Gisteren werd Kim De Gelder schuldig verklaard aan moord. Over de vraag of hij toerekeningsvatbaar is, is oeverloos gepalaverd in de assisenzaal. Nochtans menen steeds meer juristen, filosofen en wetenschappers dat dit een zinledige discussie is. 'Want iedereen is ontoerekeningsvatbaar', zegt de neurowetenschapper Jan Verplaetse. Jawel, u ook.
De beklemmende getuigenissen over de moorden in het kinderdagverblijf Fabeltjesland in Dendermonde volgden elkaar drie weken lang op in de assisenzaal in Gent. De expertverslagen over de psyche van Kim De Gelder werden op anderhalve dag afgehaspeld. Heel wat bevoorrechte waarnemers merkten de scheeftrekking op, maar de media haalde ze niet.
De recente ontwikkelingen in de neurobiologie kregen opvallend weinig aandacht op dit proces, alsof De Gelder niet ontoerekeningsvatbaar mocht worden verklaard. Al deed professor Koen Van Laere op vrijdag 15 maart de assisenzaal heel even verstommen. SPECT-scans wijzen op een zeer grote afwijking in de doorbloeding van bepaalde gebieden in de hersenen van De Gelder, vertelde hij. En ook: die afwijkingen verstoren De Gelders perceptie van de werkelijkheid compleet, terwijl zijn capaciteit om te plannen intact is. Het was eens iets anders dan de labels psychopaat (een nooit gestelde diagnose), meesterlijke manipulator of monster waarmee de jury werd bespeeld.
In de VS woedt de discussie over 'neurolaw' in volle hevigheid. Net als in Frankrijk, waar een 'conseil strategique' tweejaarlijks over evoluties in de wetenschap rapporteert. Hier geraakten de scans stoemelings op het proces. Van Laere werd pas opgeroepen, nadat een andere getuige het bestaan van de scans had vermeld. Guido Stellamans, zorgpsychiater van de gevangenis van Brugge, had ze laten maken uit nieuwsgierigheid. 'Zo'n patiënt zie je niet elke dag.'
Ook neurowetenschapper en filosoof Jan Verplaetse zat erbij en keek ernaar. 'Door de SPECT kon je niet meer stellen dat er niets mis is met De Gelder', zegt hij. 'Op basis van zijn gedrag wisten we dat al, maar nu kon je bedenken dat het misschien een gevolg was van de afwijking in zijn brein. Maar helaas: in plaats van die discussie te openen is ze onmiddellijk gesloten, en is men teruggekeerd naar de psychologen.'
Nu waren SPECT-scans niet de beste keuze om iets te zeggen over toerekeningsvatbaarheid. 'Deskundigen vertellen me dat extra neurologisch onderzoek met een MRI-scan (Magnetische Resonantie Imaging) of DTI-scan (Diffusion Tensor Imaging) meer harde bewijzen had opgeleverd. Experts beweren dat schizofrenie vaststellen op basis van hersenscans, aangevuld met klinische observatie, in de heel nabije toekomst mogelijk is. In Nederland worden delinquenten zoals De Gelder direct na hun arrestatie zeven weken door een multidisciplinair team geobserveerd in het Pieter Baan Centrum, waar ze zulke scans meteen kunnen nemen. Pas op: alle begrip toen de voorzitter zei dat we hier moeten roeien met de riemen die we hebben.'
Die riemen zijn niet veel soeps. Gerechtspsychiater Paul Cosyns benadrukte de slechte omstandigheden waarin zo'n college hier moet werken en zei met zoveel woorden dat het onderzoek dat hij had uitgevoerd eigenlijk niet degelijk kon zijn. Het is al lang bekend: er is geen opleiding, er zijn geen standaarden voor een verslag, en de verloning is schabouwelijk. De kwaliteit is navenant.
Cosyns heeft naar eigen zeggen lang getwijfeld, maar uiteindelijk concludeerde het voltallige college van gerechtspsychiaters dat De Gelder niet schizofreen is, maar wel lijdt aan een 'schizotypische persoonlijkheidsstoornis.' Dat is weliswaar een ernstige karakterstoornis, maar het betekent dat De Gelder niet krankzinnig is - een begrip dat in de wet staat, maar geen enkele psychiatrische betekenis heeft. Niet geestesziek, dus. Voor de gerechtsdeskundigen staat het vast dat De Gelder tijdens de feiten uit vrije wil handelde. Dat hij zijn daden controleerde. Ook de jury oordeelde gisteren dat hij toerekeningsvatbaar is en moet worden veroordeeld.
