Parnakra zei:
Binnenstromen? Zeg maar geassimileerd werden. Of denk je dat de Romeinen heel vreedzaam (met hun diplomaten in van die strakke formaties, falanxen genaamd) nieuwe gebieden inlijfden?
Het was pas toen hun rijk zo uitgebreid was dat de verschillende culturen onder Romeins bewind konden samenspannen tegen Rome, dat het rijk begon af te takelen.
M.a.w., de Romeinen hebben het zelf gezocht, maar de oorzaak van hun teloorgang was wel degelijk multicultureel in aard.
Ge hebt het omgekeerd voor.
De assimilatie van nieuwe gebieden verliep inderdaad niet vreedzaam. Maar eens overgenomen was (althans in het begin van het Rijk) de acceptatie van andere culturen en godsdiensten vrij normaal. Dit zorgde voor een trage maar zekere integratie. Kijk maar naar de Gallo-Romeinen. Natuurlijk waren er spanningen. Maar uiteindelijk kwamen deze het rijk ten goede. Als een rode draad door de uitbreiding van het RR zijn de talloze conflictsituaties die er voor
zorgde dat het RR steeds het beste behield van de verschillende culturen die het onder haar vleugels nam. Kijk maar naar de verschillende Griekse invloeden. En de invloeden van Carthago. De nadelen van de overgenomen gebieden werden dankzij de wetten van de evolutie netjes weggeconcurreerd.
Bjivoorbeeld. De Falanx was geen Romeinse uitvinding, maar die hebben ze later (echter op beperkte schaal) gekopieerd.
Later, toen Rome de hoodstad was van een enorm uitgestrekt rijk was er in de stad geen sprake meer van enige concurrentie. Dit gaf de mogelijkheid aan een decadente klasse om de macht (al dan niet bewust) over te nemen. Dit was natuurlijk een werk van generaties maar het kwaad was geschied.
De Romeinse leiders verloren de wil en de kracht om zich aan te passen. Een gebrek aan uitdaging (zowel binnen als buiten Rome) zorgde er voor dat er geen direct waarneembaar gevaar was voor de Romeinse heersers. Deze stagnatie zette zich ook door in bevolking van de stad, waar er niet langer sprake was van spanningen tussen culturen maar een snel afgleiden van alle buitenlandse invloeden naar de illegaliteit.
Zodoende was aanpassing iets wat met argusogen werd bekeken.
Dit wordt bewezen door de onmacht van Rome toen er een plaag uitbrak in 200 AD. Deze decimeerde iets minder dan de helft van de bevolking maar de omvang van het leger en de burocratie bleef dezzelfde omdat geen enkel regeringsorgaan zich wilde aanpassen aan de nieuwe situatie.
Terzelfdertijd was er ook een groeiend gevoel dat het Romeinse model het beste was, dat Rome niets meer kon leren.
De bevolking van de stad negeerde dan wel dat aan de grenzen van het Rijk er heelder volkstammen waren die WEL zich constant moesten aanpassen aan anderen, al was het maar zich te verplaatsen. Gedurende generaties evolueerden de buitenlandse vijanden van het Rijk terwijl de Romeinen meer en meer overtuigd werden van hun superioriteit. Alles ging immers goed. Er was een stuk minder oorlog en de grote stad wentelde zich in brood en spelen. De kloof tussen de onderklasse en de bovenklasse groeide met de generatie er voor zorgende dat de weinige immigranten die er in de stad waren onmogelijk voet aan de grond konden krijgen in de hogere klassen van Rome en het Rijk.
Van nieuwe invloeden was dus geen sprake. De machtige en invloedrijke families werden weeral in bevestigd in hun gevoel van superioriteit.
Op een bepaald moment werd zelfs kortstondig de link gelegd tussen lood (wat veel gebruikt werd in Rome, de globale concentratie van lood in de atmosfeer ging zelfs omhoog) en loodvergiftiging. Niemand reageerde en al snel verdween die wetenschap in de achtergrond. En de mensen bleven maar difrutum (een saus, die veel gebruikt werd, op basis van druiven en lood) eten.
Uiteindelijk was zelfs het leger een kweekpoel van decadentie. Het was onmogelijk om als soldaat op te klimmen in de officiersrangen. Het leger werd een macht in zichzelf die bestond uit rijke families om de boel te leiden, en beroepssoldaten om te sterven. Innovatie was geen optie. Op een bepaald moment moest Rome zelfs Germaanse huurlingen in dienst nemen om de grenzen van het Rijk te bewaken. De stagnerende economie van de Romeinen echter (tijdens de grote uitbreidingen was er steeds een neiwue influx van buitenlandse handel en geld, die zorgde voor heel wat problemen op het thuisfront maar enorme rijkdom op de lange termijn voorzag) kon zich amper deze huurlingen veroorloven.
Voor de talloze mensen die al eeuwen geleden door de Romeinen veroverd werden was de inval van de "barbaren" (tegen de val van het RR waren sommige tactieken van de barbaren geavanceerder dan die van de Romeinen, dit door generaties van oorlog buiten het RR) een even grote ramp als voor Rome zelf. Kijk maar naar de verwoestingen en de verschtikkingen die aangericht werden bij de invallen.
In conclusie, de val van het RR was grotendeels omdat door het gebrek aan nieuwe invloeden er geen motivatie was om zich aan te passen.
We kunnen dezelfde trend zien in de val van Het Ottomaanse Rijk (althans de stagnatie) en de val van het Mongoolse Rijk.