Paar interessante stukjes uit dat artikel, voor wie geen toegang heeft:
- Terwijl België traditioneel een netto-importeur is, werd voor het
derde jaar op rij meer stroom uit- dan ingevoerd.
- Een belangrijke reden waarom meer stroom wordt uitgewisseld met de buurlanden is de komst van bijkomende connectiekabels. Zo nam Elia de voorbije jaren de eerste rechtstreekse
connecties naar het Verenigd Koninkrijk (Nemo Link) en
Duitsland (Alegro) in gebruik. Die laten toe om onderling meer stroom uit te wisselen. Naarmate meer fluctuerende hernieuwbare-energiebronnen op het net komen, groeit ook de nood om overschotten te kunnen vervoeren naar de plaatsen in Europa waar de vraag op dat moment het grootst is. Of en in welke richting er stroom wordt getransporteerd, hangt af van de prijsverschillen. Als stroom goedkoper is in België dan in een buurland, zal er typisch elektriciteit naar daar gaan omdat hij er meer opbrengt en omgekeerd.
- Met een aanzienlijk deel van het
nucleaire park in Frankrijk dat uitviel, knalden de prijzen in Frankrijk nog hoger dan hier, waardoor Belgische centrales volop produceerden voor export naar de zuiderburen.
- Iets meer dan de helft van de opgewekte stroom in België kwam van de kerncentrales in Doel en Tihange, die dankzij weinig stops en onderhoud
aanzienlijk meer stroom konden genereren dan de voorgaande jaren. Ten opzichte van 2020 steeg de nucleaire productie met 47 procent.
De grotere opwek van kernenergie liet toe om meer naar het buitenland te exporteren, maar het maakte ook dat de Belgische gascentrales minder draaiden. Een deel van de flexibele gascentrales
schakelt typisch aan wanneer kerncentrales en hernieuwbare bronnen samen niet volstaan.
Gascentrales produceerden een kwart van de stroom in België, tegenover nog ruim een derde het jaar voordien. Elia wijst er ook op dat de hoge gasprijzen daar een rol speelden. De productie van de gascentrales daalde met 19 procent naar het laagste niveau in zeker zes jaar.
- Hoewel er op land 11 procent windcapaciteit bijkwam en de productiecapaciteit van zonnepanelen met 17 procent toenam, bleef de groei van de hernieuwbare energieproductie in 2021 zeer beperkt. In een
jaar met uitzonderlijk weinig wind, produceerden de windparken op zee nagenoeg evenveel stroom als in 2020, ondanks dat de
jongste windparken Seamade en Northwester voor het eerst de volle twaalf maanden operationeel waren. Na vier jaar van dubbelcijferige groei kende de productie van windenergie op land zelfs een kleine krimp met 3 procent. De stroomproductie van zonnepanelen steeg wel met 10 procent.
Terwijl in 2020 nog 19 procent van de Belgische stroomproductie van wind en zon kwam, viel het aandeel hernieuwbare energie vorig jaar terug tot 17 procent. Windenergie was goed voor 12 en zonne-energie voor 5 procent.
=> Interessante materie om over te discussiëren. Benieuwd of Groen 50 jaar nucleaire knowhow durft weggooien en een plan heeft voor de mensen die in de nucleaire sector werken.