Is Antwerp FC bestolen in het Jan Breydelstadion? Ja. Zonder discussie. Want die is er wél over het doelpunt van Hans Vanaken. Zet alle beelden op een rij, zoom in zoveel u wil, nooit zal er iemand met honderd procent zekerheid kunnen zeggen of De Laet die bal nu voor of achter de lijn heeft weggekopt. Club Brugge krijgt die goal enkel omdat scheidsrechter Erik Lambrechts hem toekende, op aangeven van zijn lijnrechter Philippe Vandecauter. En de VAR? Die kon niet ingrijpen, want voor hen is het – uiteraard – geen clean error.
LEES OOK : Waar is die doellijntechnologie? Club Brugge klopt Antwerp met twijfelachtige goal van Vanaken
Lijnrechter Vandecauter moet buitenaards scherpe haviksogen hebben. Want hij kan vanop een afstand van ongeveer 37 meter (de afstand tussen ‘zijn’ zijlijn en de linkerkant van het doel) blijkbaar wél zien wat geen enkele camera kan vastleggen. En bovendien stond Vandecauter dan ook nog eens niet pal in de hoek van het veld, maar minstens tien meter voor de achterlijn. Vanuit die hoek kon hij dus hoogstens de rug van De Laet hebben gezien, nooit de bal. En dan zou je ootmoedig moeten durven toegeven: “sorry, ik kon het ook niet zien, laat de VAR maar beslissen”. Waarop die VAR niet anders had kunnen melden dan “geen goal want wij zien het ook niet duidelijk”. Maar dat gebeurde dus niet.
De discussie zal nu ongetwijfeld opnieuw oplaaien: waarom België nog geen doellijntechnologie heeft, in tegenstelling tot ongeveer elke grote Europese voetbalcompetitie. Te duur, is het enige antwoord. En die discussie zal niets veranderen aan de feiten: een dure nederlaag voor Antwerp. En zuur. Want mogen we de vraag stellen? Zouden scheidsrechter en lijnrechter dezelfde beslissing hebben durven nemen, als niet de Gouden Schoen en Jan Breydel een hoofdrol hadden, maar bijvoorbeeld Mbokani aan de overkant exact dezelfde ‘goal’ had gescoord? Ook dat zullen we nooit weten. Maar het cliché dat voor Club Brugge in België het glas net iets vaker halfvol dan halfleeg is, is eens te meer bevestigd.
Nu, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat klagen over een diefstal altijd een beetje vervelend wordt als blijkt dat het slachtoffer alle ramen en deuren had opengelaten, het alarm had afgezet en alle dure spullen al mooi had gerangschikt op de salontafel. Het blijft diefstal, maar je mag jezelf als slachtoffer toch ook een beetje op het hoofd kloppen. Want ja, Antwerp FC moet zichzelf zondag mee verantwoordelijk achten voor de pijnlijke nederlaag.
In Brugge ontmoette het een tegenstander die fysiek minstens de evenknie is. Of zelfs nog beter, een tegenstander die technisch overwicht had. Mbokani voelde het ongetwijfeld: tegen gelijkwaardige beren als Deli en Balanta krijgt ook Dieu het moeilijk. En Miyoshi, Rodrigues en Lamkel Zé? Aanvallend onmondig. Want ook Mata, Mechele en Sobol voetbalden op een hoger niveau. Zelfs De Sart spartelde. Tot de 84ste minuut en het tegendoelpunt had de Great Old zich weinig of niet kunnen tonen. En stond enkel de hoop op de ‘0-0 op een diefje’ in het boekje, getekend Haroun, Hoedt, Bolat en co.
ONS OORDEEL. Antwerp krijgt vier buizen voor aanvallende onmondigheid
Helaas. Scheidsrechter en lijnrechter gunden de diefstal niet aan Antwerp, maar aan Club Brugge. Een mentale opsteker voor Club in de laatste rechte lijn naar Play-off 1. En een tegenslag waar het stamnummer 1 niet te lang over moet blijven treuren. Donderdag wacht Kortrijk in de return van de halve bekerfinale. Een nieuwe – en wellicht nog belangrijker – kans voor Antwerp om zich wél te bewijzen.