Wraakproces
Het concept toerekeningsvatbaarheid is een draak. Om te beginnen zijn er verschillende interpretaties. Zo ben je in België ofwel helemaal toerekeningsvatbaar ofwel helemaal niet, terwijl er in Nederland vijf gradaties zijn. 'Hier vraag je de jury een gokje te wagen', zegt Jan Verplaetse. 'Maar er is een fundamenteler probleem. Toerekeningsvatbaarheid is een juridisch en geen medisch begrip, terwijl je wel aan psychologen en psychiaters vraagt het te 'meten'. Dat kan niet. Je krijgt dus nooit een eenduidig beeld.'
Voor Verplaetse is de vraag naar toerekeningsvatbaarheid 'even mysterieus als middeleeuwse godsoordelen'. 'Het is onze plicht wetenschappelijke kennis te gebruiken. Maar ook dat debat werd niet gevoerd. De voorzitter van het assisenhof was volgens mij bang dat hoogtechnologische neurobiologie het oordeel steeds meer zou beinvloeden. Het is iets nieuws en het ligt buiten de competenties van magistraten. Het is mogelijk dat we in de toekomst niet langer aan een rechter vragen of iemand toerekeningsvatbaar is, maar aan een college van gedragswetenschappers, onder wie ook neurowetenschappers.'
De advocaten Walter Van Steenbrugge en Christine Mussche brengen dat vandaag al in de praktijk. Ze werken al jaren rond ontoerekeningsvatbaarheid. En ook zij klagen aan dat het een wraakproces is geworden, een gemiste kans. 'Een van de gerechtspsychiaters die De Gelder onderzocht, is Roger Deberdt, 83 jaar. Als je ziet dat in zijn recente boek over vijftig jaar gerechtspsychiatrie niets staat over neurobiologie, dan kan je alleen vaststellen dat we niet op die trein zitten. Terwijl hij wel vertrokken is', stelt Van Steenbrugge. 'Met alle respect, maar dat is nog het stenen tijdperk.'
'We hebben hier op kantoor een forensisch competentiecentrum, waarin we om de zes weken samen zitten met twee psychiaters, een psycholoog, een neuroloog en een moraalfilosoof. Die internationale autoriteiten komen ons bestuiven met de nieuwste vakliteratuur. Hun input levert inzichten op voor verschillende casussen. Met hen hebben we onder meer het oorzakelijk verband tussen seksueel misbruik en zelfdoding onderzocht, en criminele feiten ten gevolge van een hersenbloeding.'
Dat laatste gaat over een man die tot zijn zestigste een normaal leven leidde, een hersenbloeding kreeg en nadien seksueel grensoverschrijdend gedrag stelde naar kinderen. 'Zijn hele omgeving kende hem als een absoluut normale en integere mens. Ze begreep er niets van', zegt Mussche. 'Onze interdisciplinaire specialisten hebben het onderzocht en bevestigen dat het met zijn aandoening te maken heeft - hij heeft sindsdien ook geheugenproblemen en andere karakterveranderingen. We hopen dat het bruikbaar is voor de rechter. Nu laat hij zich behandelen en wil hij nooit meer alleen zijn met kinderen. 'Omdat ik dingen kan doen die ik niet wíl doen', zegt hij. Als hij hier op consultatie komt, zitten hij en zijn vrouw de hele tijd te wenen. Wij vragen ons af of dat wel in een strafrechterlijke context past.'
Het doet denken aan de 'Virginia Case': bij een man die voor zedenfeiten met kinderen werd opgesloten, werd een tumor ontdekt. Toen die werd weggehaald, verdwenen de pedofiele neigingen. Toen de tumor terugkwam, doken ook de neigingen opnieuw op.
Vrije wil
Als een tumor de controle over ons gedrag wegneemt, hoe zit het dan zonder tumor? Tijdens het proces-De Gelder voelde je geregeld het vrijewildebat héél even opborrelen. Op een bepaald moment sprak de voorzitter sarcastisch: 'De Gelder wilde laten uitschijnen dat hij geen vrije wil meer had, dat hij vanuit zijn persoonlijkheid gedwongen werd.' Recente neurologische bevindingen geven De Gelder gelijk. Alleen: die bevindingen staan lijnrecht tegenover het DNA van ons rechtssysteem.
Jan Verplaetse publiceerde in 2011 'Zonder vrije wil', een filosofisch essay over verantwoordelijkheid. Daarin stelt hij dat harde neurowetenschap aantoont dat aan onze bewuste beslissingen talloze onbewuste processen voorafgaan, processen waarover we geen enkele controle hebben. Seconden voor we ons bewust worden van een beslissing is ze op de hersenscanner al zichtbaar. Gedrag kan niet bewust beginnen. En dus is er geen vrije wil. 'De bewuste wil is maar een woordvoerder van beslissingen die onbewust op voorhand zijn genomen', schrijft Verplaetse.
