Wat in deze discussie totaal ontbreekt is de socio-economische factor.
Als er hier veel minder vrouwen in de ingenieursrichting zitten, zou men kunnen besluiten dat jongens beter zijn in wiskunde dan meisjes. En dat is compleet niet waar. In het middelbaar zijn die punten op wiskunde evenwaardig.
Maar in het middelbaar zullen de punten voor taal van de meisjes misschien hoger liggen dan die van de jongens. En omdat ze dan kiezen tussen 2 dingen, kiezen ze miisschien taal omdat ze daarin NOG sterker zijn.
En nog veel belangrijker: veel meisjes kiezen een richting dat hun gewoon toffer lijkt om te doen, en meer aanspreekt, zoals dierenarts.
Als we dan kijken naar bvb Tunesie: daar zitten WEL evenveel jongens als meisjes in de ingenieursrichting, en dat terwijl je in de Tunesische maatschappij eerder een "vrouw aan de haard" mentaliteit zou verwachten. Niet dus.
Alles heeft te maken dat een ingenieur daar meer werkzekerheid heeft, en dat je met een diploma "psychologie" je misschien droog brood eet de rest van je leven, ik zeg maar iets.
Meisjes daar zouden misschien andere richtingen NOG liever doen, maar hebben die socio-economische keuze niet, en moeten voor economische zekerheid kiezen.
En als je dat doortrekt naar het verleden:
wie studeerde er toen het vaakst door? de rijken...
Wie bevolkte toen de technische opleidingen? de rijke jongens, want de rijke meisjes hadden de luxe om zich te verdiepen in hun interesse, zoals psychologie, taal, mode, binnenhuisarchtectuur of eender wat hun nog meer interesseerde, want over een inkomen moesten die niet wakker liggen.
Dus niet verbaasd zijn dat de meeste uitvindingen in het verleden gedaan werden door mannen die ooit rijke jongens waren. Dat zegt dus nul komma nul over een verschil in gemiddelde intelligentie tussen mannen en vrouwen. Ik zat in een gemengd middelbaar, en dat was bij ons 100% in evenwicht, dus ik geloof ook gebaseerd op eigen ervaring niet dat daar een verschil is.
En de relatie tussen piek-intelligentie en uitvinders, hoe groot is die? In hoeverre was het de pure intelligentie of de omstandigheid, middelen, omkadering, toevalligheid, geluk of gewoon noeste arbeid en doorzetting die tot de uitvinding leidde?