Emerxill
Legacy Member
JasperCLA zei:Maar het grote probleem blijft dan nog de gaten in de begrotingen, die moeten gedicht worden op relatief korte termijn. Bovendien tref je alweer de zwakkeren in de samenleving en de middenklasse, die het grootste deel van hun inkomen ook gebruiken voor consumptie. Ondoordacht en snel moet je zoiets niet invoeren idd.
Een oefening:1. Simulatie: de hardwerkende Vlaming
We gaan even een simulatie doen. We gaan ervan uit dat Van Overtveldt alle BTW-voeten met één procent verhoogt – 6% wordt 7%, 21% wordt 22% en zo voort. En we passen dit in eerste instantie toe op een middenklasse-gezin dat een netto-jaarinkomen heeft van 43.000 Euro. Daarna extrapoleren we even naar een gezin dat het dubbele bedrag verdient.
Met een inkomen van 43.000 Euro is dit geen gezin van sukkelaars. Vader en moeder zijn tweeverdieners, veertigers, in het bezit van een eigen woning en een wagen (waarvoor leningen lopen). Het jongste kind zit op de secundaire school, het oudste is eerstejaars hoger onderwijsstudent die in een andere stad “op kot” woont. Het gezin consumeert modaal maar heeft, gegeven de gezondheidsperikelen uit het verleden, een aanvullende hospitalisatieverzekering.
In de simulatie zal ik de vaste maandelijkse kosten van dit gezin oplijsten, aangevuld met twee keuzen: een jaarlijkse gezinsvakantie van het Neckermann-type, en geregelde maaltijden in goedkopere restaurants en bistro’s – het gezin gaat al eens naar de Quick na afloop van de wekelijkse boodschappenronde, en vader en moeder gaan ook al eens exotisch eten na een dag overwerk. Ik zal het dus niét hebben over het “vrije” consumptiegedrag van dit gezin – voeding, kleding, abonnementen, luxeproducten.
Het maandelijkse bedrag waarover het gezin netto beschikt is 3584 Euro. Hier komen de maandelijkse uitgaven in Euro:
a. Nutsvoorzieningen:
-Energie: 200
-Water: 150
-Telecom (incluis TV): 90
-GSM (prepaid): 60
b. Verzekeringen
-Autoverzekering: 50
-Brandverzekering: 41
-Familiale verzekering: 9
-Mutualiteit: 10
-Zorgverzekering: 9
-Hospitalisatieverzekering: 84
c. Transport
Benzine: 60
Openbaar vervoer: De Lijn: 40
Openbaar vervoer: NMBS: 129
d. Studiekosten (boeken, studie-infrastructuur, diverse noodzakelijke kosten)
-Middelbare school: 50
-Universiteit: 50
-Kot: 400
e. Keuzen
-Jaarlijks verlof: 267
-Horeca-uitgaven: 250
De totale maandelijkse uitgaven van dit gezin bedragen in deze simulatie 1949 Euro; het gezin houdt daardoor maandelijks 1635 Euro over. Van die “rest” moeten wel nog de hypotheek en de autolening betaald worden; laat ons dit afronden op 635 Euro, waardoor het gezin netto 1000 Euro per maand overhoudt voor de dagelijkse uitgaven aan voeding, kleding, het leefgeld voor de kotstudent en zo meer, en voor sparen – 250 Euro per week, zeg maar.
De impact van een BTW-verhoging is niet moeilijk te berekenen: tel 1% bij het bedrag van 1949, en we zien dat het gezin maandelijks zo’n 20 Euro meer betaalt, of ongeveer 240 Euro per jaar. Dat is het equivalent van één weekbudget voor “vrije” consumptie en sparen. Het is ook ongeveer het bedrag dat het gezin maandelijks aan restaurantbezoekjes uitgeeft, en eveneens de orde van grootte van het bedrag dat het gezin in één maand apart zet voor het jaarlijkse verlof.
Ik ben in deze simulatie uitgegaan van (a) de huidige prijzen van deze goederen, terwijl we weten dat de kost van bijvoorbeeld openbaar vervoer zal stijgen los van een BTW-verhoging; (b) een stabiliteit van deze netto-prijzen, terwijl we weten dat BTW ook een indirect effect heeft op de prijzen, want de BTW-verhoging in de productiekost wordt eveneens doorgerekend; (c) de indexsprong, die ervoor zorgt dat het gezinsinkomen niet aangepast wordt aan de levensduurte. We zien dat de BTW-verhoging van 1% een aanzienlijk effect heeft: één week uitgaven aan voeding, kledij en allerhande andere dagdagelijkse consumptie moet worden bespaard indien dit gezin z’n uitgaven onder controle wil houden en, bijvoorbeeld, z’n spaarvolume op peil wil houden. Het gezin zal dus z’n consumptiegedrag moeten aanpassen, en de opties daarvoor zijn beperkt. Restaurantbezoek is een voor de hand liggende bezuiniging, een verlaging van het jaarlijkse vakantiebudget is ook een optie.
