Benjamin zei:
Nee, ik stel precies datgeen wat je in deze bron die ik gegeven heb kan lezen:
Jan van de Craats
Kinderen moeten eerst de tafels leren en getallen van 1 t/m 9 bij elkaar leren optellen en aftrekken, vervolgens heel veel oefenen met de traditionele algorithmen en de meeste leerlingen ontwikkelen dan vanzelf tijdens het oefenen wel dat inzicht, meer dan wanneer je probeert om direct inzicht te ontwikkelen zonder voldoende te automatiseren.
Lees dat document eens, hij (prominent hoogleraar wiskunde) legt het heel wat beter uit dan dat ik dat kan doen. Het realistisch rekenen heeft gefaald, dat overnemen is dwaas want de resultaten tonen aan dat het niet goed werkt. Voor de rest valt dat ook best goed te onderbouwen maar de resultaten zelf zijn al voldoende duidelijk.
FYI: hij is een van de twee schrijvers van het Basisboek Wiskunde (ook erg populair bij Vlaamse spijtoptanten die voor 3 lesuur per week aan wiskunde hebben gekozen en bijv. TEW of HI willen studeren) en het vervolgboek hierop en hij is een belangrijke drijvende kracht achter een nieuwe rekenmethode die uitgaat van de traditionele principes zonder de paar verworvenheden van het realistisch rekenen (het is niet alleen maar kommer en kwel) overboord te gooien. Deze rekenmethode is de eerste methode in decennia in Nederland waarmee leerlingen weer goed leren rekenen. De enige reden dat ik goed heb leren rekenen is omdat mijn lagere school geen methode gebruikte en zelf steeds de uitleg gaf en blaadjes met sommen maakte, ik ben hen daar nog altijd dankbaar voor. Helaas heeft die school wel bezweken voor de hapmethode (die zal jij zeker wel kennen?) en heb ik mezelf de staartdeling moeten aanleren die heel wat efficiënter is en heel wat meer inzicht doet ontwikkelen.
De belangrijkste factor voor de kwaliteit van het onderwijs is het opleidingsniveau van de leraar. Als je wil dan kan ik daar waarschijnlijk wel een referentie van vinden.
Wel, omtrent de mythes ga ik volledig akkoord.
Die zijn er ook in ons onderwijs, hoewel iedere leerkracht met wat ervaring sowieso deze al gaat omzeilen.
Het cijferen zoals de Nederlands het doen, doen wij in België alvast niet. En gelukkig maar.
Ons cijferen is op de manier dat de staartdeling gemaakt wordt, (kort en duidelijk) daar gaat de prof dan ook volledig mee akkoord dat het een goede methode is.
Zelfs de omgekeerde bewerking maken bij optellend en aftrekkend cijferen, moeten de kinderen doen.
Nullen aanvullen doen ze ook, althans de kinderen die het inzicht hebben omtrent kommagetallen.
Dus ik weet niet goed waar jij over wil discussiëren, maar opa's trucjes van cijferen zijn wel standaard in onze lesmethodes.
Ik heb nog onderwijs gekregen in de manier van de zinnetjes die hij daar aanhaalt om iets te beschrijven.
Zo'n zinnetjes spreken kinderen absoluut niet aan. Zelfs kinderen die een natuurlijke gave hebben voor rekenen begrijpen die zinnetjes niet.
"delen door een breuk is vermenigvuldigen met de omgekeerde breuk"
Zo'n zinnetjes, hoe gemakkelijk het ook lijkt voor ons, volwassenen, is het absoluut niet voor kinderen. Vandaar dat handleidingen zulke didactische regeltjes achterwege laten.
Kinderen moeten zo'n zin visueel kunnen voorstellen, vandaar dat er meer concreet gewerkt wordt.
Natuurlijk neemt concreet werken meer tijd in beslag dan zo'n zin enkele keren herhalen.
En helaas falen handleidingen van tegenwoordig er in om tijd te voorzien voor nieuwe leerstof grondig aan te brengen.
Of ik tevreden ben met de visie die het onderwijs hanteert? Ja.
Ben ik tevreden met de handleidingen van tegenwoordig? Neen.
Als leerkracht kan je natuurlijk kiezen welke handleiding je voorkeur geniet en of je al dan niet zelf een handleiding opstelt, maar echt realistisch is dat laatste niet.
Alle handleidingen tegenwoordig op de markt maken het voor de zwakke leerlingen enkel maar moeilijker om te volgen.
Een les waar nieuwe leerstof in aan bod komt bestaat niet meer louter uit oefeningen met die nieuwe leerstof, maar ook uit x-aantal andere oefeningen die ze zogezegd al allemaal moeten beheersen.
Maar net doordat er geen degelijke inoefening meer is, kunnen ze niet meer volgen en geraken enkel nog meer ontmoedigd.
Ik weet niet hoe het zit op secundair niveau, maar daar hoeft veel minder concreet gewerkt te worden, dus zou zo'n methode van zinnetjes perfect mogelijk zijn. En dat gebeurde vroeger ook zo, maar ik weet niet of dat nu nog altijd zo is.
Benjamin zei:
De belangrijkste factor voor de kwaliteit van het onderwijs is het opleidingsniveau van de leraar.
Met het vetgedrukte ga ik volledig akkoord. Het opleidingsniveau staat er volledig los van.
Een leerkracht die boeiend les kan geven, zal vaak meer bereiken met een klas dan een leerkracht met god-weet-welke masterdiploma's.