'Op het proces hoorde ik hele rare dingen die moesten aantonen dat De Gelder zijn daden controleerde', zegt hij. 'Zoals: hij gaf zichzelf de opdracht om te moorden. Maar waarom doet hij dat? Wat van binnenuit komt, is evenzeer onderhevig aan oorzaken waarover een mens geen controle heeft. Ik hoor ook dat hij heeft getwijfeld, waaruit men afleidt dat hij de keuze had. Alsof aarzeling een proces is dat niet door het brein wordt aangestuurd. Zelfs de meest aarzelende beslissing blijft een beslissing die je brein moet nemen en die in feite vaststaat.'
Op basis van die neurobiologische feiten toont Verplaetse aan dat er zonder vrije wil ook geen sprake kan zijn van verantwoordelijkheid. Gevolg: we kunnen niemand nog iets kwalijk nemen. Schuld bestaat niet. 'Mensen straffen of belonen voor hun daden omdat ze het verdienen, is even rechtvaardig als ze straffen of belonen voor de (natuurlijke) kleur van hun haar of de (natuurlijke) vorm van hun gezicht', citeert hij de Britse filosoof Galen Strawson.
In Verplaetses woorden: 'Lof en blaam, verdiende loon en verdiende straf zijn twee zijden van dezelfde, onbestaande medaille die verantwoordelijkheid heet.' Dat betekent dat niet alleen geesteszieken en verstandelijk gehandicapten ontoerekeningsvatbaar zijn, maar wij allemaal. Ook Adolf Hitler had geen vrije wil en geen verantwoordelijkheid. Een radicale conclusie die compleet botst met onze emotie en intuïtie. 'We hebben van minuut tot minuut het gevoel dat we kunnen kiezen wat we doen. Dat is een fantastisch gevoel maar het betekent niet dat er werkelijk een objectieve keuze is.'
Eigenlijk hoef je niet lang na te denken om tot hetzelfde besluit te komen. Welke pasgeborene, welke puber met een greintje verstand en gevoel zou vrij kiezen om uit te groeien tot Hitler? Of Dutroux? Of De Gelder? Die laatste verklaarde op het proces: 'Ik heb dit nooit gewild, ik kon niet anders.' Helemaal in lijn met wat Verplaetse stelt.
Verzekeringen
Wie zijn vergeldingsintuïtie onderdrukt en het boek leest, ziet zijn wereldbeeld in elkaar storten. Toch stelt Verplaetse dat de verwijtloze wereld waarvoor hij pleit niet zo dramatisch is als we denken. De idee dat daar een normloze, immorele chaos dreigt, is onjuist. In een schuldloze wereld blijf je afkeuren wat in strijd is met de morele norm en heeft opvoeden wel degelijk zin om mensen gevoelig te maken voor die norm. Morele spelregels zoals mensenrechten en grondwettelijke rechten en plichten blijven even belangrijk. Alleen: voor de fouten die desondanks optreden zijn we niet verantwoordelijk, want we hebben geen controle over de oorzaken van ons handelen. We hadden het niet anders kunnen doen.
Vanuit het besef dat verwijten mensen kwaad maken en conflicten doen escaleren, lossen we nu al steeds meer conflicten op met bemiddeling - denk aan huwelijken ontbinden zonder schuldige aan te wijzen. In een ruwe schets van zijn ideale rechtsmodel is er geen civielrechterlijke aansprakelijkheid of strafrechterlijke verantwoordelijkheid meer. Schade vergoeden en de samenleving beschermen is een zaak van de overheid en privéverzekeraars. Aansprakelijkheidsverzekeringen passen uitstekend in een verwijtloze wereld en maken volgens Verplaetse nu al duidelijk dat het geen inferno hoeft te worden: 'We gaan niet meteen roekeloos rijden omdat we een autoverzekering hebben of andermans goederen vernielen omdat we een familiale verzekering hebben.'
In die schuldloze wereld heeft ieder dus een foutverzekering - zoiets als een gezinspolis - om schade aan anderen te vergoeden, met premies en vrijstellingen als prikkels. Voorts ook een verzekering voor objectieve of risicoaansprakelijkheid en een misdrijvenverzekering. 'Misdaad zie ik als werkloosheid, ziekte of invaliditeit: gewoon pech, niet meer dan een risico waartegen je je kan verzekeren', schrijft hij. De overheid heeft schadefondsen voor onverzekerbare risico's en onbetaalde verzekeringen. En in dat alles is er heel veel preventie - verwacht op elke auto maar een alcoholslot.
