De oorzaken van het hoge overheidsbeslag moet dus elders gezocht worden. Zo trekken we als gemeenschap meer uit voor onderwijs, 12 van de 100 euro om precies te zijn. Dat is erg veel in vergelijking met de ons omringende landen. Verklaring is het hoge aantal leerkrachten per scholier.
Andere slokop is de staat zelf: 10 euro gaat naar de talrijke parlementen, het koningshuis, de kabinetten, de consultants die voor de kabinetten werken, de ambassades in het buitenland, de overheidsdiensten, de regio’s en de gemeenten. We betalen daarmee een pak meer dan in Nederland en Duitsland - ook een federaal georganiseerd land. Zelfs Frankrijk geeft minder uit aan overheidsdiensten.
Ook de administratie verloopt niet vlotjes, de inning van de belasting kost maar liefst 1,15 procent van de opbrengsten. In Nederland is dat 0,95 procent. Ook de lonen van de ambternaren kosten flink wat centen.
Ook de subsidies aan ondernemingen kosten veel geld, net als lastenverlagingen en dienstencheques. Die subsidies brengen ons helaas niet dichter bij de koplopers in het lijstje van ‘Global Competitiveness Index’ van het Wereld Economisch Forum. Daar hangen we op een zeventiende plaats, terwijl Nederland de vierde plaats bezet en Duitsland de vijfde, Frankrijk is 21ste.
Ook de rentelasten wegen op de belastingfactuur. Ondanks de historisch lage rente, vloeit nu al meer naar de afbetaling van de staatsschuld dan naar mobiliteit. De Lijn, de NMBS, de MIVB en de TEC kosten elke Belg 5 procent van zijn belastinggeld. Dat is meer dan de 3,3 procent die naar veiligheid vloeit. Maar toch is er bij ons meer ‘blauw op straat’ dan in de buurlanden. Ook het aantal cipiers is hier beduidend hoger dan in onze buurlanden.
Wat defensie betreft, besteden we minder dan onze buurlanden (1,60 euro) en cultuur, sport en religie stellen het samen met minder dan 2 euro.
2 sec opzoek werk.