Archief - Het grote schrijvers-topic

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

Avondland

Legacy Member
't Gaat vooral om de filosofie erachter. De "setting" en algemene sfeer heb ik van een aantal werken uit het interbellum die ik voor mijn thesis heb moeten lezen. Dat nostalgische gevoel wil ik er ook inkrijgen. Het bovenstaande stuk concentreert zich voornamelijk op de dialoog, maar ik kan er eventueel nog altijd wat meer "kleur, geur en tastzin" aan toevoegen.

Maarreeeh ... tips zijn altijd welkom. Hoe kan ik het aantrekkelijker maken? Want "origineel" is behoorlijk vaag.

-BVR-

Legacy Member
Dat ik dit topic nog nooit heb gezien! Fijn, fijn.

Ik heb 3 jaar geleden eens een alternatief einde van de Kappelekensbaan geschreven. Als iemand interesse heeft om dit te lezen, mail ik het wel. Het moeilijke en leuke is om de stijl na te bootsen, om echt de pen van Boon te proberen gebruiken.

Utred

Legacy Member
Het probleem, vind ik, is gewoon dat er niemand jouw filosofie wil lezen, tenzij die zeer vernieuwend en baanbrekend is. Of bijzonder goed of boeiend geschreven, en dat wordt met dit concept zeer moeilijk omdat het vooral zorgt voor lange uiteenzettingen. Dan is het beter dat je een verhaal schrijft en je filosofie een beetje tussen de regels zet.
Qua schrijfstijl vind ik het soms wat zeemzoet(al klinkt dit negatiever dan ik het bedoel) en gemaakt. Maar je schrijft dan ook in een stijl, met veel gedetailleerde beschrijvingen enzo, die bijzonder moeilijk is om natuurlijk te doen klinken vind ik. Zelfs bij zeer goede schrijvers kan ik me daar aan storen, maar als het goed gaat went dat en zorgt het ervoor dat je helemaal opgaat in het boek(Bij De Dag Die Langer Duurde Dan Een Eeuw bvb, van Aitmatov, heb ik me meer dan 10 pagina's aan de stijl zitten ergeren. Een boek dat jij trouwens zeer goed gaat vinden denk ik, moest je het nog niet gelezen hebben.)
Dit was natuurlijk redelijk kort, en je hebt dus weinig tijd om erin gezogen te worden. Maar, doordat het een filosofische dialoog is, gaat de lezer zich niet verliezen in het boek want dat is de bedoeling niet van zo'n tekst.

Avondland

Legacy Member
evil_konijn zei:
Het probleem, vind ik, is gewoon dat er niemand jouw filosofie wil lezen, tenzij die zeer vernieuwend en baanbrekend is. Of bijzonder goed of boeiend geschreven, en dat wordt met dit concept zeer moeilijk omdat het vooral zorgt voor lange uiteenzettingen. Dan is het beter dat je een verhaal schrijft en je filosofie een beetje tussen de regels zet.
Qua schrijfstijl vind ik het soms wat zeemzoet(al klinkt dit negatiever dan ik het bedoel) en gemaakt. Maar je schrijft dan ook in een stijl, met veel gedetailleerde beschrijvingen enzo, die bijzonder moeilijk is om natuurlijk te doen klinken vind ik. Zelfs bij zeer goede schrijvers kan ik me daar aan storen, maar als het goed gaat went dat en zorgt het ervoor dat je helemaal opgaat in het boek(Bij De Dag Die Langer Duurde Dan Een Eeuw bvb, van Aitmatov, heb ik me meer dan 10 pagina's aan de stijl zitten ergeren. Een boek dat jij trouwens zeer goed gaat vinden denk ik, moest je het nog niet gelezen hebben.)
Dit was natuurlijk redelijk kort, en je hebt dus weinig tijd om erin gezogen te worden. Maar, doordat het een filosofische dialoog is, gaat de lezer zich niet verliezen in het boek want dat is de bedoeling niet van zo'n tekst.

