De huur moet volgens de periodiciteiten vastgesteld in de Bijzondere Voorwaarden voorafbetaald worden per bankdomiciliëring. Het eerste huurgeld is verschuldigd vanaf de levering van het materieel.
De volgende huurgelden zijn betaalbaar de 10de, respectievelijk de 20ste van de volgende periodes naargelang de levering plaats vond ofwel in de periode van de 1ste tot de 15de van de maand ofwel in de tweede helft van de maand. Tussen de datum van opmaak van dit contract en de aanvang van de facturatie, behoudt de verhuurder zich het recht voor de huurgelden te herzien door een eenvoudige kennisgeving aan de huurder gericht in geval van wijziging van het investeringsbedrag alsook in functie van alle elementen die de aankoopvoorwaarden in hoofde van de verhuurder zouden wijzigen evenals omwille van een eventuele schommeling van de referentierentevoeten.
Elke wijziging van een referentierentevoet tussen de datum van opmaak van het contract en de datum van inwerkingtreding van de facturatie, heeft een evenredige aanpassing van de huurgelden tot gevolg. Als referentierentevoet geldt de gewogen gemiddelde Belgian Prime Rate (hierna “PR” genoemd) op n jaar (n = de contractuele duurtijd, uitgedrukt in het hoger geheel aantal jaren). De gewogen gemiddelde PR = ( PR 1 jaar x 1 + PR 2 jaar x 2 + …+ PR n jaar x n) / ( 1 + 2 + …+ n).
Indien de looptijd van dit contract 10 jaar overschrijdt, wordt de PR vervangen door de Interest Rate Swap Ask.
Vanaf de betaling van het eerste huurgeld zijn de huren vast gedurende de volledige duur van het contract, behoudens wijzigingen die zich zouden voordoen in het fiscale, reglementaire of wettelijk stelsel waaronder de operatie ressorteert.
Indien de prijs van het materieel betaald dient te worden in een andere munt dan de Euro, zal de tegenwaarde in Euro bepaald worden aan de hand van de wisselkoers die voor het desbetreffend devies geldt op de dag van de betaling aan de leverancier. Op basis van dit bedrag zullen de huurgelden vervolgens herberekend worden.
In het geval zich op datum van de berekening van één of meer periodieke huurvergoedingen evenals van een interestvergoeding betreffende enige sommen verschuldigd uit hoofde van dit contract, tijdens een huurperiode of daaraan voorafgaand, een verstoring van de markt voordoet (waardoor een referentierentevoet of –index waarnaar dit contract verwijst gewijzigd, onbeschikbaar of onbepaalbaar zou zijn), zal de nieuwe referentierentevoet of - index deze zijn die de oude vervangt of de financieringskost van de verhuurder het dichtst benadert.
In het geval er ofwel geen nieuwe referentierentevoet of -index bestaat ofwel indien de verhuurder vaststelt dat op de betrokken interbancaire markt de financieringskost waarop hij zich baseert hoger zou zijn dan de referentierentevoet(en) waarnaar dit contract verwijst, zal de toepasselijke rentevoet gelijk zijn aan de som van:
i) de van toepassing zijnde marge;
ii) de procentuele interestvoet op jaarbasis die overeenstemt met de kost voor de verhuurder om zich te financieren op elke wijze die hij redelijkerwijs selecteert.
In geval van laattijdige betaling van de huren of gelijk welke andere som verschuldigd uit hoofde van onderhavig contract ten opzichte van de overeengekomen vervaldagen, is de huurder van rechtswege en zonder ingebrekestelling een interest van 1,5 % per maand verschuldigd op de onbetaalde sommen, verhoogd met een forfaitaire boete bepaald op 25 EUR per nagevorderde vervaldag. De huurder heeft de absolute en onvoorwaardelijke plicht alle betalingen in verband met dit contract na te komen. Geen enkele klacht of geschil, van welke aard ook, schort zijn verplichting tot betaling op. Hij kan op geen enkele korting, vermindering, compensatie, opschorting, beëindiging, schadeof andere vergoeding noch interesten aanspraak maken bij geheel of gedeeltelijk genotsverlies van het materieel, zelfs wanneer hij geheel of gedeeltelijk in de onmogelijkheid verkeert om het materieel te gebruiken ingevolge diefstal, defect, vernieling of eender welk ander feit.