Dit nieuws had hier nooit mogen staan. Onze excuses
De Morgen - 27 Jun. 2008
Pagina 43
Nieuws moet steeds meer ‘goedkoop’ zijn: snel in te blikken en veilig om te publiceren. Maar de waarheid is daar niet mee gediend. Dat betoogt Nick Davies, onderzoeksjournalist bij The Guardian, in zijn boek Flat Earth News. ‘We hebben het hier over de wereldwijde ondergang van nieuwsgaring en waarheidsgetrouwe berichtgeving. Daardoor worden we overgelaten aan een soort kennischaos.’ Het probleem is niet dat Davies hiermee zijn eigen beroepsgroep in een weinig glorieus daglicht stelt. Het probleem is dat hij gelijk heeft. Door Bart Eeckhout
Bijna drie miljoen Belgen lijden aan een hersenkwaal. Zo, zonder aanhalingstekens, opende dat nieuwsbericht op 3 mei 2005 deze krant. Het was ondergetekende die destijds de beslissing nam om de resultaten van een nieuwe studie naar hersenaandoeningen op de voorpagina te plaatsen. Het bericht was fout.
Het hallucinante cijfer van drie miljoen hersenpatiënten was een weinig objectieve som van (pseudo-)kwalen, waarvan neurologische en farmaceutische lobbygroepen een medische en door de overheid terugbetaalde behandeling nastreven. Het was een soortgelijke lobbygroep, de European Brain Council, die het bericht verspreid had. Het pr-communiqué verscheen in de krant als nieuws, zonder wederwoord, zonder dubbelcheck.
Deze bescheiden schuldbekentenis kan makkelijk misbruikt worden. Concurrenten of tegenstanders hebben nu eindelijk het bewijs in handen dat deze krant de bal al eens misgeslagen heeft. Maar was De Morgen maar het probleem, dan kon u vanaf morgen gewoon een andere krant in huis halen. Het probleem is dat alle kranten (én alle radiozenders én alle tv-journaals) geregeld ongecontroleerde berichten de wereld insturen. Omdat ze niet anders kunnen. Correctie: omdat we niet anders kunnen. En soms zit daar dan wel eens een fout bericht tussen. Waarvoor onze excuses.
Nick Davies zou de hersenkwakkel allicht een typevoorbeeld van ‘flat earth news’ noemen. Met die term bedoelt hij “een onbetrouwbare stelling die door buitenstaanders wordt gecreëerd, meestal voor hun eigen commerciële of politieke voordeel, die in de bloedbanen van de media wordt geïnjecteerd door een persagentschap, waarna het gaat circuleren in de hele wereld van massacommunicatie.” Simpel vertaald: als iemand vandaag zo gek wil zijn om de stelling te verspreiden dat de aarde plat is, dan bestaat de kans dat ergens ter wereld een persbureau dat ‘bericht’ zonder meer overneemt.
Het staat op Reuters, dus is het waar
Niet dat u meteen moet vrezen dat een krant u vandaag of morgen zal verwelkomen met de openingskop dat de aarde plat is. Al komt soms zelfs die onvoorstelbare werkelijkheid angstwekkend dichtbij. De Morgen onthulde in februari hoe de Turkse hoogleraar Harun Yahya met zijn Atlas of Creation de wereld probeert te winnen voor zijn moslimvariant van het creationisme. De professor werd hier terecht ontmaskerd als een gevaarlijke negationist. Dat verhinderde het persagentschap Reuters niet om eind vorige week een groot portretinterview met de man te verspreiden, waarin weliswaar ook de kritiek terloops wordt vermeld.
Thomson Reuters beroemt er zich op ‘s werelds grootste internationale multimedianieuwsagentschap te zijn. Het voedt wereldwijd duizenden redacties met nieuwsberichten en beelden. Strikt genomen zondigt Reuters met het interview niet tegen de codes van de journalistiek. De woorden van Harun Yahya zullen wel correct weergegeven zijn. Alleen zijn die woorden op zich een cocktail van aantoonbare leugens en onwetenschappelijke beweringen, met als enige doel vanuit fundamentalistische hoek de evolutietheorie te ondermijnen. Door die woorden te verspreiden, geeft Reuters er meer autoriteit aan dan ze verdienen. Voor die afweging voelt het agentschap zich evenwel niet verantwoordelijk.
