De val van de Libische leider Muammar Khaddafi heeft ingrijpende gevolgen voor de crisisgevoelige regio van de Sahellanden, die zich uitstrekt van Libië tot Nigeria en van de Atlantische tot de Indische Oceaan. Met in het hart Noord-Mali, dat dienstdoet als een springplank voor jihadisten.
© GF
12
Op 20 oktober 2011 beseft Mohamed Ag Najim dat het moment is aangebroken Libië definitief de rug toe te keren. De kolonel, die deel uitmaakt van het nomadische Toearegvolk, liet zich al begin jaren tachtig rekruteren door de Libische 'Gids van de Revolutie' Muammar Khaddafi en is dus niet zomaar de eerste de beste huurling.
Maar wanneer hij op Al Jazeera de beelden uit de kuststad Sirte ziet waar zijn beschermheer eerder die dag door rebellen is gelyncht, kiest hij eieren voor zijn geld. Hij geeft zijn manschappen enkele uren de tijd om zo veel mogelijk geld en wapens te verzamelen en zet vervolgens met een konvooi pick-ups koers richting het zuiden - bestemming onbekend.
Enkele maanden later, op 17 januari 2012, duikt Ag Najim op in het noorden van Mali, aan het hoofd van een Toearegopstand. Onder de vlag van het Bevrijdingsfront voor Azawad (MNLA) veroveren Ag Najim en zijn medestrijders stad na stad op het Malinese regeringsleger. Bij het reguliere leger groeit de frustratie. Dat vecht met verouderd materieel en voelt zich onvoldoende ge-steund door hun president, Amadou Toumani Touré. Zo groot is de woede, dat een groep officieren op 22 maart een staatsgreep pleegt in de hoofdstad Bamako. In de chaos die volgt, rukken de Toearegs nog verder op. Zo'n 200.000 bewoners uit het gebied zijn dan al gevlucht. Spoedig hebben de Toearegs het hele noorden van Mali in handen, een gebied zo groot als Frankrijk.
Op 5 april roept de MNLA de onafhankelijkheid uit over het veroverde gebied en is de chaos compleet. Want terwijl de buurlanden nog altijd steggelen over een eventuele militaire interventie, heeft de MNLA concurrentie gekregen van Ansar Dine, een paramilitaire organisatie op moslimfundamentalistische leest met zowel Arabieren als Toearegs in de gelederen. Anders dan de seculiere MNLA beoogt zij de vestiging van een islamitische staat en in de noordwestelijk gelegen stad Timboektoe kondigde hun leider, Iyag Ag Ghaly, half april de sharia af, hetgeen leidde tot een massale uittocht van christelijke bewoners. Onlangs stapte nog een derde groep de arena in: de jihadbeweging MUJAO. Haar leiders claimen de recente ontvoering van een groep Algerijnse diplomaten in de Malinese stad Gao en willen op grote schaal jongeren rekruteren voor de heilige oorlog. Zowel Ansar Dine als MUJAO zou banden hebben aangeknoopt met de terreurorganisatie Al-Qaeda in de Islamistische Maghreb (AQIM) - al langer actief in de regio.
'De huidige rebellie valt uiteraard niet exclusief op het conto te schrijven van de toestroom van Toearegs uit het leger van Khaddafi', zegt Alain Antil, Sahel- specialist bij het Parijse onderzoeksinstituut IFRI ( Institut français des relations internationales). 'Maar dat de opstand dit keer wél succes heeft, is voor een belangrijk deel te danken aan de participatie van ervaren strijders en de wapens die zijn buitgemaakt in de arsenalen van Khaddafi.'
Vorig jaar zomer, dus voor het einde van de oorlog in Libië, wijdde het Franse vaktijdschrift Hérodote een themanummer aan de Sahara. De algemene conclusie: de val van Khaddafi zal ingrijpende gevolgen hebben voor de toch al zeer crisisgevoelige regio. Met de Toearegopstand en de staatsgreep in Bamako lijkt die voorspelling uit te komen.
Demografische tijdbom
Aan de basis voor de crisisgevoeligheid van de Sahellanden liggen de kunstmatige grenzen van vaak duizenden kilometers lang die rond 1960 werden getrokken toen Frankrijk zich als koloniale macht uit de regio terugtrok. In landen als Tsjaad, Niger en Mali dwong dit sedentaire boeren in het zuiden tot samenleven met de nomadische stammen als de Toubou en de Toeareg in het noorden die zich vanouds vrijelijk door de Sahara voortbewogen. Dat leidde al snel tot spanningen omdat de nomadische stammen zich achtergesteld voelden bij de stadsbevolking, die in hun ogen meer overheidsgeld en bestuursbaantjes kregen.
