Kant heeft juist de rationalistische godsbewijzen naar de prullenbak verwezen.

Voor Kant vereist de ethiek dat God bestaat (net als vrijheid en onsterfelijkheid van de ziel, de zogenaamde postulaten), maar er kan geen sprake zijn van een zuiver godsbewijs. God moet garanderen dat geluk aan het goede wordt verbonden, na de dood dan weliswaar, want hier op aarde ziet iedereen dat mensen die goed doen lang niet altijd geluk kennen en vice versa. Maar tussen ons: Kant zou vandaag een atheïst zijn, geen twijfel mogelijk.
Je moet ook niet te veel focussen op Kants synthetische a priori oordelen, dat is iets technischer. Het belangrijkste is dat hij rationalisme (kennis komt door het verstand te gebruiken) en empirisme (kennis komt door ervaring) verenigt. Ons verstand legt categorieën (tijd, ruimte, causaliteit...) op aan onze ervaringen: zonder elkaar zouden ons "leeg" verstand of onze "blinde" indrukken niet tot veel in staat zijn. En op die manier sluiten we aan bij de discussie: onze ervaring van de wereld verloopt altijd via onze categorieën: enerzijds betekent dat dat we de wereld op zichzelf niet kunnen kennen, anderzijds betekent dat dat er een discrepantie ontstaat tussen de menselijke, subjectieve, betekenisvolle leefwereld en de objectieve natuur, en het is dat verschil waar Avondland zich op beroept.
Kant is zeer goed te begrijpen als je hem goed uitgelegd krijgt (veel makkelijker dan Hegel, Heidegger en andere obscure continentalen van de 19e en 20e eeuw), en het is enorm interessant. Das ding an sich ist ein unbekanntes: dat is gewoon het geniaalste wat de filosofie heeft bereikt voor de 20e eeuw.

Maar lees secundaire literatuur, dat is beter.