Sandra ging opnieuw te rade bij 1700, de Vlaamse infolijn. Maar dat hielp niet, integendeel. “De dame die ik aan de lijn kreeg, zei me dat haar telefoon roodgloeiend stond door mensen die het AstraZeneca-vaccin niet wilden”, vertelt Sandra. “Maar volgens haar waren er zoveel vaccins aangekocht, dat ze er vanaf moesten. Dat begrijp ik niet. Wij zijn toch geen vuilnisbak?”
Haar huisarts bracht het dossier ondertussen in orde en zelf zocht Sandra hulp bij minister Frank Vandenbroucke. “Maar ik kreeg een standaardmailtje terug met de boodschap dat elk vaccin veilig was. Daar had ik dus niets aan.”
Een brief aan Vlaams minister Wouter Beke dan maar. Zijn kabinet antwoordde Sandra dat ze begrepen dat AstraZeneca niet aan te raden was met haar medische achtergrond, en dat uitzonderingen voor een ander vaccin in beperkte mate mogelijk zijn.
“Mijn huisarts zou mij moeten doorverwijzen naar een expert, die na controle een uitzonderingsbrief kan schrijven.”
Maar bij de huisarts werd Sandra opnieuw teleurgesteld, want die week hadden de huisartsen een brief gekregen van de overheid dat zij niet meer bevoegd zijn om andere vaccins aan te raden.
“Alleen mensen die een adenovirus-gebaseerde gentherapie krijgen, kunnen een ander vaccin krijgen. Maar dat is de enige uitzondering. Dus die uitleg van Beke klopt dan niet? Weet hij dan niet welke informatie de huisartsen krijgen? Waar zit de fout?”, vraagt de Kastelse zich af.