Art. 375.(Zie NOTA 1 onder TITEL) (Verkrachting is elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt.
Toestemming is er met name niet wanneer de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang [
1 , bedreiging, verrassing]
1 of list of mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer.) <W 04-07-1989, art. 1, 1°>
(Met opsluiting van
vijf jaar tot tien jaar wordt gestraft ieder die de misdaad van verkrachting pleegt.) <W 2000-11-28/35, art. 8, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001>
(Wordt de misdaad gepleegd op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar, dan wordt de schuldige gestraft met opsluiting van
tien jaar tot vijftien jaar.) <W 2000-11-28/35, art. 8, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001>
(Wordt de misdaad gepleegd op de persoon van een kind boven de volle leeftijd van veertien jaar en beneden die van zestien jaar, dan wordt de schuldige gestraft met opsluiting van
vijftien jaar tot twintig jaar.) <W 2000-11-28/35, art. 8, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001>
(Als verkrachting met behulp van geweld wordt beschouwd elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van een kind dat de volle leeftijd van veertien jaar niet heeft bereikt. In dat geval is de straf opsluiting van
vijftien tot twintig jaar.) <W 2000-11-28/35, art. 8, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001>
(De straf is opsluiting van
twintig jaar tot dertig jaar, indien het kind geen volle tien jaar oud is.) <W 2000-11-28/35, art. 8, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001>
Art. 376.(Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 04-07-1989, art. 2> Indien de verkrachting of de aanranding van de eerbaarheid de dood veroorzaakt van de persoon op wie zij is gepleegd, wordt de schuldige gestraft met (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar). <W 2000-11-28/35, art. 9, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001>
(Indien de verkrachting of de aanranding van de eerbaarheid is voorafgegaan door of gepaard gegaan met de handelingen bedoeld in artikel 417ter , eerste lid, of opsluiting, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.) <W 2002-06-14/42, art. 3, 036;
Inwerkingtreding : 24-08-2002>
Indien de verkrachting of de aanranding van de eerbaarheid gepleegd is op een persoon [
1 van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was]
1, of onder bedreiging van een wapen of een op een wapen gelijkend voorwerp, wordt de schuldige gestraft met dwangarbeid van tien tot vijftien jaar.
----------
(1)<W
2011-11-26/19, art. 5, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012>
Art. 377.(Zie NOTA 1 onder TITEL) [
1 De straffen zullen worden vastgesteld als bepaald bij het tweede tot zesde lid :
- als de schuldige een bloedverwant in de opgaande lijn of de adoptant van het slachtoffer, een bloedverwant in de rechte nederdalende lijn van het slachtoffer dan wel van een broer of zus van het slachtoffer is;
- als de schuldige hetzij de broer of de zus van het minderjarige slachtoffer is dan wel iedere andere persoon die een gelijkaardige positie heeft in het gezin, hetzij onverschillig welke persoon die gewoonlijk of occasioneel met het slachtoffer samenwoont en die over het slachtoffer gezag heeft;
- als de schuldige tot degenen behoort die over het slachtoffer gezag hebben; als hij misbruik heeft gemaakt van het gezag of de faciliteiten die zijn functies hem verlenen; als hij arts, heelkundige, verloskundige of officier van gezondheid is aan wie het kind of iedere andere in artikel 376, derde lid, bedoelde kwetsbare persoon ter verzorging was toevertrouwd;
- als de schuldige, wie hij ook zij, [
2 in de artikelen 371/1, 373, 375 en 376]
2 bedoelde gevallen door een of meer personen werd geholpen bij de uitvoering van de misdaad of het wanbedrijf.]
1
[
3 In de gevallen van artikel 371/1, § 3, eerste lid,]
3 [
2 artikel 372, eerste lid, en van artikel 373, tweede lid]
2, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar

<W 2000-11-28/35, art. 10, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001>
(...) <W 18-06-1985, art. 2>
[
2 [
3 In de gevallen van artikel 371/1, § 1]
3 en van artikel 373, eerste lid]
2, wordt het minimum van de gevangenisstraf verdubbeld;
[
3 In de gevallen van artikel 371/1, § 3, tweede lid,]
3 [
2 artikel 373, derde lid]
2, 375, vierde lid, en 376, derde lid, bedraagt de opsluiting ten minste twaalf jaar

<W 2000-11-28/35, art. 10, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001>
(In het geval van [
2 artikel 375, derde lid]
2, bedraagt de opsluiting ten minste zeven jaar;
In de gevallen van (artikel 375, vijfde en zesde lid en van artikel 376, tweede lid) bedraagt de opsluiting ten minste zeventien jaar.) <W 2000-11-28/35, art. 10, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001>
(...)
----------
(1)<W
2011-11-26/19, art. 6, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012>
(2)<W
2016-02-01/09, art. 11, 115; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
(3)<W
2020-05-04/16, art. 8, 142; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
Art. 377bis.<W
2007-05-10/35, art. 33, 064;
Inwerkingtreding : 09-06-2007> In de gevallen bepaald in dit hoofdstuk kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn nationaliteit, zijn geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke staat, zijn geboorte, zijn leeftijd, zijn fortuin, zijn geloof of levensbeschouwing, zijn huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, zijn taal, zijn politieke overtuiging, [
1 zijn syndicale overtuiging,]
1 een fysieke of genetische eigenschap of zijn sociale afkomst.
----------
(1)<W
2009-12-30/01, art. 109, 074; Inwerkingtreding : 31-12-2009>
Art. 377ter. [
1 In de gevallen bepaald in dit hoofdstuk of in de hoofdstukken VI en VII van deze Titel, wordt de minimumstraf van de bij die artikelen bepaalde straffen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer de misdaad of het wanbedrijf is gepleegd ten aanzien van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en deze misdaad of dit wanbedrijf is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk op een later tijdstip de in dit hoofdstuk of in de hoofdstukken VI en VII van deze Titel bepaalde feiten te plegen.
In de gevallen bedoeld in artikel 377, vierde tot zesde lid, wordt de verhoging van de minimumstraf bepaald in het eerste lid beperkt in die mate dat deze, toegepast samen met de verhoging van de straffen bepaald in artikel 377bis, niet hoger komt te liggen dan de bepaalde maximumstraf.]
1
----------
(1)<Ingevoegd bij W
2014-04-10/24, art. 2, 102; Inwerkingtreding : 10-05-2014>
Art. 378.<W 2000-11-28/35, art. 11, 029;
Inwerkingtreding : 27-03-2001> In de gevallen omschreven in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld tot ontzetting van de rechten genoemd in [
1 artikel 31, eerste lid]
1.
[
2 De rechtbanken kunnen daarenboven de veroordeelde verbieden tijdelijk of levenslang, rechtstreeks of onrechtstreeks een rusthuis, een home, een bejaardenverblijf of elke andere structuur voor gemeenschappelijk verblijf van personen als bedoeld in artikel 376, derde lid, uit te baten, of als vrijwilliger, contractueel of statutair personeelslid dan wel als lid van de bestuurs- en beheersorganen deel uit te maken van enige instelling of vereniging waarvan de hoofdactiviteit gericht is op in artikel 376, derde lid, bedoelde kwetsbare personen. Het verbod wordt toegepast overeenkomstig artikel 389.]
2