Gaandeweg zijn de persgiganten Reuters en Associated Press (AP) welhaast een monopolie gaan opbouwen in de internationale nieuwsgaring. Die afhankelijkheid van steeds minder primaire bronnen lijkt nog te vergroten, nu kranten en nieuwszenders uit financiële noodzaak hun buitenlands correspondentennetwerk steeds verder afbouwen. Tot genoegen van Reuters, overigens: “Het is een vreselijk periode voor kranten, maar zo- lang de patiënt niet sterft, is het een fantastische periode voor persagentschappen”, liet Thomas Glocer, CEO bij Thomson Reuters, zich vorige maand ontvallen op een symposium in het Amerikaanse Carlsbad. “De kranten snijden in hun personeelsbestand en in hun buitenlandse afdelingen en worden zo steeds afhankelijker van persbureaus.”
Verdraaiïngen en versimpelingen
Het risico van die afhankelijkheid wordt treffend verwoord in Het zijn net mensen van Joris Luyendijk. Met dat boek uit 2006, al aan zijn 22ste druk toe, veroorzaakte de vroegere correspondent van de Volkskrant, NRC Handelsblad en de NOS een schokgolfje in Nederland, waarvan de trillingen tot bij ons te voelen zijn. Luyendijk, bij ons vooral bekend als de innemende gastheer van het VPRO-programma Zomergasten, prikt de illusie door dat met name buitenlandse correnspondenten de wereld van ter plaatse kunnen duiden. Nuchter legt hij uit waarom “je bladerend in kranten en zappend langs de journaals vaak dezelfde beelden en verhalen” ziet. Dat zit zo: “De mannen en vrouwen op de redactie bleken inderdaad verstandig, maar ze overzagen niet de wereld. Ze overzagen de persbureaus, en daaruit maakte de baas, ‘chef’ in het jargon, een selectie.”
Alleen al vorige week leidde die gestroomlijnde selectie ertoe dat media wereldwijd tot twee keer toe nieuws moesten herroepen dat onwaar bleek te zijn, nadat het zich eerst als een heidebrand verspreid had. De beelden van de ontdekking van een primitieve stam in het Amazonewoud bleken gemanipuleerd; de zesde afgehakte voet die gevonden werd aan de Canadese westkust was een grap. Beide berichten passeerden ongecontroleerd in zowat alle newsrooms ter wereld. Dat ze gelanceerd werden door internationale agentschappen en nieuwszenders, leek een voldoende bewijs van waarachtigheid.
Misschien hadden we beter moeten weten, met in het achterhoofd de verdraaiïngen en versimpelingen waarmee dezelfde prestigieuze, vooral Angelsaksische media verslag uitbrengen over de Belgische politieke crisis. Het is niet erg logisch om dezelfde redacties die zo flagrant uit de bocht gaan bjj een ons welbekende binnenlandse kwestie plotseling wel blindelings te vertrouwen als het aankomt op even spectaculaire, amper te checken verhalen uit Brazilië of Canada.
Pas echt alarmerend is evenwel dat de geschetste foute verhalen doelbewust als een zogenaamde ‘hoax’ in de wereld zijn gebracht. Dat toont aan dat sommigen zich erg bewust zijn van de huidige kwetsbaarheid van de globale media en kansen zien om daar misbruik van te maken. Om een misselijke grap uit te halen; om een reclameboodschap te verspreiden; om de politieke agenda te bepalen; en uiteindelijk om de geloofwaardigheid van de media zelf in het gedrang te brengen.
