@orchidee: wrs vond ge die simpel omdat die intuitief was, we hebben er ook waar ge 'moeilijke' formules voor moet gebruiken maar die post ik hier niet omdat ge die niet met 'logisch verstand' kunt vinden en weinigen zullen hier die formules kennen. Wrs zullen ze die in de hogeschool ook niet vragen

(niet omdat ze te moeilijk zijn, maar gewoon te verregaand)
Hier komt die:
Een binair telecommunicatiesysteem zendt de signalen 0 en 1 door. Door mogelijke storingen tijdens de teletransmissie worden er gemiddeld 2 op de 5 nullen en 1 op de 3 ´enen onjuist ontvangen. Veronderstel dat de verhouding tussen de doorgezonden nullen en ´enen 5 op 3 is. Wat is dan de kans dat een ontvangen signaal hetzelfde is als het doorgezonden signaal als:
(a) het ontvangen signaal een 0 is?
(b) het ontvangen signaal een 1 is?
---
Antwoorden:
20a 3/4
20b 1/2