Wel, het is vooral een kwestie van smaak. Op mijn blog kan je zien dat ik me aan meerdere stijlen waag, maar zelf heb ik het wel voor de stijl in het voorbeeldstuk. De nostalgische zweem past erbij, geloof ik. En sommige mensen hebben me er al voor gecomplimenteerd. Ik pretendeer ook niet dat ik hiermee de grote literatuurprijzen ga winnen, maar ik doe dit ook deels voor mijzelf. Om mijn gedachten van mij af te schrijven en, wie weet, mensen te inspireren. Misschien dat ik ooit wel eens al mijn schrijfsels ga samenbundelen en uitbrengen in een kleine oplage.

Bezie het als een gematerialiseerde vorm van mijn geest. Soms heb ik heel wat ideeën rondzweven in mijn hoofd die ik vervolgens neerschrijf, omdat ze anders teloor gaan en nooit meer in dezelfde vorm kunnen terugkeren.

LadyGodiva

Legacy Member
Avondland zei:
Wat denken jullie van onderstaand epistelletje? Ik wil hier een reeks van maken van filosofische gesprekken die beetje bij beetje mijn wereldbeeld in een literaire vorm weergeven.

‘Eenzaamheid. Het is een absolute heerlijkheid’, zegt de verweerde Zwerver plots, terwijl hij het vuur aanport en zijn tijdelijke metgezel, een jonge vagebond uit een nabijgelegen dorp, aankijkt. Hij lijkt niet te luid te willen spreken, dat lag overigens niet in zijn aard. Het zou zonde zijn, dacht de Zwerver, de wonderlijke stilte die nu over het bos is gevallen plots te verbreken. Hij beschouwt tijd en ruimte als heilig. Elk tijdstip, elk ruimtedeel is geladen met een symbolische betekenis. Niet dat dit zijn leven onnodig bezwaart; het zorgt eerder voor een uiterst diep respect voor de omgeving waarin hij vertoeft en de manier waarop hij zijn tijd wenst in te vullen. Dit respect vormt de totale tegenpool van het leven dat hij eens gekend had: jachtig en betekenisloos. Rond hen treedt de nacht in alle stilte aan en doorruist een koele maar zachte wind de bomen, die stilaan hun stralende kruin verloren. Het bruisende zomerleven maakt plaats voor de verstilling.

‘Waarom een heerlijkheid?’, vraagt de metgezel met een nieuwsgierige blik, die duidelijk gebrand was op een discussie, ‘is het niet heerlijk, te vertoeven onder je geliefden? Is het niet heerlijk je geluk te delen met anderen en je leed te verzachten in het nabij zijn van anderen?’.

De Zwerver kijkt op en glimlacht zonder een schim van minzaamheid en arrogantie te laten zien. Hij spreekt zijn woorden haast uit alsof hij een gedicht citeert, in een bijzondere kadans die zijn toehoorder lijkt te hypnotiseren.

‘Zeker. Ik heb dat geluk gekend, onder vele geliefden te verblijven. En ik heb ook mijn leed verzacht in hun nabij zijn. Het is iets waar ik met een groot genoegen naar terug kijk. Maar toch is de mens een fundamenteel eenzaam wezen, daar ben ik van overtuigd. Menselijke ervaringen zijn de bron van wijsheid, en door hun uniciteit?zijn zij uiterst persoonlijk. Esse est percipi. Het bestaan dat het meest logische, concrete en redelijke is, kan enkel het bestaan zijn dat tegemoet komt aan je eigen verbeelding, idee en fantasie van de werkelijkheid. De wereld, en daarmee bedoel ik het zinvolle weefsel van ruimte en tijd, is de creatie van de unieke menselijke geest. Slechts weinigen beseffen dit en schrijven dit toe aan anderen.’(Klopt dit wel met wat je wil zeggen?)

