"De lijfspreuk van de Reuzegommers is: me, myself and I. Volgens mij zijn er op die doop dingen gebeurd die we nog niet weten. Dat is mijn overtuiging, ook al kan ik het niet bewijzen. Het enige dat Sanda’s papa wilde, waren antwoorden. Vandaag weten we echter nog altijd niet wie Sanda 4,5 liter visolie opgoot. Het moet daar overdag wel heel donker zijn geweest, als niemand iets heeft gezien (cynisch). Voor mij is dat niet wíllen zien. Hadden er sommigen wél gesproken, dan waren er misschien enkele Reuzegommers ook voor andere feiten veroordeeld. Misschien zaten we dan wel in het assisenhof. Maar de Reuzegommers sloten een soort van cordon sanitaire af door te zwijgen, berichten te wissen en de crime scene op te kuisen. Er zijn er al voor minder veroordeeld als lid van een criminele organisatie.”