De eerste graad bevat een A-stroom en een B-stroom met elk een aparte set sleutelcompetenties in de basisvorming. Deze sleutelcompetenties worden ambitieus geformuleerd. Op basis van die set sleutelcompetenties maken de onderwijsverstrekkers leerplannen, die ook extra doelstellingen en doelstellingen met een grotere abstractiegraad/extra uitdaging kunnen bevatten. Dit betekent dat de basisvorming in verschillende abstractieniveaus of moeilijkheidsgraden kan aangeboden worden aan de leerlingen. Het staat de scholen vrij te kiezen hoe ze dit realiseren. Zo kan men bijvoorbeeld kiezen voor niveaugroepen, maar men kan er evengoed voor kiezen om de leerlingen voor sommige vakken willekeurig te plaatsen en voor andere te werken in niveaugroepen. De eerste graad kan ondergebracht worden in een middenschool of in een zesjarige school.
In het eerste leerjaar van de eerste graad worden naast de basisvorming in het keuzegedeelte verschillende differentiatiemogelijkheden aangeboden, zowel uitdagende pakketten voor wie meer aankan, als remediërende pakketten voor wie het moeilijk heeft om de sleutelcompetenties van de basisvorming te bereiken. Op die manier worden alle leerlingen uitgedaagd op hun niveau (D 3). In het 2de leerjaar worden de bestaande basisopties gescreend, geupdated en gereduceerd tot een kleiner aantal. Deze herwerkte basisopties, waaruit de leerling kiest, maken samen met de remediëring/verdieping deel uit van de 7uur bovenop de basisvorming . Scholen organiseren dit volgens eigen pedagogische aanpak binnen deze voorziene 7 uur . De differentiatiemogelijkheden kunnen zich situeren in techniek, wiskunde/wetenschappen, kunst, economie, Nederlands, moderne vreemde talen (Frans/Engels) en Klassieke Talen. Naast de verplichte doch gereduceerde en geupdate basisopties en de remediërende en verdiepende functie is de differentiatie tevens een uitstekend hulpmiddel om leerlingen keuzevaardiger te maken en hen te ondersteunen in hun oriëntering (D 4 – 5) en getrapte studiekeuze.
De klassenraad kan aan een leerling differentiatiepakketten opleggen, ook in de loop van het schooljaar en kan de keuze voor de basisopties voor een leerling beperken. Als dat niet het geval is kan een leerling die vrij kiezen. Een leerling hoeft uiteraard niet de hele graad dezelfde differentiatiepakketten (zowel qua inhoud als qua opzet) te kiezen. (D 3 – 4 -5)
Op het einde van de eerste graad geeft de delibererende klassenraad een attest en een advies aan elke leerling op basis van het gevolgde traject, d.i. het abstractieniveau van de gevolgde basisvorming en de inhoud en het abstractieniveau van de gevolgde basisoptie en differentiatie.
In B-stroom wordt gewerkt op basis van een beginassessment van de leerling met meer aangepaste programma’s. Zo’n schakeltraject kan maximaal 3 jaar duren.
MAATREGELEN beslist of te beslissen tijdens deze legislatuur
Vanaf sept. 2013: De nieuwe leerplannen die vanaf september 2013 worden ingediend, maken een duidelijk onderscheid tussen basisdoelstellingen voor iedereen en uitbreidingsdoelstellingen (D 3). Ook de basisdoelstellingen worden ambitieus geformuleerd.
Wetenschap en techniek behoren ook tot de basisdoelstellingen.
De basisopties worden gescreend, van update voorzien en gereduceerd.
Sept. 2015-2016: BvR dat de toegang tot de A- en B-stroom strikt regelt: enkel wie geen getuigschrift basisonderwijs behaalt, heeft toegang tot de B-stroom; leerlingen met een getuigschrift basisonderwijs moeten naar de A-stroom. (cfr. punt 1.) (D 20-21)
Sept. 2016: Naast de basisvorming biedt elke school een aantal verschillende basisopties en differentiatiemogelijkheden aan: techniek, wiskunde/wetenschappen, kunst, economie, Nederlands, moderne vreemde talen (frans en engels) en Klassieke talen, zowel uitdagend als remediërend (aanpassing decreet en BvR). Elke school biedt zowel uitdagende als remediërende pakketten aan (D 3 – 5), maar scholen moeten niet alle verschillende inhoudelijke pakketten aanbieden.
Afstemming vakkenstructuur 3de graad BaO en 1ste graad S.O. (cfr. punt 1). (D 21)