Ik stond bij de apotheek in de rij. Gesprek van die voor mij die aan de beurt was kort samengevat want er kwamen nogal wat 5'en en 6'en aan te pas:
- ik ben op zoek naar een medicijn voor de maag.
- apotheker: wat mag dat zijn?
- awel ik was goed met iets. Dat noemde Eno.
- apotheker tikt dat in, vind dat niet in het systeem, probeert wat andere combinaties en letters (Enno, ino,...)
Ik kan het niet vinden.
- ale zeg, en ik was daar zo goed mee. Zouden ze dat niet meer maken?
- ik ken dat medicijn Eno niet. Ik zou het niet kunnen zeggen, is dat al lang geleden?
- ja toch wel van de jaren '60