Niet veel verder, op een kaal, braakliggend weiland stuiven honderden zwarte vogels weg, opgeschrikt door iets. Een aanzwellende golf, net iets donkerder dan de donkerblauwe nachthemel, vliegt haast geruisloos over de hoofden van de twee vagebonden. De Zwerver kijkt nog eens naar zijn jonge metgezel, die op zijn wederwoord leek te broeden. Hij had een eigenaardige tic: iedere keer wanneer hij het woord nam, leek hij (of doet hij dat? Hoe kan je dit lijken te doen?) zijn baard aan te raken en te strelen. De metgezel is een stevige kerel van gemiddeld postuur met een knokig, rechthoekig gezicht, en er opmerkelijk jong uitziet. Dat heeft hij vooral te danken aan de vurige kracht die uit zijn ogen lijkt te stralen. (wederom: straalt het niet gewoon?)

‘Maar deel je die ervaringen dan niet met allen die bij je zijn? Dit moment van stilte, dit magische moment in deze wonderlijke natuur, delen wij dit niet met elkaar?’

De Zwerver moest lachen. ‘Neen, mijn beste vriend. Wat ik ervaar en wat jij ervaart kunnen (kan?) evengoed mijlenver uit elkaar liggen. Wat wij delen is slechts de illusie dat wij hetzelfde ervaren’.

‘Is iedere vorm van samen iets delen of samen iets ervaren, dan een illusie? Is het nutteloos?’

‘Zeer zeker niet! Ik schat je hoog in, beste, en op dit eigenste moment doen wij beiden indrukken op die als bouwstenen dienen voor het begrip van onszelf, de wereld en nog veel meer. Het zou trouwens waarlijk gek zijn te denken dat je niemand nodig hebt. De mens is immers een sociaal wezen, dat slechts ten volle kan groeien tot een volwaardig lid van een gemeenschap door de steun van anderen. In dit opzicht is de mens niet eenzaam, daarover spreek ik overigens niet. Ik doel op het domein van de gedachte, vooral daarin is de mens eenzaam. Die bepaalde eenzaamheid moet hij koesteren, want daarin kan hij iets heel bijzonders vinden. Namelijk wijsheid in iets dat boven hem uitstijgt; een “meer-dan-leven” als het ware. Hij begint in zichzelf, verliest zichzelf gaandeweg in zijn innerlijke zoektocht en keert terug naar zichzelf in een nieuwe gedaante’.

‘Wat bedoel je? Wat voel jij dan, als jij alleen bent? Ik zou toch liever bij de mensen verblijven, zeker op koude en donkere winternachten. Want dan voel ik me ver van alles en iedereen. Die afstand is ondraaglijk’.

‘Toen ik nog in de stad woonde wandelde ik eens op een donkere winteravond door de straten naar huis toe. Ik moest door het park wandelen en toen ik me daarginds bewust werd dat ik me helemaal alleen bevond (waar? je bevindt je ergens of je bent ergens alleen), zonder iemand rond mij, voelde ik iets heel bijzonders. De opkomende mist en de kale bomen, die me op andere momenten heel bevreemdend en zelfs beangstigend overkwamen, en waar ik anders snel voorbij wandelde, voelden heel vriendelijk aan; zorgzaam en beschermend. Toen ik omhoog keek zag ik de sterren helder fonkelen en zich organiseren in sterrenbeelden, zomaar, uit zichzelf en zonder mijn toedoen. Ik werd plots overmand door het abrupte idee dat ik me middenin de kosmos bevond; die machtige architectuur van het Leven. Op dat moment dacht ik dat geen enkele plek me nog bevreemdend en beangstigend zou overkomen en kwam ik te beseffen (besefte ik?)dat we als mens wel eenzaam kunnen zijn in onze gedachte, maar nooit hopeloos alleen. Want wat is dat, ondraaglijke afstand en ver zijn van alles en iedereen? Kan je meten wanneer een bepaalde ruimtelijke afstand je alleen en verloren maakt? Deze hele aarde is slechts een miniem punt in het hele heelal; zijn we daarom als mens hopeloos alleen? In stad waar ik woonde, voelde ik me eenzaam tussen de krioelende massa, maar daar, in het nachtelijke park, waar niemand was en niemand naar me omkeek of nog maar zelfs aan me dacht, daar werd ik me van een nabijheid gewaar van iets dat veel groter was dan het leven zelf. Dát, mijn beste, is de heerlijkheid van de eenzaamheid’.

