Moet je thuis Nederlands praten?
Elke ouder, leerkracht, directie, professional…is oprecht bezorgd om de leer- en groeikansen van onze kinderen. Met de beste bedoeling wordt vaak de raad meegegeven aan ouders om thuis Nederlands te praten, ook als beide ouders het Nederlands niet voldoende machtig zijn. Dit advies is foutief!
Waarom?
De thuistaal staat het leren van het Nederlands niet in de weg. Integendeel, de thuistaal vormt een basis waarop het Nederlands zich verder kan opbouwen. Het is niet óf thuistaal óf Nederlands, maar én-én. Indien de fundamenten in de thuistaal nog niet voldoende aanwezig zijn, is het aan te raden deze te versterken vooraleer men de Nederlandse taal aanbrengt.
Wil een kind een taal goed beheersen, dan is een rijk taalaanbod een belangrijke voorwaarde.
Ouders praten best met het kind in de taal die ze het beste kunnen, waarin ze denken en voelen. Zo verloopt de opvoeding het spontaanst en komen interacties niet ‘gekunsteld’ over. In de eigen taal kan het meest verteld worden en staan ouders het sterkst. Bovendien versterkt het spreken van de thuistaal de band tussen ouders, het kind en de roots.
Het blijft wel van belang dat ouders een positieve houding aannemen en waardering tonen tegenover de Nederlandse taal. Zodoende blijft het kind gemotiveerd om met het Nederlands aan de slag te gaan. Ouders kunnen dit doen door zelf een beetje Nederlands te leren en dit ook te gebruiken in bepaalde situaties (bv. in communicatie met de school). Zo worden ouders vooral een model dat aantoont dat ‘durven spreken’ belangrijk is, dat taal ‘communicatie’ is. Ouders die het Nederlands angstvallig vermijden geven hun kinderen soms dit gevoel van onzekerheid mee of het gevoel dat je perfect moet zijn in een taal vooraleer je iets kan zeggen.
Veelgestelde vragen | Meertaligheid.be