Net als de meeste landen heeft ook België zijn lokaal wire agency: het persagentschap Belga. Voor binnenlands nieuws steunen redacties steeds meer op Belga, ter vervanging van de eigen correspondent ter plaatse. Nationale media gebruiken het persagentschap vooral om regionaal nieuws op te pikken, en omgekeerd putten regionale media hun nationaal nieuws rijkelijk uit de Belga-telexen. Onderzoek van de Universiteit van Cardiff, geciteerd in Flat Earth News, toont aan dat de vijf Britse kwaliteitskranten liefst 70 procent van hun binnenlandse nieuwsberichten geheel of gedeeltelijk overnemen van het nationale persagentschap Press Association en zijn lokale broertjes. Er is geen reden om aan te nemen dat dat cijfer in België noemenswaardig lager ligt.
Strakke richtlijnen over welk nieuws verspreid wordt, hanteert Belga nochtans niet. “Wij laten dat over aan de inschatting van onze nieuwsmanagers”, zegt Belgahoofd- redacteur Marc Hollanders aan De Morgen. “Uitgangspunt is dat we alles verspreiden wat potentieel interessant is voor onze klanten.” Een correcte weergave van het nieuws staat voorop bij Belga, evenals snelheid. “Onze klanten appreciëren een snelle service. Daarom verspreiden we doorgaans eerst een samenvatting van een communiqué, om vervolgens reacties te sprokkelen.”
Zo kon het gebeuren dat steller dezes in de zomer van 2005 een telefoontje kreeg van een Belgacollega. Of we wilden reageren op de klacht van VB-politicus Rob Verreycken? Bleek dat Verreycken bij het Centrum voor Racismebestrijding een klacht had ingediend tegen een columnpje in De Morgen over het vakantiegedrag van Britten onder de provocerende kop ‘Waarom wij de Britten zo haten’. Dat de racismeklacht geen schijn van een kans maakte, dat de indiener zelf een donkerbruin palmares van racisme en geweld met zich meesleurt en dat hij er enkel deze krant en het Centrum voor Racismebestrijding mee wou treffen, was voor Belga geen reden om het communiqué van zijn telexen te weren.
Het Belgabericht over de klacht werd in zowat alle concurrerende dagbladen overgenomen. De klacht werd zoals voorspeld verworpen, maar daarover verspreidde Verreycken geen persbericht. Dat nieuws haalde Belga en de kranten dan ook niet.
Erger dan een samenzwering
Het geval-Verreycken moet voorts absoluut niet overschat worden, maar het is wel exact via deze systematiek van pseudo-objectieve nieuwsberichtgeving dat op een oneindig veel grotere schaal de grootste onwaarheid van het afgelopen decennium ongecontroleerd verspreid kon worden: de bewering dat een aanval op Irak gerechtvaardigd was omdat Saddam Hoessein beschikte over massavernietigingswapens. Het ‘objectieve’ nieuws was dat de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell die stelling poneerde in de Veilig)- heidsraad van de Verenigde Naties, en dus werd die stelling zelf niet gecheckt. In veel media werd al snel de bron - de Amerikaanse overheid - uit het verhaal geknipt, en bleven de massavernietigingswapens als ‘feit’ over. Dat de argumenten van Powell vals waren, is pas veel later aan de oppervlakte gekomen.
Samenzweringstheoretici zullen zich verlekkerd in de handen wrijven. Zie je wel dat achter de massamedia een complot schuilgaat van de machtigen der aarde, om hun eigen wereldbeeld en economische belangen te verstevigen? Zij dwalen. “Een samenzwering kan doorbroken worden; chaos is moeilijker te controleren”, schrijft Davies cynisch in het besluit van Flat Earth News. Het is die chaos die vandaag regeert: “een systeem waarover we de controle verloren zijn, waarbij de commerciële logica willekeurig de journalistieke vereisten overspoelt.” Het is de chaos die ontstaat wanneer nieuws niet langer te controleren valt en ook niet meer gecontroleerd wordt. Wie blijft er immers nog over om de reporter van Reuters te checken als hij de enige in de regio is?
