lacon van Pfizer bevat volgens de bijsluiter voldoende vaccin voor vijf prikjes. Maar op het terrein slagen onze zorgkundigen er bijna standaard in om een volwaardige zesde dosis uit het flesje te puren. “Dat wordt ook gebruikt. We kunnen een vijfde meer mensen vaccineren”, zegt Roel Van Giel, de voorzitter van huisartsenvereniging Domus Medica.
Pfizer heeft aan het Europees geneesmiddelenagentschap EMA een herziening gevraagd van de goedkeuring van zijn coronavaccin. Ze stelt voor om voortaan zes in plaats vijf dosissen – zoals in de bijsluiter staat – uit de flacons te halen. Het EMA beslist daar eerstdaags over, maar veel landen zijn al overgegaan op het inenten van die ‘bonusdosissen’. Het Verenigd Koninkrijk en de VS hadden als eerste door dat na het optrekken van vijf dosissen nog een ‘klutske’ achterbleef in de flacons van Pfizer. In Denemarken, waar de vaccinatiecampagne een vliegende start nam, kon men zo zelfs meer mensen inenten dan begroot.
Dat in deze zogeheten multidose vials een restant achterblijft is heel normaal. Voor één shot is precies 0,3 ml vloeistof nodig. Bij het optrekken en injecteren is er altijd een beetje verlies, een deel blijft achter in de naald en spuit. Bij die kleine hoeveelheden bestaat dan het risico dat voor de vijfde persoon in de rij onvoldoende vaccin overblijft. Om dat te voorkomen vult Pfizer de flacons ruim voldoende. Maar waar de verpleegkundigen in andere landen zich gelukkig prijzen als het restant volstaat voor een zesde prikje, lukt het bij ons standaard om zes dosissen uit de flesjes te puren. Soms is zelfs een zevende mogelijk. “Enkel bij een onzorgvuldigheid lukt dat niet”, zegt Van Giel. De winst is enorm: 20 procent extra dosissen. Of op de ongeveer 350.000 dosissen die Pfizer deze maand aan ons land levert een bonus van 70.000. Die worden ook toegediend. Als alle bewoners die willen hun prikje hebben gehad, gaat wat overblijft naar de personeelsleden.
Nauwkeurige spuit
Volgens vaccinoloog Pierre Van Damme, lid van de taskforce vaccinaties, helpen de extra dosissen om nu een versnelling hoger te schakelen. Maar hoe komt het dat Belgische zorgkundigen gemakkelijker dan veel andere landen een zesde prikje optrekken? De verklaring is simpel. “Onze overheid heeft heel goede spuiten gekocht. We hebben de beste”, zegt Thomas De Rijdt, diensthoofd van de ziekenhuisapotheek van het UZ Leuven. De injectiespuiten die ons land momenteel gebruikt, kunnen heel nauwkeurig optrekken en injecteren, waardoor héél weinig volume achterblijft in naald en spuit.
EMA zal de bijsluiter enkel herzien als het mogelijk is om consistent zes dosissen op te trekken, klinkt het bij een woordvoerder. Daar wringt het schoentje, want enkel met de hypernauwkeurige injectiespuiten lijkt dit dus mogelijk. “Wij gebruiken die momenteel, maar wat als we ze morgen niet meer hebben? Ik denk niet dat we heel de vaccinatiecampagne dit type gaan kunnen gebruiken. Heel de wereld wil ze hebben”, zegt De Rijdt.
Een andere oplossing zou het mengen van restanten kunnen zijn. Maar dat is absoluut verboden. Het brengt de steriliteit in gevaar, al is dat volgens De Rijdt niet het grootste risico. “Er zitten heel kleine afwijkingen op de concentraties van ieder restje. Als je verschillende mengt dan weet je niet meer wat je aan het doen bent.”