De beelden van hoe oorlogsvrijwilliger Jihadi John op 19 augustus 2014 persfotograaf James Foley onthoofdde, gingen de wereld rond. In de maanden erna deed hij dat nog eens over met een tiental andere ongelukkigen. Mohammed Emwazi is de echte naam van de in Londen *opgegroeide Iraakse computer*programmeur. De man die inmiddels zelf omgekomen is door Amerikaanse bommen, gaat de geschiedenis in als een sadistische moordenaar. Knack portretteerde hem vorige week met het slagersmes in de hand.
IS, de organisatie waar hij deel van uitmaakte, tekende voor tal van sterk gemediatiseerde executies, denk aan de Jordaanse piloot die levend in een kooi verbrand werd en de simultane executie van dertig Ethiopische christenen. Ze werden in de media gepresenteerd als barbaarse en zinloze daden van onmenselijk geweld. Gruwelijk waren de executies zeker, maar maakt dat ze ook zinloos? In ieder geval niet in de ogen van IS zelf. Wie de moed heeft de goed gemaakte videoboodschappen over de executies helemaal te bekijken, zal tot de conclusie komen dat IS wel degelijk een betekenis geeft aan de moorden als noodzakelijke daden in een tijdloze strijd van geloof tegen ongeloof. Ook de door IS beraamde aanslagen in Europa krijgen op die manier zin.
De framing van een barbaars IS versus een beschaafd Westen is balsem op onze verontwaardiging, maar leert ons IS en zijn modus operandi niet beter te begrijpen. De voor*stelling barbarij versus beschaving is bovendien een aloude retorische strategie om de vijand te ontmenselijken en de eigen superioriteit te claimen.
Haatprediker Verschaeve
Als je communisten vervangt door ongelovigen, dan is het niet overdreven om oostfronter Dries Coolens als een jihadi te betitelen
Hoe anders in hetzelfde nummer van Knack is de framing in een interview met Dries Coolens, een Vlaamse oostfronter die zich in 1941 op achttienjarige leeftijd meldde voor het oostfront en de oorlog eindigde als officier in de Waffen-SS. 95 is hij inmiddels. Hij mag bijna zonder tegenspraak zijn verhaal doen over hoe hij meende Vlaanderen een dienst te bewijzen door het barbaarse communisme te bestrijden. Zo stelde de Duitse propaganda de oorlog tegen de Sovjet-Unie voor.
Zoals Coolens waren er nog zo’n 10.000 Vlamingen en 8.000 Frans*talige Belgen die in het Vlaams of Waals Legioen of de Waffen-SS zaten, eenheden die aan het Russische front vochten. Als je ook nog de transporteenheden en genietroepen die actief waren aan het oostfront meerekent, dan kom je aan 30.000 Belgische oostfronters.
Waren al die vrijwilligers in de ban van de Duitse propaganda? Onderzoek wijst uit dat velen gedreven werden door persoonlijke motieven, of simpelweg niet meer wisten van welk hout pijlen te maken. Sommigen namen dienst omdat ze iets op hun kerfstok hadden en zo hun straf konden ontlopen. De gelijkenis met de hedendaagse jihadi’s uit de westerse wereld is op dat vlak treffend.
Coolens kreeg in Knack een vrij podium om zijn visie op de zaak te etaleren. Veel Vlaamse oostfronters hebben het hem voorgedaan in boeken, brochures en eigen tijdschriften, zoals Berkenkruis, en wel in die mate dat velen in Vlaanderen de oostfronters zowat als de helden van de Tweede Wereldoorlog beschouwen. De laatste decennia is die scheefgetrokken beeldvorming wel wat gecorrigeerd, maar helemaal verdwenen is ze blijkbaar niet.
Coolens zegt dat hij zo veel mogelijk communisten wilde doden en dat hij daar nog steeds achter staat. Zijn geweten is zuiver. Als je communisten vervangt door ongelovigen, dan is het niet overdreven Coolens als een jihadi te betitelen. Zijn hoofd was op hol gebracht door haatpredikers zoals Cyriel Verschaeve, die na de oorlog door de Belgische justitie bij verstek ter dood werd veroordeeld, maar die nog altijd geëerd wordt met straatnamen. Wie zich afvraagt hoe dat mogelijk is, vindt het antwoord in de ontwikkeling van een Vlaamse collectieve herinnering waarin oostfronters met heldendom worden geassocieerd en het verzet met onverantwoorde daden en het geweld van de straatrepressie.
Genocidaire veroveringsoorlog
De ernstige historiografie over Operatie Barbarossa, de inval van *nazi-Duitsland in de Sovjet-Unie, is nochtans eensluidend over de inzet van de strijd aan het oostfront. Het was een vernietigingsoorlog waarbij de leiders van het Derde Rijk zich tot doel stelden Europees Rusland tot aan de Oeral te ontvolken om het klaar te maken als een kolonisatie*gebied voor arische Germanen. Daarvoor zouden ze ook zo’n 30 à 40 miljoen Slaven moeten ombrengen. Ze wilden zo veel mogelijk ‘communisten’ doden, inderdaad. De joodse bevolking in die regio onderging het lot van de Duitse en andere joden in bezet West-Europa, namelijk systematische vernietiging.
Dat voltrok zich aan en achter de fronten waar Coolens streed. In 1941 en 1942 slachtten SS-Einsatzgruppen ongeveer 1 miljoen joden ter plekke af. Er is lang volgehouden dat er een waterdicht schot stond tussen die massa-executies en de reguliere fronttroepen waar Coolens deel van uitmaakte. Recent onderzoek toont aan dat dat niet zo is. De betrokkenheid van sommige Vlaamse oostfronters bij moordpartijen later in de oorlog is gedocumenteerd.
Dit alles maakt een heroïsering van oostfronters zeer problematisch. Betekent het dat we Dries Coolens aan de schandpaal moeten nagelen? Geenszins. We moeten hem wel in de juiste context plaatsen. Namelijk in die van een moorddadig regime dat in het Oosten een genocidaire veroveringsoorlog voerde. Onderzoek wijst uit dat zelfs in een dergelijke context er voor individuen de keuze bestaat om in mindere of meerdere mate betrokken te zijn bij misdaden. Niet elke Vlaamse oostfronter is een genadeloze moordenaar. Niet elke Vlaamse IS-vrijwilliger is een Jihadi John.