Hoe graag hadden we Nick Davies hier van antwoord gediend, hadden we hem de zegeningen van deze professie uitgelegd. Helaas. Als gerenommeerd Brits onderzoeksjournalist kent Davies die zegeningen beter dan wie ook. Het is net de liefde voor het vak die zijn analyse van binnenuit zo onontkoombaar maakt. Flat Earth News eindigt dan ook niet met de afgedraaide toogfilosofie dat het ‘de commerce’ is die de journalistiek kapotmaakt. Dat is enkel het beginpunt van de dissectie, het punt waar Davies als een chirug begint te snijden in het eigen vel.
Centraal in zijn betoog staat de ‘nieuwsfabriek’. Journalisten, zo stelt Davies vast, worden steeds meer geestesarbeiders die aan de lopende band verhalen moeten produceren. De tijdrovende bezigheid van waarheidsvinding is niet langer de regel, een ontwikkeling die nog versterkt wordt door de concurrentie van het internet, dat als een deeltjesversneller ongecontroleerd nieuws uitbraakt.
Daar ligt de ware verantwoordelijkheid van mediabazen. Zij voeren de druk op hun redacties niet op om hun eigen ideologie te verspreiden, zoals de (klein-linkse) complottheoretici graag geloven, maar om hun winst te maximaliseren. Met de filosofie van ‘kruideniers’ besturen zij hun nieuwswinkels: “Productiekosten besparen en omzet verhogen.” Zoals de stofzuigerverkoper Theofiel bij Suske & Wiske al wist: “Kleine ventjes, grote percentjes.”
Blijf weg van de stroomdraad
Dat model, volgens Davies geperfectionneerd door mediatycoon Rupert Murdoch bij onder meer The Sun en The Times, heeft zeer ingrijpende gevolgen voor de nieuwsselectie. Nieuws moet in de eerste plaats ‘goedkoop’ zijn: snel in te blikken en veilig om te publiceren. Veilig nieuws is bij voorkeur officieel nieuws. Journalisten wordt daarom subtiel aangeraden weg te blijven bij de ‘stroomdraad’, een metafoor van Davies voor het gedonder waarmee redacties of verslaggevers te maken krijgen als ze uit de groene zone van dat officiële nieuws stappen. Premier Yves Leterme (CD&V) grilde zo bijvoorbeeld openlijk een journalist van De Standaard omdat die het bestaan had in zijn krant te berichten over anomalieën in de budgetten voor kabinetspersoneel.
Het kan nog erger. Toen Luc Van der Kelen als commentator van Het Laatste Nieuws iets te veel op de zenuwen van de toenmalige VLD-top begon te werken, voerden topliberalen de druk op de werkgevers van Van der Kelen op om de man monddood te maken.
Een typevoorbeeld van ‘veilig nieuws’ dat wel gehoorzaam de officiële leidraad volgt, is de ‘embedded’ journalistiek met reporters die zich in oorlogszones laten inkwartieren bij het leger. Redacties verdedigen die techniek omdat ze aldus een verslaggever op een relatief goedkope en veilige manier ter plaatse kunnen brengen. Een groot nadeel is wel dat de blik van de journalist per definitie vernauwd wordt tot het perspectief van de strijdmacht. De lijst fouten en doelbewuste leugens over de oorlog in Irak die door ingebedde journalisten op de wereld zijn losgelaten, is ontstellend lang. Het is een vaststelling die ook Luyendijk maakt: “’We hebben nu bevestiging.’ Zouden die journalisten van CNN en BBC dat zelf geloven? De taak van een leger is toch niet om betrouwbare informatie te leveren, maar om met minimale verliezen de vijand uit te schakelen.”
Terug naar eigen land. De Standaard beroemde zich er de voorbije weken op dat het een redactrice ‘embedded’ bij onze jongens in Afghanistan had gekregen. Natuurlijk zal de hoofdredactie aanvoeren dat haar journaliste best wel de tegenwoordigheid van geest heeft om onafhankelijk te be richten. We geloven dat graag, maar het viel toch op dat ze bij terugkomst netjes de risico’s van de missie nuanceerde en het militaire standpunt overnam “dat onze F16-piloten in Afghanistan geen groter gevaar lopen dan op oefening in eigen land”. Misschien heeft ze gelijk. Of misschien was ze toch beïnvloed door de exclusieve visie van haar legerbronnen. Dat is het probleem: met embedded journalisten weet je dat niet langer.