Voor het bestaande strafrecht zijn de inzichten weliswaar een ramp: schuld is er het fundament. Toch is een schuldvrij strafrecht denkbaar, stelt Verplaetse. Je kan blijven berispen en ter verantwoording roepen, straffen en belonen. Die sturingsmechanismen blijven zinvol, maar wel vanuit een heel andere, doelgerichte kijk op straf. Straffen zijn dan prikkels om recidive te vermijden, andere potentiële misdadigers af te schrikken en de samenleving te beschermen. Blind straffen doet meer kwaad dan goed. De essentiële vraag is: hoe verander je iemands causale netwerk dat tot de misdaad leidde, zodat hij zijn leven betert?
De vraag is hoe een proces-De Gelder zou verlopen zonder schuldvraag. 'Net als gerechtspsychiater Rudy Verelst pleit ik voor een ontdubbeling van de rechtbanken', zegt Verplaetse. 'Dan krijg je een juristenrechtbank die naar de feiten kijkt. Wie is de dader en hoe kwalificeren we het misdrijf, bijvoorbeeld doodslag of moord? Daarna volgt een maatregelenrechtbank met gedragswetenschappers die een gepaste maatregel uitdenken. Iemand die gestoord is, zal eerder in behandeling gaan. Iemand met normale vermogens die strafgevoelig is, krijgt een straf. Vergelding als doel valt weg.'
Dat laatste is de achilleshiel van Verplaetse: kan ons recht echt zonder schuld? Hij lost de vraag niet op. 'Ik onderzoek nu hoe diep onze vergeldingsbehoefte zit en of je ze kan schrappen. Kan je aan mensen uitleggen dat vergelding geen goede zaak is? Zijn initiatieven rond herstelbemiddeling een succes? Ik ben daar vrij pessimistisch in. Die behoefte zit zeer diep, denk ik.'
Hoewel een schuldloze maatschappij absurd lijkt, is ze niet nieuw. 'Er zijn tijden geweest zonder vrije wil en verantwoordelijkheid. De Grieken kenden dat niet. De vrije wil is een uitvinding van de stoïcijnen, de christenen. Het grootste probleem van mijn stelling is niet de filosofische juistheid, maar de vraag of ze realistisch is in een maatschappij die populistischer wordt en waar verantwoordelijkheid heilig is. Niets lijkt erger dan geen schuldige vinden. Denk aan Pukkelpop, Buizingen, Sierre; men blijft zoeken naar iemand die anders had kunnen handelen.'
'Een ander gevaar is dat we expertenrechtbanken krijgen waar slachtoffers of andere belanghebbenden wat buiten gehouden worden. Het forum dat assisen is, waar alles aan de oppervlakte kan komen en uitgebreid kan worden besproken, werkt louterend. Dat circus bevredigt ook een behoefte. Dus misschien is zo'n expertenrechtbank een iets te rationalistisch tribunaal.'
Expert
Is iedereen het eens met Verplaetses bewijs? Bijlange niet. Er blijven filosofen die zeggen dat de vrije wil wel bestaat. En velen vinden dat verantwoordelijkheid kan bestaan zonder vrije wil. 'Zelfs onder neurowetenschappers is het geloof in vrije wil enorm. Soms is het ontstellend hoe zij het simpele abc van het vrijewildebat niet kennen, maar zich vanuit de aloude intuïtie wel aan de idee van vrije wil blijven vastklampen. Maar bij diegenen die echt bezig zijn met hoe ons brein beslissingen neemt, zoals Victor Lamme en Patrick Haggard, is er stilaan consensus. Hoe meer we weten over het brein, hoe minder ruimte er is om te geloven in een vrije wil.'
In de rechtbank maken filosofische argumenten geen kans: een advocaat die ze gebruikt, zou afgaan. 'Rechters geloven in verantwoordelijkheid. Dat is hun job', stelt Verplaetse. Of hij als expert zou kunnen fungeren? 'Neen. Mijn kritiek ligt voor 99 procent op het systeem zelf, al sluit ik niet uit dat ik een jury kan overtuigen van mijn redenering. Ik moet naar het parlement, niet naar individuele rechtszaken.'
Verplaetse is er gerust in dat hij met het verstrijken van de tijd steeds meer medestanders krijgt. 'Naarmate de kennis toeneemt, zal je eens een situatie krijgen met een perfecte uitleg over waarom iemand deed wat hij deed - neurobiologisch, genetisch en opvoedkundig geduid - en waarin niemand nog een gat ziet om te denken dat er een moment van keuzevrijheid was. Dan zal er hopelijk een klik zijn: die mens heeft alleen maar uitgevoerd wat hij zelf wás. Hij zat zo in elkaar. Er was geen alternatief. En niet alleen hij zit in elkaar zoals hij in elkaar zit, maar wij allemaal. En iedereen die in de assisenzalen de revue is gepasseerd.'
(c) De Tijd