Het effect op het consumptiegedrag van dit gezin is dan ook wezenlijk, en ik herhaal dat het hier niet gaat over een gezin van sociaaleconomische sukkelaars. Dit is de “hardwerkende Vlaming” die doorgaans ook stevig consumeert. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit gezin geregeld electronica aankoopt, bijvoorbeeld – laptops, tablets, smartphones, PlayStation en zo meer – dat er hobby’s worden uitgeoefend – sport, muziekschool, ga maar voort – dat men een tweede wagen overweegt omdat de kotstudent een rijbewijs heeft, en dat men wat cultuur consumeert – bioscoop, boeken, kranten, magazines, museumbezoek, evenementen zoals Tomorrowland. Het consumptiegedrag van deze hardwerkende Vlaming, waarbij mensen nagenoeg alles wat ze verdienen uitgeven aan consumptie, is de hoeksteen van onze economie.
2. De iets rijkere Vlaming
De iets rijkere Vlaming consumeert immers niet spectaculair meer dan het gezin dat ik zopas beschreef. Een gezin met dezelfde structuur (tweeverdieners met twee studerende kinderen) dat het dubbele verdient – 86.000 Euro per jaar of 7168 per maand – zal ongeveer dezelfde vaste kosten hebben als de hierboven beschreven hardwerkende Vlaming. Misschien heeft dat rijkere gezin al een tweede wagen, maar is de kans groot dat één van de beschikbare wagens een bedrijfsvoertuig is, waardoor men op autolening, verzekering en benzine fors kan besparen. Misschien bewoont het een grotere woning met hogere energie-uitgaven – maar een BTW-verhoging op een dubbel zo hoge energiefactuur kost dit rijkere gezin slechts 2 Euro per maand. Een rijk gezin eet en drinkt ongeveer even veel als een minder rijk gezin, koopt ongeveer even veel broeken, sokken en ondergoed als een minder rijk gezin, en verslijt er dus slechts even veel. De laptop van het rijkere gezin, de tablets en de smartphones zijn precies even duur in beide gevallen. Rijkere gezinnen zijn dus niet noodzakelijk spectaculair royaler consumenten. Een BTW-verhoging zal dan ook geen spectaculaire toename van de absolute belastinginkomsten genereren omwille van het consumptiegedrag van de rijkere gezinnen.
Laat ons ervan uitgaan, niettemin, dat dit rijkere gezin voor hetzelfde pakket aan uitgaven 50% meer spendeert. De maandelijkse uitgave is dan ook niet 1949 Euro maar 2923 Euro. Het gezin houdt dan netto 4245 Euro per maand over voor “vrije” consumptie en spaargeld. En een stijging van 1% op de BTW-aanslag kost dit gezin zo’n 30 Euro per maand, of 360 Euro per jaar. De kans dat dit rijkere gezin omwille van deze gestegen kosten z’n consumptiegedrag moet aanpassen is bijzonder gering, de dwang of behoefte om dit te doen is veel en veel kleiner dan bij het eerste gezin. De relatieve impact van een BTW-verhoging is veel groter op het eerste gezin dan op het tweede, en het eerste zal z’n consumptiepatronen moeten aanpassen. Het feit dat het tweede gezin dat niet moet doen genereert, zoals we zagen, niet noodzakelijk veel hogere BTW-inkomsten.
Bij wijze van voetnoot: zowel een gezin met een inkomen van 43.000 als een gezin met een inkomen van 86.000 worden doorgaans onder één noemer geplaatst. Ze zijn allebei “middenklasse”. Die “middenklasse”, dat weten we uit de literatuur, is traditioneel de slechtst beschreven sociale categorie. En deze eenvoudige simulatie toont al aan dat we dringend meer verfijnde en preciezer categorieën nodig hebben in onze sociale analyse. Want de ene middenklasse is duidelijk niet de andere.
Volledig artikel hier: https://jmeblommaert.wordpress.com/2015/02/08/effecten-van-btw-verhoging-een-oefening/
Met alleen een BTW-verhoging komt men er niet. Maar na die nuance gisteren van de minister lijkt hij dat inderdaad ook te beseffen.
De schrijver van het origineel artikel vergeet wel de recente belastingverlaging (optrekken van belastingvrije som) en de potentiële belastingverlaging dat deze BTW verhoging als gevolg zou moeten hebben.
Het vullen van de gaten in de begroting zal volgens mij moeten komen uit een combinatie van (in volgorde van belang):
1) -veel- meer mensen aan het werk te krijgen door het verschil in uitkeringen en lonen groot genoeg te maken. Te interpreteren als een sterkere stijging van inkomen uit loon (door belastingverlangingen) dan inkomen uit uitkeringen, waarbij de uitkeringen in principe ook nog moeten kunnen stijgen.
2) meer mensen aan het werk te houden ipv op gemiddeld 58 jaar op pensioen te gaan.
3) Een slanker en/of efficiënter overheidsapparaat.


