekers dan persoonlijk een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel te lijden dat niet meer kan worden rechtgezet met een vernietiging van de beslissing?
Wat punt 1) betreft, zegt de Raad van State dat er inderdaad sprake
lijkt van een onwettige beslissing, maar de finale beoordeling gebeurt pas later tijdens de vernietigingsprocedure. Concreet zegt de Raad dat de beslissing van de burgemeester geen steun vindt in artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet, dat de burgemeester alleen toelaat om in geval van “onvoorziene” wanordelijkheden maatregelen te nemen. Aan die voorwaarde is volgens de Raad niet voldaan: de beslissing is gegrond op een politierapport over de reeds gekende rellen van de voorbije twee jaren én uit niets blijkt waarom het risico op nieuwe rellen niet eerder kon worden ingeschat (en dus dat ze onvoorzienbaar zijn). Zoals in het bericht van VRTNWS staat te lezen, was het in dat geval eerder aan de gemeenteraad om de nodige maatregelen te treffen.
Wat punt 2) betreft gaat de Raad uit van het vermeende nadeel dat de verzoekers inroepen. Volgens de verzoekers hebben hun twee minderjarige kinderen “de gewoonte” om met oudjaar naar vriendjes in Anderlecht te gaan en later op de avond terug naar huis te keren. Dat zou nu niet langer mogelijk zijn. De Raad veegt dat argument van tafel omdat de verzoekers niet aantonen dat hun kinderen opnieuw op bezoek zullen gaan bij die vriendjes en dat het onmogelijk zou zijn voor één van de ouders om hun kinderen te begeleiden.
Omdat er dus geen sprake is van spoedeisendheid, wordt de beslissing niet geschorst. De Raad voegt trouwens ook toe dat de maatregel dient om kinderen te beschermen tegen vuurwerk, wat een element is dat moet worden afgewogen tegen het vermeende nadeel dat hun bewegingsvrijheid is ingeperkt.
Het is nu aan de verzoekers om een vernietigingsverzoek in te dienen, dat vrijwel zeker zal worden ingewilligd. Ze zouden dan schadevergoeding kunnen vragen, alleen zie ik niet meteen in waarin die schade dan zou bestaan. Het zal eerder een morele tegemoetkoming zijn.