Cela dépend du quartier fieu, vermits Befferke actief is in quasi al de communes de Bruxelles plus de Vlaamsche rand zoals zijn geliefde Vilvorde. Bref, met een traan in mijn linkeroog heb ik vernomen dat klein Juleken het ouderlijk nest verlaat en den trotse grond van Vilvorde verruilt voor het exotische en licht suspecte Brussel. La capitale! Waar de frieten dunner zijn, maar de praatjes dikker. Maar gij vraagt, o Juleken, naar de tempels der friet in dat zondige zuiden. Gij wilt weten welk vet het waard is om in te baden, welk goudgeel stokske de mokkes van Gare du Nord doet verbleken, welke friturist uw curryweust meer omhoog jaagt dan a favoriete pornstar op Pornhub. Laat mij u eerst dit zeggen: geen enkel paleis van frite kan tippen aan het heiligdom dat wij kennen als Frituur Pannenhuis bij Steve. Dáár, fieu, daar worden frieten niet gebakken — daar worden ze gedoopt in het sacrale ossenvet terwijl Steve, met zijn tang als scepter, heerst over zijn rijk. De curryweust daar? Die knakt gelijk een verse tak in de Ardennen. De stoofvleessaus? Donkerder dan mijn ziel na 24 pinten. Het enige nadeel is da ge zijn stoeme kop met een allure van een inlegkruisje erbij moet nemen. En dan hebt ge nog die andere frituur — Waar de frieten krokant zijn, maar de glimlach nóg krokanter. Waar ge een pakje klein bestelt en buitenkomt met een familieformaat én een papiertje met een telefoonnummer met daarin een tekstje "je veux te sucer, groetjes Stephanie'tje





Dáár stijgt uw curryweustje vanzelf fieu. Dáár kan en mag ik ongestraft ne Maartenfiguur zijn bakkes vastgrijpen en tegen de muur knallen om em vervolgens te beginnen kopschoppen. In tegenstelling tot Steve de Janet, die veu zoiets pietlullig de flikken zou bellen. Daar is eveneens de beste cervela ter wereld beschikbaar, groot, dik, juicy en knapperig, the fucking one and only Cervela Befferke Royal XXXXXXL. Maar nu… nu blijft IK als enige Pjeirefretter achter op het forum. Alleen. Verlaten. Een eenzame samurai in een zee van Brusselse praat. Want klein Juleken kiest voor la capitale, voor tramsporen, de dames van plezier en toeristen, voor frieten die drie euro duurder zijn “omdat het centrum is, hé manneke.” Ik ben nu de laatste der Mohikanen van Vilvorde. De wachter van de Zenne. De beschermer van het ware frituurvet. Terwijl Juleken straks zijn frieten zal eten uit een strak kontje in Rue d'Aerschot, zal ik hier staan, standvastig, met een pak groot speciaal in de hand en de trots van een hele stad op mijn gespierde schouders. Maar vrees niet, Jule Poi'ke. Want zolang Frituur Pannenhuis bij Steve zijn frietketel vult, zolang er frituurdochters bestaan met engelengeduld en gevaarlijke glimlach, zolang er curryworsten zijn die knakken als vuurwerk op 21 juli — zolang leeft Vilvoorde. En moest Juleken ooit terugkeren, verdwaald, frietloos en lichtjes Frans pratend, dan zullen wij hem opwachten. Met een Bicky. Zonder pardon. Uw nederige dienaar in vet en vriendschap, den trouwste der frietfilosofen

bonne merde copain