Het dient gezegd te worden dat Nick Davies zijn stellingen verdedigt met evenveel nuance als overtuiging. Zijn boek is als het ware een bewijs dat topjournalistiek nog lang niet dood is. Want natuurlijk wordt er nog veel goede journalistiek bedreven. Zo stuurde deze kleine krant de voorbije jaren op eigen kracht journalisten als Gert Van Langendock, Ayfer Erkul, Filip Claus, Koen Vidal en Maarten Rabaey naar conflictgebieden in Irak, Libanon of Congo, met groots resultaat.
De peiling: rien à signaler
Bij uitstek snel, veilig nieuws levert een opiniepeiling op: gemakkelijk te begrijpen, in een strakke kop te vatten. Of het nu gaat om Albert II die moet blijven (Le Soir Magazine) of Albert II die net weg moet (Het Nieuwsblad): ‘nieuws’ is het altijd. Zelfs als er geen nieuws is, blijft een peiling nieuws, al was het maar omdat er door redacties fors voor betaald wordt. Het leidt tot absurde koppen als ‘BHV beïnvloedt stemgedrag niet’, te vertalen als ‘Rien à signaler.’ De waarheid wordt zelden gediend door een peiling. In het beste geval gaat het om een momentopname, maar zelfs dat is meestal te hoog gegrepen voor de snel uitgevoerde, wetenschappelijk betwistbare, vertekende en later herwogen telefonische enquêtes waarmee de nieuwsconsument overspoeld wordt.
Enquêtes geven de publieke opinie wellicht niet weer, ze oefenen er wel een zekere invloed op uit, en in tweede orde ook op de politieke besluitvorming. Als vlak na een emotioneel beladen straatincident uit een ‘exclusieve’ peiling blijkt dat ‘de’ Vlaming wil dat er strenger wordt opgetreden tegen jeugddelinquenten, verdringen de politici zich in de tv-studio’s om hun Nieuwe Harde Aanpak voor te stellen. Media kunnen zichzelf niet langer ontslaan van verantwoordelijkheid voor hun aandeel in die retorische spiraal.
Aan het begin van Flat Earth News schetst Nick Davies een treffend voorbeeld van hoe zo’n spiraal tot massahysterie kan leiden. Herinnert u zich de millennium bug nog en hoe die op 1 januari 2000 zowat alle computers ter wereld zou vernietigen? En herinnert u zich ook nog dat er op de gestelde Dag des Oordeels uiteindelijk hoegenaamd niks gebeurde? Davies onderzocht hoe die angst voor ‘Y2K’ terug te brengen is tot één paragraaf in een interview met een Canadese technologieconsultant uit 1993 die waarschuwt voor mogelijke problemen bij de eeuwwisseling. De consultant geeft bij Davies toe dat hij “de angst bewust wou opdrijven” om zijn punt te maken. Zijn interview bleek de spreekwoordelijke vleugelslag van de vlinder in het regenwoud die een orkaan doet ontstaan.
Dergelijke vormen van mediahysterie worden pas echt aangeblazen als het nieuws begint rond te kaatsen in wat Davies de ‘echokamer’ noemt. Dat fenomeen doet zich voor wanneer ook mensen die absoluut niet weten waarover ze het hebben hun alarmerende mening beginnen te verkondigen. Klinkt bekend in de oren. De zoektocht naar de roofmoordenaars van Joe Van Holsbeeck werd pas echt naar een alles overweldigend niveau getild toen Brussels parlementslid Fouad Ahidar in Ter Zake de Noord-Afrikaanse gemeenschap in zijn stad opriep om de verdachten mee te zoeken en aan te geven. Enkele dagen later bleken de verdachten geen Marokkanen maar Polen te zijn. Oeps, foutje.
