Ik vind dit artikel in de Standaard, helaas achter de betaalmuur, echt nagels met koppen slaan. Voornamelijk terechte kritiek op de voortdurende profilering van partijen, ook buiten verkiezingstijd.
Het grote fiasco is dat de bestuurspartijen dat zelf zijn gaan geloven, en de eigen profilering verkiezen boven op het succes van de regeringen waarvan ze deel uitmaken. De analyse is niet nieuw, maar ze werd in 2023 weer ten overvloede bevestigd. Het gemak waarmee de fiscale hervorming de voorbije zomer in de gracht is gereden, blijft ontstellend, de manier waarop de Vlaamse regering het stikstofdossier liet ontsporen, was adembenemend.
De particip-opposition – met een been in de meerderheid, met een ander erbuiten – is bedacht in Franstalig België, maar besmette deze legislatuur alle partijen, zelfs die van premier Alexander De Croo.
Alleen dreigen die allemaal te verzwelgen in een bredere veroordeling van dé politiek en zelfs van dé democratie. En dat is, hoezeer het ook op sociale media wordt aangeblazen, onterecht. Maar het gemak waarmee beleidspartijen zelf het proces maken van de politiek als toxische omgeving waarin niets nog lukt, blijft verbazen.
Het zijn resultaten waar een beetje staatsman of -vrouw een imago weet op te bouwen, resultaten waarmee beleidspartijen antisysteempartijen van repliek kunnen dienen. Alleen belet hun onderlinge competitie dat. Voor de N-VA moet Vivaldi synoniem staan voor de ondergang, voor De Croo kan er niets goeds van de N-VA komen, ook al besturen ze samen Vlaanderen. Om dan verbaasd te zijn dat de kiezers doorlopen naar de kraampjes van de extremen, waar het altijd solden is.

