Ik wilde het gewoon meemaken, met alles erop en eraan. De vermoeidheid, de chaos, maar ook: een uitdieping van de relatie met mijn vriendin. Een nieuwe soort liefde voelen. De wereld opnieuw zien door de ogen van iemand die nog niets weet, kleine dingen die ik zelf al jaren niet meer echt zie. En: iemand begeleiden. Iemand bij de hand nemen en zeggen, kijk, hier begint het, dit is leven.
Het heeft natuurlijk ook wel iets biologisch en iets oerouds. Iedereen die voor mij kwam, hun vaders, hun moeders, helemaal terug tot het begin, allemaal hebben ze overleefd, liefgehad, en de stok doorgegeven. Ik wil mee in die keten staan.
Ook wel een tamelijk grote zekerheid dat ik op mijn oude dag anders zou denken: had ik het maar gedaan.