Kandul zei:
Ik heb het over de psychologie die gebruikt wordt om kinderen geïnteresseerd te krijgen of ervoor te zorgen dat ze er mee blijven doorgaan, dus zelfs los van serieuze veranderingen in de manier waarop je bijv. de tafels aanleert. Dat jij geen manieren kan bedenken heeft wel niet veel waarde in een discussie.
Misschien wel, misschien niet.
Dat de traditionele manier goed werkte, ook bij leerlingen die niet geïnteresseerd waren, is sowieso zeer relevant.
Ofdat het je nu interesseert of niet, wanneer je dagelijks 100 sommen oplost met de traditionele algoritmes of tig vergelijkingen differentiëert of whatever dan leer je het wel. Die automatismes kweek je aan, ofdat je het nu interessant vindt of niet. De tafels leer je uit je hoofd door voldoende te herhalen, ofdat je het leuk vindt of niet.
Iedereen die ook maar een klein beetje verstand heeft van de werking van de hersenen heeft bij het lezen van een van mijn vorige reacties begrepen wat het belang was van mijn opmerking dat het bijzonder krachtig is om die tafels tegelijkertijd te noemen, te horen en te zien.
Om jouw leren rekenen voorbeeld dan te gebruiken. Software kan voor de nodige persoonlijke feedback zorgen, in de vorm van beloningen of bestraffingen dus zelfs zonder sommen op een fundamenteel andere manier te behandelen.Zo kan een computerprogramma zich concentreren op jouw zwakheden en blijven een bepaald soort rekensommen naar jouw hoofd gooien tot je het écht onder de knie hebt, als je dat als leraar moet doen is dat veel moeilijker te verwezenlijken.
Ik spreek niet tegen dat er een aantal aantrekkelijke elementen zijn die mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan het leeproces, hiermee niet stellende dat ze in het klaslokaal thuishoren! Ik was zelfs een van de voorlopers die dit omarmde, reeds rond 2000 was ik ervan overtuigd dat software een nuttig hulpmiddel kan zijn.
Inmiddels ben ik wat wijzer geworden. Ik stel vast dat er momenteel nog bar weinig efficiënte software bestaat die effectiever is dan het traditionele leerproces, tegelijkertijd stel ik vast dat die software wel een goed hulpmiddel kan zijn voor zeer specifieke taken en voor huiswerk. Van die specifieke taken heb ik een voorbeeld gegeven: woordjes stampen. Vergelijkbare taken zijn natuurlijk topografie en anatomie. Hier kan software een uitstekend hulpmiddel voor vormen. Voor rekenen, taal en wiskunde verslaat die software (nog) niet de uitleg van een
goede leraar.
Zogauw
onafhankelijke wetenschappers bevestigen dat voor zulke vakken software superieur is dan ben ik de eerste om een kleinschalig experiment te omarmen, tot die tijd kan je beter maar voor de traditionele methodes kiezen die zich al over een immens lange tijd hebben bewezen.
Software heeft ook een aantal grote nadelen: voor open vragen is het in principe niet geschikt tenzij je enkel 1 naam of 1 woord hoeft in te voeren, software kan geen menselijk contact vervangen, software kan enkel op een visuele wijze iets presenteren, wanneer leerlingen urenlang achter een schermpje zitten dan worden ze lethargisch, ...
Het gaat mij er om dat er op een nuchtere en objectieve manier naar wordt gekeken, alle voordelen èn alle nadelen in overweging nemende en dat er zeer voorzichtig op kleine schaal wordt geëxperimenteerd als en slechts als veel zeer deskundige mensen zo'n experiment zinvol achten.
Voor wie mij conservatief vind, ik kom uit het Nederlandse onderwijs en ik heb dientengevolge de bittere vruchten geproefd die onvoorzichtig en voorbarig experimenteren op grote schaal opleveren.
Tot nu toe zijn we nog altijd niet in staat om kennis te uploaden zoals in de Matrix, maar als ik het me goed herinner wordt daar wel degelijk onderzoek naar gedaan!
Dat is nog erg ver weg en 100% science fiction. Voorlopig is de stand van zaken dat we met een chip kunnen registreren wanneer iemand een bepaald woord denkt en die chip zit nog niet in de hersenen zelf tenzij er een nieuw experiment is waar ik nog geen kennis van heb genomen. Desalniettemin een knappe prestatie.
Nut van die chip? Verlamde mensen kunnen zo van alles aansturen.
Hersenen en chips werken volgens hetzelfde basisprincipe: schakelelementen die vanaf een bepaalde drempelspanning een hoge uitgang hebben en die gezamelijk een veel complexer netwerk vormen. Daarom is het in theorie mogelijk dat er ooit een goede interactie gaat zijn tussen chips en de hersenen, ofdat het in de praktijk ook mogelijk gaat zijn zal nog moeten blijken. Voorlopig is het bijv. nog een helse klus om de werking van de hersenen te begrijpen, ondanks dat de meettechnieken (temporele en spatiële resolutie) inmiddels behoorlijk goed zijn. Ik wacht het rustig af.