Je moet echt opletten in consequent gebruik van tijden. Als je hoog mikt, moet alles goed zitten; de kleinste details leiden af...

En wederom opletten dat je constructies niet nodeloos zwaar maakt ("lijkt te..."). Je vergt wat van je lezer, maar je hoeft hem ook niet te verdrinken in opzettelijk uitgesponnen zinnen ;)

glashelder

Legacy Member
Tibokio zei:
Ik vraag me af of Spade zijn biografie heeft kunnen afwerken...

Nee. Dat zei hij hier onlangs nog, dat hij er dringend nog eens aan moest verder werken maar dat het hem niet afging (of iets dergelijks).

Vincort

Legacy Member
glashelder zei:
Nee. Dat zei hij hier onlangs nog, dat hij er dringend nog eens aan moest verder werken maar dat het hem niet afging (of iets dergelijks).

Komt die eigenlijk ergens online ofzo?

Bart Religion

Legacy Member
Utred zei:
Niet echt origineel, dat soort dingen is al zo vele keren gedaan. En een oude zwerver dan nog. Om een filosofische dialoog te doen werken moet je eerst en vooral iets nieuws en interessants te zeggen hebben, want zo'n dialoog is gewoon een middel om een essay minder droog te maken. Maar de filosofie erachter blijft het belangrijkst.

Bwoah, alles is al gedaan. Zijn er wel nog 'nieuwe' dingen om te zeggen?

coldplayke

Legacy Member
Bart Religion zei:
Bwoah, alles is al gedaan. Zijn er wel nog 'nieuwe' dingen om te zeggen?

Dit doet me zo hard denken aan MacFlecknoe van Dryden :D

Ik heb net wat oude probeersels gevonden toen ik de pc wat was aan het uitkuisen, soms kreeg ik echt de slappe lach :')
Zo van die melodramatische verhaaltjes over zelfmoord, zoals het een 13-jarig meisje behoort zeker :D
En dan zag ik iets staan 'titelloos'. Dus ik klik dat open, vind ik daar een verhaal van 78 pagina's, dus ik begin dat te lezen. Na 15 pagina's had ik pas door dat dat van mij is :lol:
Soms verbaast het me toch wel hoe goed sommige passages uitkomen en dan andere keren zit ik me voor mijn kop te slaan.

Bart Religion

Legacy Member
"books always speak of other books, and every story tells a story that has already been told" :)

coldplayke

Legacy Member
Bart Religion zei:
"books always speak of other books, and every story tells a story that has already been told" :)

Dit doet me dan weer denken aan De dood van de auteur van Roland Barthes :D
Zie je wel mama, dat ik alw heb geleerd :angry:

coldplayke

Legacy Member
Wat ik eigenlijk altijd vreemd vind, is wanneer mensen mij vertellen dat ze moeite hebben met de eerste zin. De beste klassiekers hebben vaak de normaalste beginzin ter wereld.

coldplayke

Legacy Member
Hier is iets waar ik aan begonnen ben, maar ik vind dat de tekst nog niet aangenaam leest. Tips?

