Fishing: de stille goudmijn waar niemand paal en perk aan stelt
Elke dag opnieuw duiken ze op in de krant: mensen die duizenden euro’s kwijt zijn na één verkeerde klik. Een sms van “de bank”, een mail van “bpost”, een telefoontje van een zogezegde medewerker die “even helpt”. En telkens volgt dezelfde mea culpa: “Ik had beter moeten opletten.” Moeten we de schuldvraag wel zo snel bij het slachtoffer leggen?
Want laten we eerlijk zijn: fishing is geen marginaal probleempje van de enkeling. Het is een industrie. Een perfect geoliede machine die inspeelt op vertrouwen, tijdsdruk en menselijke kwetsbaarheid. En ja, het moet bijzonder lucratief zijn. Anders zou het niet blijven groeien, niet steeds professioneler worden, niet steeds moeilijker te onderscheiden van echte communicatie.
Wat we zien in de krant, is wellicht slechts het topje van de ijsberg. Voor elke gemelde fraude zijn er waarschijnlijk tientallen gevallen die nooit het daglicht zien. Uit schaamte. Uit onwetendheid. Of omdat mensen simpelweg denken dat melden toch geen zin heeft.
En ondertussen? Blijft het opvallend stil bij de instellingen die nochtans een sleutelrol spelen.
De banken bijvoorbeeld. Natuurlijk, ze waarschuwen. Ze sturen meldingen, publiceren tips, bouwen beveiligingslagen. Maar tegelijk schuiven ze de verantwoordelijkheid grotendeels door naar de klant. “U had uw code niet mogen delen.” Juridisch klopt dat misschien. Maar in een digitale wereld die steeds complexer wordt, is dat een wel erg comfortabele positie.
Waarom worden verdachte transacties niet sneller geblokkeerd? Waarom kunnen grote sommen in enkele minuten verdwijnen zonder dat er een alarm afgaat? Waarom moet de consument achteraf bewijzen dat hij slachtoffer is, in plaats van dat de bank proactief ingrijpt?
En dan de overheid. Campagnes zijn er wel, maar ze voelen vaak als pleisters op een houten been. De realiteit is dat een groeiende groep – vooral ouderen – zich in een digitale omgeving bevindt die niet voor hen ontworpen is. Ze worden geacht bankapps, QR-codes en verificaties te begrijpen, terwijl ze nooit de kans hebben gehad om die vaardigheden aan te leren.
Voor hen is de cyberwereld geen gemak, maar een waar mijnenveld met weinig veilige plekken!
Is het dan echt voldoende om te zeggen: “U moet beter opletten”? Of moeten bakenwereld en overheid erkennen dat het systeem zelf (veel) tekortschiet?
Misschien wordt het tijd om fishing te behandelen voor wat het is: georganiseerde criminaliteit met een enorme impact. Dat vraagt niet alleen sensibilisering, maar ook structurele ingrepen. Slimmere technologie bij banken. Snellere interventies. Betere bescherming van kwetsbare groepen. En vooral: een verschuiving van verantwoordelijkheid, meestal veranderd er pas iets als het de banken ook (veel) geld kost!
Want zolang de daders winst blijven maken en de slachtoffers zichzelf blijven verwijten, verandert er niets.
Fishing is geen individueel falen. Het is een collectief probleem. En het wordt hoog tijd dat we het ook zo aanpakken, desnoods met dwingende wetten voor de banken!