De hysterie werd vorige maand nog eens dunnetjes overgedaan toen media dagelijks voorspelden dat er in Anderlecht een tweede ‘veldslag’ op stapel stond tussen jonge allochtonen en voetbalhooligans. Bron: een sms’je van onduidelijke afkomst. De politie stuurde voor de zekerheid een contingent agenten, wat vervolgens door dezelfde media geduid werd als bewijs dat er echt wel hommeles op komst was. ‘Gespannen rust’ was in die week een staande uitdrukking in alle kranten.
We hadden ook, naar waarheid, kunnen schrijven dat er niets gebeurde. We hadden kunnen wegblijven uit Anderlecht. Dat deden we niet, uit angst dat er toch wat zou ontploffen en de krant dat als enige zou hebben gemist. Het is onze overtuiging dat die twijfel op alle redacties te lande leefde. Ook die keuze is een vorm van ‘veilige journalistiek’, door Davies samengevat als ‘de bevestiging van de morele paniek’: “Verkoop de natie een verhoogde vorm van zijn eigen emotionele staat.”
De pr-industrie regeert
Wie allang niet meer overtuigd moet worden van de kwetsbaarheid van de media zijn de pr-bureaus. “Journalisten die geen tijd meer hebben om buiten te komen en hun eigen verhalen te vinden en hun materiaal te checken, lopen voortdurend het gevaar om informatiepakketten die hen ter beschikking gesteld worden, over te nemen en te reproduceren”, waarschuwt Davies.
Neem die koddige berichten over vedetten die ook u dagelijks leest op doorgaans ernstige sites. Vaak zijn die ruzies en verzoeningen, verlovingen en scheidingen gewoon aan een bureautafel uitgevonden, met als enige doel de beroemdheid beroemd te houden en het product dat hij of zij moet slijten in de markt te zetten. Als de actrice Sarah Jessica Parker de voorbije weken weer wat vaker in de celebrity-rubrieken opduikt, is dat enkel om u eraan te herinneren dat er van Sex & The City tegenwoordig ook een filmversie bestaat.
Die pr-aanpak sijpelt door in alle geledingen van de journalistiek. Er zijn de onschuldige foto’s van pas geboren pinguïns die de Zoo verdeelt. Minder onschuldig zijn de spin doctors in de Wetstraat, die primeurs versjacheren onder concurrerende journalisten. Of riskant nieuws verduisteren door er een nieuwe draai aan te geven. Kritiek op de missie in Afghanistan? Vlieg een journalist in, om vast te stellen dat het daar nog zo gevaarlijk niet is.
Pr-bureaus zijn op hun gevaarlijkst als ze achter de schermen kunnen verdwijnen. Met de Dag van de Aardappel wordt op de meeste redacties goed gelachen, maar de Astmadag of Wereldvluch- telingendag zijn jaarlijks goed voor riemen krantenpapier. Nochtans zijn dat evengoed pr-fabricaten - zij het van het politiek correcte soort.
Als Flat Earth News en Het zijn net mensen één manco hebben, dan dat ook deze boeken zich niet kunnen bevrijden van de nostalgie naar de imaginaire tijd dat de krant nog een meneer was. Davies herinnert zich de oude krantenbazen als deftige heren die winst wilden maken, maar toch vooral goede kranten. Voor Vlaanderen gaat dat beeld niet op, en een terugkeer naar het verleden zou ons nog verder van waarheidsvinding afbrengen.
In het vorige mediatijdperk, toen kranten nog ongegeneerd de spreekbuis van een politieke beweging waren, was de waarheid immers al helemaal geen issue. Kranten waren een vehikel om te overtuigen, nu zijn ze een vehikel om winst te maken. Journalisten moeten zich verwarmen met de gedachte dat je met betere kranten meer winst kunt maken. Het is de verdienste van Nick Davies dat hij dat paradigma overtuigend in vraag stelt.