Benjamin zei:
Mijn gutfeeling zegt mij dat een ervaren leraar die directeur is geworden beter kan inschatten wie van de sollicitanten geschikt is om als nieuwe leraar in dienst te treden dan bijv. een psycholoog die geen dag in het onderwijs heeft gestaan. Niet alles is gemakkelijk te meten en met objectieve criteria vast te stellen, soms heb je ervaring nodig om iets goed in te kunnen schatten.
En dat is nu eens de onzin van de praktijk in een notendop. Intelligentietests hebben al onnoemlijke keren aangetoond betere voorspellers te zijn dan 'gutfeeling' of 'ervaring'. Wat jij voorop stelt is de slechtste voorspeller van toekomstige jobprestaties, maar wordt door de praktijk aanschouwd als de beste voorspeller, zonder enige academische steun. Geen enkele steun, nul zero noppes.
Gutfeeling is een illusie. Objectiveerbare, valide tests moeten de werkelijkheid zijn. En mensen die in staat zijn om die tests op correcte wijze af te nemen en te interpreteren.
De enige rol van die directeur is om diegene die de testing met glans doorstaan hebben rudimentair te assessen op vlak van persoonlijkheid en de fit met de organisatiecultuur. En dan nog zijn er tests die dit beter doen dan het interview, als die tests in-house en met grote specificiteit ontwikkeld worden. Duur? Zeker en vast, maar betere voorspellers dan wat jij denkt dat effectief is. En daar draait selectie om: Zo goed mogelijk het toekomstig presteren voorspellen om zo een objectieve én gefundeerde keuze te kunnen maken tussen kandidaten.
Ze mogen van mij het interview schrappen. Het is een belachelijk inefficiënte en invalide selectiemethode. Enkel wanneer er een onvermogen bestaat (voornamelijk financieel) om zelf een p-e fit test te ontwikkelen is de interviewmethodiek een interessante aanvulling op de intelligentietest. Maar de intelligentietest zou overal en altijd het voortouw moeten nemen en de sterkste weging krijgen onder de verschillende selectietools. Niets, maar dan ook niets komt in de buurt van de voorspellende kracht en de predicitieve validiteit van een intelligentietest, of noem het 'test van cognitief functioneren'. En hiermee doel ik niet op de schaamlap genaamd IQ-test.
En waarom zal dit nooit het geval zijn? Omdat de intelligentietest niet politiek correct is. Ze is te confronterend en wordt daarom maar in de vergeethoek geduwd. Onder andere omdat de intelligentietest 'discrimineert' tussen verschillende etnische groepen. Maar kan je over discriminatoire eigenschappen van een objectieve test spreken als die test bestaande onderliggende verschillen op groepsniveau bloot legt?
Kerktorenmentaliteit is het, en ik spuug ervan. Je kan er gerust de volgende papers op nalezen: Camerer & Johnson (1991), Dawes, Faust & Meehl (1989), Grove et al. (2000), Sherden (1998) en vooral deze: Highhouse, S. (2008). Stubborn reliance on intuition and subjectivity in employee selection.
Industrial and Organizational Psychology, 1, 333-342. Deze haalt de mythe van ervaring, expertise in voorspellingen geheel onderuit.