Die dag schreef Elvar Mikla een bladzijde. Hij had de zesde februari in zijn agenda omcirkeld als ‘de dag dat ik een meesterwerk schrijf’. Het tijdstip had hij enkele jaren geleden volledig willekeurig aan geduid, het maakte hem niet uit of het de zesde, de dertiende of de tweeëndertigste was. Het enige dat vast lag, was dát hij ooit een meesterwerk zou schrijven. Met grootse verwachtingen vleide zijn pen zich neer op het maagdelijk witte papier en in gedachten kuste Elvar elk woord dat aan zijn fantasie ontsprong. Telkens als hij drie zinnen had geschreven, herlas hij ze en maakte indien nodig enkele aanpassingen. Als de zin te lang was, werd er hier en daar iets geschrapt. Was ze te kort, dan kneedde en rekte hij de woorden uit als een homp deeg, waardoor hij terug in de eerste situatie zat en zo enkel de lengte van de zinnen had omgewisseld. Op de eerste dag van zijn driejarige opsluiting had men Elvar opgedragen zijn blad altijd helemaal vol te schrijven alvorens een nieuw exemplaar te vragen. Die herinnering had zich na al die honderden bladzijden met grijparmen in zijn geheugen vast gezet, en de gewoonte voelde te vertrouwd aan om af te leren. Toen hij merkte dat er door al dat kneden (en ondanks al het schrappen) geen woord meer bij kon, hield hij zijn creatie op een armlengte van zich af en begon het nauwgezet te lezen. Hierbij kneep hij één oog toe, alsof zo de klap van nog een mogelijke mislukking minder hard zou aankomen, aangezien de woorden maar via één kant zijn hersenen zouden zijn binnengesijpeld. Alle 1096 bladzijden die hij in het verleden zwart had gekleurd waren slechts opwarmertjes geweest om zich voor te bereiden op de grote dag.
Toen Elvar klaar was, liep hij naar de keuken die zich langs zijn schrijfkamer bevond en maakte zichzelf een kopje koffie. Geen melk, geen suiker: zoals echte kunstenaars hem drinken. De machine sputterde even tegen, omdat het net als een pasgeboren kind nog nooit lucht had geproefd en nog niet wist dat ademhalen met een beetje moeite geen moeite kost. Elvar leunde in afwachting tegen het aanrecht en keek naar de felroze muren die hem omsloten. “Niet slecht,” zei hij goedkeurend. Of hij het over zijn meesterwerk, de geur van de koffie of over de muren had, was niet duidelijk.

De schrijver schonk zijn kopje helemaal vol en zette zich terug voor het blad. Een heerlijk aroma vulde de kamer. Het porselein was inmiddels warm geworden en met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht nam Elvar een eerste slok. De bittere vloeistof klotste eerst een paar keer tegen zijn gehemelte vooraleer het neerstreek over zijn smaakpapillen. Vol afschuw spuwde hij het goedje over het grootste deel van de tafel uit en liet het kopje, zonder het zelf te beseffen, vallen. Een donkere vlek groeide uit tot een donkere plas. Woorden werden door zijrivieren van de gloeiende koffiebron omsloten en overspoeld. Elvar had, als hij het niet was die zich in deze situatie bevond, vast en zeker een licht ironische opmerking gemaakt over hoe de koffie die voor het eerst adem haalt de woorden naar lucht doet happen. Het was echter pas toen hij enkele warme druppels op zijn broek voelde druppen, dat het tot hem door drong dat zijn blad nog zwarter dan voorheen was geworden.

Boterkoek

Legacy Member
Ik ben zelf geen schrijver, en ik kan het zwaar mis hebben maar misschien wat meer witregels gebruiken?

coldplayke

Legacy Member
Dat heb ik in mijn origineel wel, maar hier op 9lives is dat een beetje fout gegaan precies :p

LadyGodiva

Legacy Member
Hey Coldplayke,


ik zie wel wat je wil doen in deze tekst; kijk eens of je in deze suggesties wat vindt om het vlotter leesbaar te maken.