Afgezien van de spanningen tussen de diverse bevolkingsgroepen, zijn de problemen van de Sahellanden immens: met droogte, armoede en onderontwikkeling hadden ze altijd al te maken. Maar nu tikt er ook een demografische tijdbom. In geen land ter wereld krijgen vrouwen zo veel kinderen als Niger (gemiddeld 7,1; Mali volgt met 6,3). Veel toekomstperspectief hebben die kinderen niet, of het zou drugssmokkel moeten zijn. Door de grootschalige corruptie en het falende staatsgezag hebben bandieten en maffiosi in de Sahel vrij spel. Zo bleek wel in 2009 toen er in het noorden van Mali midden in de woestijn een Boeing 727 vol met cocaïne uit Venezuela landde. Volgens sommige schattingen reist dertig procent van de mondiale cocaïneproductie door de Sahara naar zijn eindbestemming.
Als gevolg van de gebrekkige grenscontroles tieren ook de wapensmokkel, de ontvoerings-industrie en het terrorisme welig. Het werkterrein van AQIM beslaat vele duizenden kilometers woestijn. Deze zorgelijke situatie zou door de val van Khaddafi gemakkelijk kunnen escaleren. 'Het succes van de Toearegs in Mali zouden de Toearegs in Niger en de Toubou in Tsjaad wel eens op ideeën kunnen brengen', meent Antil.
Van alle Noord-Afrikaanse landen was het Libië van Muammar Khaddafi veruit het actiefst in de Sahel. Dat lag voor de hand voor de man die zich 'de koning van alle traditionele Afrikaanse koningen' liet noemen. 'Zijn bemoeienissen in de regio waren onderdeel van een bredere, op heel Afrika gerichte politiek', zegt Antil. 'In 1998 werd op Khaddafi's initiatief de Gemeenschap van Sahelstaten (Cen-Sad) opgericht, een orgaan dat van de regio een vrijhandelszone beoogde te maken. In landen als Mali, Niger en Burkino Faso investeerde Khaddafi miljarden in de landbouw, visserij, telecom, industrie en toerisme. Hij liet luxehotels bouwen, subsidieerde de aanleg van moskeeën en financierde in Bamako zelfs de aanleg van een complete administratieve wijk.'
Gastarbeiders uit de Sahellanden konden in Libië gemakkelijk aan de slag. Maar veel van hen zijn tijdens de NAVO-aanvallen gevlucht en zitten nog steeds werkloos thuis. En dat de Libische geldkraan richting Afrika door de nieuwe machthebbers in Tripoli ooit weer wordt opengezet, is niet gezegd.
Dat betekent een aanzienlijke financiële aderlating, maar of de politieke leiders uit de Sahellanden Khaddafi's dood werkelijk zullen betreuren, valt nog te bezien. Zeker, hij subsidieerde de hoofdsteden in het zuiden ruimhartig, maar steunde tegelijkertijd de talrijke opstanden van de Toearegs en de Toubou in het noorden.
Khaddafi gaf royaal, maar was dus ook een ongekende lastpost, al was volgens onderzoeker Antil van een vooropgezette verdeel- en heersstrategie geen sprake.
'De buitenlandpolitiek van Khaddafi was grillig, zoals Khaddafi dat zelf was. Hij kon een leider de ene dag steunen en hem de volgende dag keihard laten vallen. Hij rommelde maar wat aan, van consistent beleid was geen sprake.'
10.000 luchtdoelraketten
Zeker is volgens Antil dat Khaddafi de regio zelfs vanuit zijn graf nog lang zal destabiliseren: niet alleen doordat de voormalige strijders uit het islamitische legioen na de dood van hun beschermheer naar hun thuislanden zijn teruggekeerd, maar vooral door de enorme hoeveelheid wapens uit Khaddafi's arsenalen die het afgelopen jaar hun weg naar de Sahel gevonden hebben.
Nog afgezien van ontelbare aantallen lichte wapens, worden er volgens de NAVO in Libië zo'n 10.000 luchtdoelraketten van het type SAM-7 vermist. Daarmee kun je vanaf je schouder betrekkelijk eenvoudig een lijnvliegtuig uit de lucht schieten. 'De Toearegs zijn lang niet de enige die wapens hebben meegenomen', aldus Antil. 'Het is bekend dat Mokthar Belmokthar, een van de leiders van AQIM, afgelopen najaar 'boodschappen' is gaan doen in Libië.' Volgens Algerijnse inlichtingendiensten zou AQIM naast raketwerpers en kalasjnikovs ook 640 kilo semtex hebben buitgemaakt, ideaal om zware bomaanslagen mee te plegen.
Ook van rebellen uit Darfur is bekend dat zij grote hoeveelheden wapens in Libië hebben bemachtigd. Veel van deze rebellen hebben de zijde van de nieuwe staat Zuid-Sudan gekozen en maken zich op voor de oorlog die op punt van uitbreken staat met Sudan. De contouren van een grijze zone die zich uitstrekt van Libië tot Nigeria en van de Atlantische tot de Indische Oceaan beginnen zich af te tekenen. Met in het hart Noord-Mali dat dienstdoet als een springplank voor jihadisten. Het is de vraag of de planners van de NAVO dit scenario hebben meegewogen toen zij vorig jaar de aanval op Khaddafi voorbereidden.