Even Weekend Knack vastgenomen, waarbij redactrice Trui Moerkerke vaststelt dat Groen kamerlid en universiteitsprofessor Eva Brems vorige maand voor een nieuw feminisme pleitte. Hoewel ze een genuanceerd discours wilde hanteren vond ze genderquota's nodig omdat je minder stereotiepe denkwijzen maar in de praktijk kan omzetten vanuit een machtsfunctie. Daar heb ik toch mijn twijfels bij.
Ten eerste vind ik representativiteit geen criterium voor de samenstelling van hogere kaders. Vaak wordt de illusie gewekt dat representativiteit dé manier is om discriminatie te voorkomen, om bepaalde conflicten (zij het gender, etnisch, religieus, ...) te vermijden en iedereen een stem te geven. Dan klinkt het aannemelijker om volop 'ja!' te zeggen voor dat idee van genderquota's. Quota's discrimineren echter ook.
En dan kom je aan het tweede punt: quota's garanderen niet dat het hogere kader, minus de glass ceiling, beter zal werken. Wanneer je de middelmatigheid, omwille van de representatiedrang, laat voorgaan voor het kiezen van mensen op basis van talenten gaat de kwaliteit achteruitgaan. En dat is het gevaar van gelijkheidsdenken. Het is een onderdrukkend middel waarbij niet relevante kwaliteiten als talent van tel zijn, maar wel irrelevante feiten zoals geslacht, huidskleur, geloof, ...
Om het met een sterk anti-feministische slogan af te sluiten: mevrouw Brems, 'waar zedde gij mee bezig?'.