Die dag schreef Elvar Mikla een bladzijde. Hij had de zesde februari in zijn agenda omcirkeld als ‘de dag dat ik een meesterwerk schrijf/zal schrijven?’. Het tijdstip had hij enkele jaren geleden volledig willekeurig aangeduid, het maakte hem niet uit of het de zesde, de dertiende of de tweeëndertigste was. Het enige dat vast lag, was dát hij ooit een meesterwerk zou schrijven. En die dag was aangebroken.

Met grootse verwachtingen vleide hij zijn pen neer op het maagdelijk witte papier en in gedachten kuste Elvar elk woord dat aan zijn fantasie ontsprong. Telkens als hij drie zinnen had geschreven, herlas hij ze en maakte indien nodig aanpassingen. Als een zin te lang was, [COLOR="[COLOR="DeepSkyBlue"]DeepSkyBlue[/COLOR]"]schrapte hij iets[/COLOR]. Was ze te kort, dan kneedde en rekte hij haar uit als een homp deeg, waardoor hij niets won en enkel de lengte van de zinnen had omgewisseld.

Op de eerste dag van zijn driejarige opsluiting had men Elvar opgedragen zijn blad altijd helemaal vol te schrijven alvorens een nieuw exemplaar te vragen. Dat bevel had zich na honderden bladzijden met grijparmen (raar woord?) in zijn geheugen vastgezet, en de gewoonte was te sterk geworden om af te leren. Toen hij merkte dat er door al dat kneden - en ondanks al dat schrappen - geen woord meer bij kon, hield hij zijn creatie op een armlengte van zich af en begon hij nauwgezet te lezen. Daarbij kneep hij één oog toe, alsof de klap van een mogelijke mislukking minder hard zou aankomen als de woorden slechts langs één kant zijn hersenen zouden binnensijpelen. Alle 1096 bladzijden die hij in het verleden zwart had gekleurd/had volgeschreven? waren slechts opwarmertjes geweest om zich voor te bereiden op deze grote dag. (staat dat hier op de juiste logische plaats?)

Toen Elvar klaar was (met zijn bladzijde? met lezen? is hij tevreden met wat hij geschreven heeft?), liep hij naar de keuken die zich naast zijn schrijfkamer bevond en zette zichzelf een kopje koffie. Geen melk, geen suiker: zoals echte kunstenaars hem drinken (is dit iets wat hij denkt of wat jij als verteller vindt? In dat tweede geval is het een kunstmatige, wat aanmatigende bedenking. De zinsconstructie klopt ook niet helemaal.). De machine sputterde even tegen, omdat ze net als een pasgeboren kind nog nooit lucht had geproefd en nog niet wist dat ademhalen met een beetje moeite geen moeite kost. Elvar leunde in afwachting tegen het aanrecht en keek naar de felroze muren die hem omsloten. “Niet slecht,” zei hij goedkeurend. Of hij het over zijn meesterwerk, de geur van de koffie of over de muren had, was niet duidelijk.

De schrijver schonk zijn kopje helemaal vol en zette zich terug voor het blad. Een heerlijk aroma vulde de kamer. Het porselein was inmiddels warm geworden en met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht nam Elvar een eerste slok. De bittere vloeistof klotste eerst een paar keer tegen zijn gehemelte en streek dan neer op zijn smaakpapillen. Vol afschuw spuwde hij het goedje over het grootste deel van de tafel uit en liet het kopje, zonder het zelf te beseffen, vallen. (Waarom? is het vies? waarom is er dan een lekker aroma? of is het te warm?) Een donkere vlek groeide uit tot een donkere plas. Woorden werden door zijrivieren van de gloeiende koffiebron omsloten en overspoeld. Elvar had - als dit een ander overkwam - vast en zeker een opmerking gemaakt over hoe de koffie die voor het eerst adem haalt de woorden naar lucht doet happen. Pas toen hij de warme druppels op zijn broek voelde druppen, drong het tot hem door dat zijn blad nog zwarter was geworden dan voorheen.
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan